10 feiten en fabels over de ontwikkeling van je kind

10 feiten en fabels over de ontwikkeling van je kind

Tijdens je zwangerschap heb je al de kans om je baby’s brein optimaal te ontwikkelen en ook daarna kun je een optimale situatie creëren. Tien stellingen, tien professionele meningen.

Stelling 1:

  • Je kunt als moeder de hersenontwikkeling van je baby stimuleren door tijdens de zwangerschap goed te eten

Feit! Een kind dat structureel te weinig voedsel binnenkrijgt, vertoont volgens ontwikkelingsmoleculair bioloog John Medina op latere leeftijd meer gedrags- en leerproblemen. Maar ‘goed’ eten houdt ook in dat je op moet letten wát je eet en drinkt. bij een gevarieerd eetpatroon krijg je eigenlijk alles binnen wat jij en je baby nodig hebben. Een supplement dat wel noodzakelijk is, is foliumzuur. Slik dit vanaf het moment dat je zwanger probeert te worden tot en met de eerste twee maanden van je zwangerschap, dan verklein je het risico op onder andere een open ruggetje. Verder is volgens Medina alleen van omega-3 het directe effect bewezen. Een tekort hieraan leidt tot een groter risico op dyslexie, concentratiestoornissen, depressies en zelfs schizofrenie. Met het eten van vette vis of slikken van de juiste voedings - supplementen (visolie bijvoorbeeld) neem je dit risico weg.

Stelling 2:

  • Als je tijdens je zwangerschap Mozart speelt bij je buik, haalt je kind later hogere wiskundecijfers

“Fabel,” zegt ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet. “Als kinderen met een wiskundeknobbel vaker naar Mozart luisteren, wil dat niet zeggen dat ze hun rekenvaardigheid aan deze muziek te danken hebben. Het is eerder zo dat hun aangeboren rekentalent zorgt voor goede wiskundecijfers én een waardering voor de muziek van Mozart. Die is namelijk heel mathematisch.”

Stelling 3:

  • Praat veel tegen je kleintje, dat verhoogt zijn taalvaardigheid

Feit. Maar dan moet je het wel zelf doen: simpelweg een dvd of cd aanzetten werkt niet. Je verbetert de taalvaardigheid verder door de geluidjes en gezichtsuitdrukkingen van je baby te imiteren. Volgens ontwikkelingsmoleculair bioloog John Medina kun je niet vroeg genoeg beginnen met praten, maar ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet is het daar helemaal niet mee eens. “Een baby voorlezen kan natuurlijk, maar draagt echt nog niets bij,” zegt hij. "Als je de taalontwikkeling te veel gaat pushen, zou het zelfs een averechts effect kunnen hebben. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo.”

Stelling 4:

  • Een gestreste zwangere vrouw betekent een gestreste baby.

Feit. Stresshormonen als cortisol komen via de placenta in de hersens van een kind terecht. Als de stress chronisch of heel hevig is, kan het temperament van je ongeboren kind hierdoor veranderen. Een zuigeling is daardoor makkelijker geïrriteerd en lastiger te troosten. Ook belemmert stress de motoriek en concentratie van je kind, al blijft dit effect beperkt tot de eerste vijf levensjaren.

Stelling 5:

  • Om de hersencapaciteit te verbeteren, kun je baby’s en peuters het beste educatief speelgoed geven

Fabel. “Eenvoudig speelgoed - zoals een ouderwetse blokkendoos - werkt ook heel goed hiervoor. Daarmee hoeft een kind niets, maar kan het zelf - binnen de grenzen van zijn eigen vaardigheden - van alles en nog wat ontdekken. Zo kom je tegemoet aan de natuurlijke nieuwsgierigheid en onderzoeksdrift van baby en peuters.”

Stelling 6:

  • Ruzie binnen het huwelijk is slecht voor de ontwikkeling van baby’s en peuters

Feit. Zelfs baby’s van jonger dan 6 maanden raken gespannen van een ruzie: ze weten niet waar het over gaat, maar voelen wel aan dat er iets niet klopt. Als dit vaak gebeurt, kunnen kinderen al op de lagere school gedragsproblemen ontwikkelen. Volgens ontwikkelingsmoleculair bioloog John Medina is af en toe ruzie maken in het bijzijn van je kinderen niet schadelijk, op voorwaarde dat je de ruzie in aanwezigheid van de kinderen bijlegt.”

Stelling 7:

  • Emoties benoemen is gezond

Fabel. “Ouders willen tegenwoordig veel te vroeg met hun kinderen ‘over emoties praten’, maar uit zichzelf zijn kinderen daar pas in de puberteit echt aan toe,” antwoordt ontwikkelingspsycholoog Ewald. “Met veel geduld en versimpelingen kun je er soms een beetje over praten vanaf de kleuterfase, al werkt in die fase het maken van een tekening over waar het kind mee zit nog het beste. Eerder moet je er echt niet aan willen beginnen. Een peuter snapt zo’n gesprek gewoonweg nog niet.”

Stelling 8:

  • Je kinderen continu vertellen dat ze slim zijn, zal hun zelfvertrouwen verbeteren

Fabel. Het is juist slecht voor het zelfvertrouwen. Slimheid is voor een peuter een mysterieus vermogen, waar hij geen controle over heeft. Een kind dat telkens wordt geprezen om zijn intelligentie, leert niet dat succes ook afhankelijk kan zijn van hard werken. Faalt hij, dan is de kans groot dat hij het er bij laat zitten. Ontwikkelingsmoleculair bioloog John Medina raadt dan ook aan om juist de inspanning te prijzen. Kinderen presteren dan beter. Dus niet zeggen: “Ik ben zo trots op je, je bent zo slim,” maar: “Ik ben zo trots op je, je hebt heel hard gewerkt.”

Stelling 9:

  • Televisie kijken is slecht

Feit. Voor elk uur dat een kind onder de 3 jaar tv kijkt, neemt de kans op concentratieproblemen op zevenjarige leeftijd toe met 10%. Al geeft ontwikkelingsmoleculair bioloog John Medina aan dat veel tv-onderzoek controversieel is, toch raden Amerikaanse kinderartsen af om kinderen onder de 2 jaar tv te laten kijken. “Want,” zeggen zij, “voor de vroege ontwikkeling van de hersenen is het cruciaal dat baby’s en peuters directe interactie hebben met ouders en andere belangrijke zorggevers.”

Stelling 10:

  • Intelligentie is te beïnvloeden

Feit. Ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet: “De erfelijke aanleg en een gevarieerde omgeving zijn noodzakelijke voorwaarden voor de ontwikkeling van intelligentie. Doorslaggevend is echter de vraag of het kind volop de kans krijgt om - op basis van zijn hersenontwikkeling - zélf te ontdekken. De kern van intelligentie bestaat niet uit kijken naar anderen, maar uit zelf dingen kunnen doen en mogen leren van je fouten. Dus zorg voor een veilige omgeving, voor boeken en voor speelgoed. Maar waak voor overdaad, anders raakt je kind het overzicht kwijt.”

Dr. Ewald Vervaet is ontwikkelingspsycholoog en als deskundige verbonden aan WIJ.nl. Hij schreef diverse boeken over de ontwikkeling van kinderen, zoals Het raadsel intelligentie en Groeienderwijs.