CMV virus

cmv-virus

CMV virus: heb jij er wel eens van gehoord? De kans is klein. Maar een besmetting met het CMV virus komt vaak voor. De helft van alle volwassenen in Nederland heeft al eerder CMV doorgemaakt. Het verloop van de infectie is meestal niet ernstig, op wat milde klachten en koorts na. Maar als je zwanger bent en voor het eerst besmet raakt, kan het virus worden overgedragen op je ongeboren baby via de placenta. De kans hierop is zo’n 35%. Dit heet een congenitale (of aangeboren) CMV infectie. In Nederland worden per jaar ca. 1.000 kinderen geboren met deze infectie. 200 hiervan kampen met milde tot ernstige complicaties.

Het Cytomegalovirus (CMV) hoort bij de herpesvirussen. In deze groep zitten ook de virussen die een koortslip, waterpokken en de ziekte van Pfeiffer veroorzaken. CMV wordt van mens op mens overgedragen door nauw contact, bijvoorbeeld knuffelen, seksueel contact of bloed. Vooral kleine kinderen kunnen veel virus uitscheiden in hun speeksel en urine en door te hoesten of te niezen. Ook via de moedermelk kan het virus worden overgedragen. Er is geen vaccin tegen CMV of een manier om besmetting tijdens de zwangerschap te voorkomen. 

Let op je hygiëne

Als volwassene merk je bijna niets van een besmetting. Van een jong kind weet je ook niet of hij is geïnfecteerd. Daarom is het van groot belang dat je extra op je hygiëne let als je zwanger bent. Heb je al een ouder kind, probeer dan contact met zijn speeksel te vermijden. Stop zijn speen niet in jouw mond, deel geen eten met hem, drink uit een andere beker en gebruik ander bestek. Was na het verschonen van de luier altijd je handen en doe dit ook als je zijn neusje hebt gesnoten of zijn mondje hebt schoongemaakt. En, hoe verleidelijk ook, kus je kind niet op zijn mondje. Voor kinderen van anderen geldt hetzelfde.

Bloedtest

Bestaat er tijdens jouw zwangerschap het vermoeden dat je een CMV infectie doormaakt, dan kan dit worden onderzocht door middel van een bloedtest. Dit gebeurt bijvoorbeeld als er op de echo een combinatie van de verschillende symptomen wordt opgemerkt. Als je een CMV infectie blijkt te hebben, dan word je verder begeleid door de gynaecoloog. Je krijgt extra controles om je baby in de gaten te houden.  

Als je baby congenitale CMV heeft, wordt dit ontdekt als hij vlak na de geboorte symptomen vertoont. Tot 3 weken na de geboorte kan hierop worden getest. Je baby kan vervolgens worden behandeld met antivirale medicatie. Bij kinderen tot 5 jaar kan het bloed op de hielprikkaart worden getest, als je dit via je huisarts opvraagt. De hielprik wordt in de eerste week na de geboorte gedaan.  

Even de feiten op een rij

  • De meeste baby’s (75%) die worden geboren met congenitale CMV hebben nergens last van.
  • CMV baby’s die wel last hebben, kunnen kampen met een laag geboortegewicht, geelzucht, een te klein hoofd, kleine bloedingen in de huid, een vergrote lever of milt.
  • Heeft je baby geen complicaties bij de geboorte, dan kan hij in de eerste jaren alsnog te maken krijgen met slechthorendheid, slechtziendheid, epileptische aanvallen en/of een ontwikkelingsachterstand.
  • In zeldzame gevallen leidt een CMV infectie tot een miskraam, vroeggeboorte of overlijden.
  • Heeft je kind een CMV besmetting opgelopen tijdens jouw zwangerschap, maar op zijn zesde nog geen klachten ontwikkeld? Dan kun je ervan uitgaan dat de besmetting voorbij is.

Voor meer informatie, kijk op stichtingcmv.nl.