Zwangerschapsdiabetes: suikerziekte tijdens je zwangerschap

Zwangerschapsdiabetes: suikerziekte tijdens je zwangerschap

Tijdens je zwangerschap kun je last krijgen van suikerziekte. Dit is een tijdelijk soort diabetes, die in de meeste gevallen na je bevalling weer over gaat. Bij zwangerschapsdiabetes is de regeling van je bloedsuikerspiegel verstoord, wat verschillende gezondheidsklachten met zich meebrengt. Ongeveer 5 tot 10% van de zwangere vrouwen ontwikkelt zwangerschapsdiabetes en het kan ontstaan vanaf 24 weken zwangerschap.

Hoe ontstaat zwangerschapsdiabetes?

Zwangerschapsdiabetes ontstaat onder invloed van de zwangerschapshormonen die tijdens je zwangerschap worden aangemaakt. Een aantal van deze hormonen remt de werking van het hormoon insuline. Je lichaam heeft insuline nodig om het suiker dat door voedsel in je bloed terechtkomt, af te breken. Wanneer je lichaam hiertoe niet in staat is, omdat het niet genoeg insuline aanmaakt, heb je suikerziekte.

Tijdens een ‘normale’ zwangerschap reageert je lichaam op de anti-insulinehormonen door meer insuline aan te maken. Als dat niet gebeurt, wordt het suikergehalte in je bloed te hoog en heb je zwangerschapsdiabetes. Zodra je hormoonhuishouding na de bevalling weer normaal is, gaat de diabetes meestal over.

Wat zijn de gevolgen van zwangerschapsdiabetes?

Wanneer zwangerschapsdiabetes niet wordt behandeld, kan dat zowel voor jezelf als voor je baby ernstige gevolgen hebben. Je baby krijgt een grote hoeveelheid suiker binnen waardoor hij zelf extra insuline zal produceren. Dit zorgt ervoor dat de glucose in zijn lichaam wordt omgezet in vet. Dit vet wordt opgeslagen in de weefsels en daardoor groeit je kind te snel en wordt het te zwaar. Dit heeft weer tot gevolg dat de bevalling aanzienlijk langer duurt en de kans op een keizersnede (omdat de baby te groot is) toeneemt. Een te hoge bloedsuikerspiegel zorgt bovendien voor een verhoogde infectiekans. Deze ontstaan meestal in nieren, blaas, baarmoederhals en in de baarmoeder zelf. Na de geboorte kan de bloedsuikerspiegel van je baby snel dalen, door het plotseling wegvallen van de grote toevoer van glucose. Hierdoor wordt het glucosegehalte van je baby extra gecontroleerd.

Tussen de 24e en 28e week van je zwangerschap wordt aan de hand van bloedonderzoek je bloedsuikerspiegel bepaald. Als je al eerder zwangerschapsdiabetes hebt gehad zal dit eerder in je zwangerschap gecontroleerd worden. Er zijn meerdere symptomen die op zwangerschapsdiabetes kunnen wijzen. Je verloskundige zal je waarschijnlijk laten onderzoeken wanneer:

  • je een grote hoeveelheid vruchtwater hebt
  • je baby erg groot is in verhouding tot de duur van je zwangerschap
  • je vorige kind zwaarder was dan acht pond
  • je ouder bent dan 35 jaar
  • er suikerziekte voorkomt in je familie
  • je eerder een miskraam hebt gehad

Glucose tolerantietest

Als je verloskundige vermoedt dat je zwangerschapsdiabetes hebt, moet je een glucose-tolerantietest (GTT) doen in het ziekenhuis. Je drinkt dan een suikerdrankje, waarna je bloed wordt gecontroleerd. Op basis van het bloedsuikergehalte wordt vervolgens vastgesteld of je zwangerschapsdiabetes hebt.

Hoe wordt zwangerschapsdiabetes behandeld?

Om zwangerschapsdiabetes te behandelen, krijg je adviezen van een diëtiste om met je voedingspatroon de glucosewaarden op normaal niveau te krijgen en te houden. Daarbij staat vast hoeveel koolhydraten je binnen mag krijgen. Deze vind je onder meer in brood, aardappelen en in voedingsmiddelen die suiker bevatten. Vaak is een dieet genoeg om te voorkomen dat de aandoening zich verder ontwikkelt en jij of je baby schade oplopen. In dit geval blijft je bloedsuikerspiegel dankzij het dieet op een normaal niveau. Het gebeurt echter ook wel eens dat alleen een dieet niet voldoende is om het onder controle te houden. Wanneer dat zo is, krijg je tijdens je zwangerschap extra insuline toegediend. In de meeste gevallen beval je in het ziekenhuis op medische indicatie.

Als je eenmaal zwangerschapsdiabetes hebt gehad, is de kans 50% dat je op latere leeftijd een reguliere vorm van diabetes krijgt. Dit is vaak het zogenaamde type II diabetes. Daarbij maakt je lichaam zelf nog wel insuline aan, maar niet zo veel als je nodig hebt. Deze vorm van suikerziekte kun je bestrijden met een dieet en bloedsuikerverlagende tabletten. De kans dat de zwangerschapssuiker tijdens een volgende zwangerschap terugkeert, is ongeveer 90%. Verder heeft je kind een kleine kans om later zelf diabetes te krijgen. Ook dit is dan meestal diabetes type II. Wanneer de aandoening tijdens de zwangerschap echter op tijd is ontdekt en je goed behandeld bent, wordt de kans dat je kind het later ook krijgt weer kleiner.

Heb je zwangerschapsdiabetes en vragen over je voeding? Stel ze aan diëtist Sindy Davidse van het WIJ Deskundigenpanel.