Je baby in stuitligging: oorzaken en gevolgen

Je baby in stuitligging: oorzaken en gevolgen

Als je baby in stuitligging ligt, liggen de billen of voetjes naar beneden. Ongeveer 3 tot 4% van de ongeborenen ligt in deze omgekeerde houding, wat een extra risicofactor is tijdens de bevalling. Tot 32 weken zwangerschap heeft je baby nog genoeg ruimte om te draaien, na 36 weken zwangerschap is de kans dat je baby zelfstandig draait erg klein. De stuitligging is de meest voorkomende afwijkende ligging.

Oorzaken stuitligging bij je baby

Hoewel er bij meer dan 85% van de stuitliggingen geen aanwijsbare oorzaak te vinden is, kan een stuitligging worden veroorzaakt door:

  • een meerlingzwangerschap
  • een vrij slappe buikwand
  • een voorliggende placenta
  • een afwijkende vorm van het bekken of baarmoeder
  • te veel vruchtwater

Soorten stuitliggingen bij je baby

  • Onvolkomen stuitligging
    De benen liggen helemaal omhoog naast het lichaam, zodat het kind als het ware op zijn tenen kan sabbelen.
  • Volkomen stuitligging
    De bovenbenen zijn langs het lichaam gestrekt, maar de knieƫn zijn gebogen als in kleermakerszit.
  • Half onvolkomen stuitligging
    EĆ©n been ligt gestrekt naar boven zoals bij een onvolkomen stuitligging, het andere been ligt naar beneden, zoals bij een volkomen stuitligging.
  • Voetligging
    Het kind ligt met Ć©Ć©n of beide benen gestrekt naar beneden, zodat een of twee voetjes onder de billen liggen.

Het draaien van je baby in stuitligging

Als blijkt dat je baby na 36 weken nog steeds in stuitligging ligt dan kan de verloskundige of gynaecoloog proberen om je baby te draaien, ook wel uitwendige versie genoemd. Er wordt eerst een echo gemaakt om te bepalen of draaien mogelijk is. Dat is onder andere afhankelijk van de ligging van je baby en de hoeveelheid vruchtwater. Tijdens de uitwendige versie lig je op je rug met opgetrokken knieƫn. Je verloskundige of gynaecoloog probeert je baby te kantelen. Het draaien duurt ongeveer 1 tot 10 minuten. De meeste vrouwen vinden dit niet echt prettig, maar het wordt doorgaans niet als pijnlijk ervaren.

Een uitwendige versie lukt helaas niet altijd; in ongeveer de helft van de gevallen is het draaien succesvol. De kans dat het lukt is groter als het je tweede of derde zwangerschap is, je genoeg vruchtwater hebt, de placenta aan de achterkant ligt en je buikwand soepel is. Het meest geschikte tijdstip om de baby te draaien is bij een zwangerschap van 36 weken. Lukt het draaien niet, dan kun je vaak nog steeds via de natuurlijke weg bevallen. Dat is ter beoordeling van de gynaecoloog. Een stuitbevalling vindt wel altijd plaats op medische indicatie in een ziekenhuis. Bij Ć©Ć©n op de drie stuitliggers vindt alsnog een keizersnee plaats.

Vaginale bevalling of keizersnee

Als tegen het einde van je zwangerschap je baby nog steeds in stuit ligt, bespreek je samen met je verloskundige of gynaecoloog of je normaal kunt bevallen of een keizersnee krijgt. Dwars- en voetliggers komen altijd met een keizersnee ter wereld, voor stuitliggers is dat niet altijd noodzakelijk. Afhankelijk van jouw persoonlijke situatie wordt er een inschatting gemaakt van de risicoā€™s en krijg je een advies mee. De uiteindelijk keuze voor een vaginale bevalling of een keizersnee is aan jou. Een vaginale bevalling bij stuitligging is verantwoord als …

  • Er bij een vorige bevalling geen ernstige problemen waren, zoals een moeizame vacuĆ¼m- of tangverlossing
  • Het geschatte gewicht van het kind niet te hoog is
  • Het hoofd van het kind voorover ligt
  • Er sprake is van enige indaling in het bekken
  • De ontsluiting en de uitdrijving goed vorderen

Hoe verloopt een stuitbevalling?

De ontsluitingsfase bij een stuitligging verloopt niet anders dan bij een bevalling van een baby in hoofdligging. Wel worden de harttonen nauwkeurig gecontroleerd door middel van een CTG. Dit gebeurt soms via je buikwand, maar vaak wordt een elektrode op de bil van je kind geplaatst na het breken van de vliezen. Ook de sterkte van de weeƫn worden vaak gemeten. Krijg je persdrang, dan is het echt heel belangrijk dat je volledige ontsluiting hebt.

Bij een stuitgeboorte wordt vaak een dwarsbed gemaakt: het onderste gedeelte van het verlosbed wordt weggehaald en je plaatst je benen in beensteunen. De gynaecoloog kan er dan beter bij om te helpen met de geboorte. Zijn de billen of beentjes als eerste geboren, dan is het zaak dat ook het hoofdje vlug komt. Daarbij drukt een assistent vaak boven je schaambeen, om ervoor te zorgen dat het hoofdje goed het bekken passeert.

Risicoā€™s stuitbevalling

  • Er kunnen problemen ontstaan bij de ontsluiting. Soms komen de voetjes en beentjes al ter wereld terwijl er nog geen volledige ontsluiting is. Dat geeft problemen als het hoofdje nog geboren moet worden, want er mag niet teveel tijd tussen de geboorte van de stuit en de geboorte van het hoofd zitten in verband met de bloedvoorziening.
  • Bij een stuitbevalling is het lastiger te beoordelen of het hoofdje door het bekken past, omdat het hoofdje pas als laatste komt.
  • Er is een grotere kans op zuurstoftekort bij je baby.
  • In vergelijking met kinderen die in hoofdligging worden geboren, komen baby’s na een stuitbevalling wat vaker in de couveuse terecht, vanwege bijvoorbeeld een moeizame start van de ademhaling.
  • Een stuitbevalling is zwaarder voor jou dan een normale bevalling. Je hebt onder andere meer kans op uitscheuren.