'Ik schrok toen ik naar beneden keek: bloed'

Jose: Ons tweede zoontje Luc werd geboren, na een geweldige zwangerschap en een net zo geweldige  bevalling. Alles ging goed: de kraamweek was fijn, de dag na de bevalling liep ik al buiten met de hond. Acht dagen later wilden Michiel en ik ’s avonds bijtijds naar bed. Ik maakte mezelf in de badkamer klaar voor de nacht. Toen ik opstond van de wc leek het wel of ik nog aan het plassen was... Ik schrok toen ik op mijn net verschoonde kraamverband keek: bloed. 

We belden de verloskundige, die zei dat ik direct op bed moest liggen. Een kwartier later was ze er en deed ze de gebruikelijke controles. Maar ik had geen koorts, bloeddruk was goed, pols prima, baarmoeder voelde goed aan, ik had geen pijn … niks! Het bloeden was inmiddels  gestopt. Als het weer zou beginnen, moest ik bellen en zou ik het waarschijnlijk in het ziekenhuis moeten laten checken.

De volgende dag zou mijn eerste dag alleen met de jongens zijn. Om 11.10 uur belde Michiel om te vragen hoe het ging. “Goed”, zei ik nog, maar  toen ik ophing, begon het bloeden weer. Ik belde de verloskundige. Ik moest tien minuten liggen en dan terugbellen. Toen ik net lag, begon Luc te huilen boven. Ik haalde hem snel op, legde hem in de box en ging weer liggen. En toen ging het helemaal mis... Ik vloeide zoveel, dat ik er van schrok. Ik wist dat dit niet goed ging, dat ik naar het ziekenhuis moest met de ambulance. Wie moest ik bellen om op Bas, mijn oudste, en Luc te passen? Ik raakte in paniek, huilde, trilde. Bas zag het bloed op de grond spatten. “Och, mama! Allemaal bloed!” zei hij. Ik kon niemand in de buurt bereiken. Toen dacht aan mijn vriendin Nathalie. Ik belde haar en ze nam op. Nathalie schrok: ‘Ik kom er nu aan!’ Ik belde vervolgens de verloskundige weer en zei dat het niet goed ging. Ze kwam direct, zei ze. Ook belde ik Michiel en die kwam zo snel hij kon naar het ziekenhuis.

Ik had nog een probleem. De deur zat op de klem en Bas kon 'm niet open maken. Ik liep echt helemaal leeg: het bloed spatte op de grond, droop zo van de bank af. Als ik maar een poging deed om op te staan, voelde ik steeds bloed vloeien. Toen de verloskundige er was, gebaarde ze door het raam dat ik de deur open moest maken. Ik wist hoe ik op moest staan, maar wist uiteindelijk bij de deur te komen.
Tien minuten laten kwam de ambulance voorrijden. De ambulancebroeders kwamen eraan met de brancard. Vrijwel tegelijkertijd kwam mijn vriendin binnen, die direct Luc uit de box haalde en zich over de kinderen ontfermde. Ik weet nog dat ik bijna wegzakte…Ik werd snel naar het ziekenhuis gebracht: naar de verloskamers notabene. Ik zie nog de blik voor me van één van de verpleegsters toen ze al dat bloed zag. Ik moest van de brancard overstappen op een bed. Terwijl ze met me bezig waren, werd ik niet goed. Ik hoorde: ‘Bloeddruk 65/38’. Ik kreeg een zuurstofmasker. Een kleine 20 minuten later lag ik op de OK. Er werd me van alles uitgelegd. Ik kon alleen maar zeggen ‘Doe maar!’ Toen ben ik onder narcose gebracht en gecuretteerd.”

Michiel was om 13.00 uur in het ziekenhuis. Ik was toen nog op de OK. De gynaecoloog kwam naar hem toe en vertelde dat het niet langer had moeten duren. Ook vertelde hij de oorzaak; in de papieren van de bevalling stond dat de placenta binnenstebuiten was geboren en waarschijnlijk was afgescheurd. Dit hebben ze niet gezien bij de bevalling zelf, de placenta zag er goed uit. Ik was volgens hem twee liter bloed verloren, maar ik denk meer... Michiel vertelde dat hij een spoor kon volgen door het ziekenhuis. En dat was geen geintje.
Toen ik wakker werd, ging ik terug naar de verloskamer, waar Michiel op mij wachtte. Wat was ik blij hem te zien. Daarna ging ik naar de kraamafdeling. Die eerste dag voelde ik me beroerd, ik kon niet rechtop zitten. Ik zou misschien nog een bloedtransfusie krijgen. Mijn HB was gezakt van 7.4 toen ik nog zwanger was, naar 5.5 toen ik in het ziekenhuis binnenkwam. 's Avonds was het 5.2 en de volgende ochtend 4.9. Toch heb ik geen transfusie gehad.

Op dinsdag werd ik opgenomen, op donderdag mocht ik naar huis. Hoe ik me lichamelijk voelde was tot daaraan toe, maar geestelijk… Ik was een wrak. Het besef dat het afgelopen had kunnen zijn. Een paar weken later kwam ik bij de verloskundige voor een nagesprek. Die zei dat het niet vaak gebeurt wat ik heb meegemaakt.  
In september hadden we een gesprek met de gynaecoloog. Hij vroeg hoe ging en ik zei dat ik  het vooral psychisch moeilijk had. Hij begreep dat. Ook kon hij de juiste oorzaak vertellen. Ze hadden een stukje weefsel uit mijn buik opgestuurd naar de patholoog en het bleek dat er een stukje weefsel was achtergebleven van het moedergedeelte van de placenta… Hij zei dat het echt kantje boord was en als dit 20 jaar geleden zou zijn gebeurd, het afgelopen was geweest met mij.

In de maanden erna heb ik geprobeerd het een plekje te geven. Ik zat in de ziektewet, werken ging nog niet. Ik zat zo met mezelf in de knoop. Als ik een ambulance hoorde, raakte ik in paniek en begon ik te huilen. Ik kwam erachter dat ik het in m’n eentje niet zou redden. Daarom heb ik bij een psycholoog EMDR therapie gevolgd. Hij ging voor me zitten, zijn handen op zo’n 25 cm. voor mijn ogen. Ik moest met mijn ogen zijn handbeweging (links-rechts-links-rechts) volgen, die steeds ongeveer een minuut duurde en daarna vroeg hij: ‘Wat voel je nu?’ Ik moest mijn gevoel een cijfer geven aan het begin van de sessie: 9.5/10, en aan het eind: 2.5/3. Een mooi resultaat! Na de sessie, was ik helemaal leeg. Er was een last van mijn schouders gevallen! Ook na twee weken bij het evaluatiegesprek voelde dit nog zo.

Inmiddels ben ik alweer vijf maanden op therapeutische basis aan het werk op school. Ik vind het fijn om weer wat te doen en weer onder de mensen te zijn… Luc is bijna één jaar, Bas is drie. Hij heeft het er moeilijk mee gehad, de eerste maanden. Hij was dwars, wilde niet luisteren… Mama was stom, papa was stom… En mama had veel bloed. Hij praat er nog af en toe over, het komt terug in zijn spel: de auto’s hebben bloed en moeten met de ambulance naar het ziekenhuis. Dagelijks denk ik aan wat er is gebeurd, maar het overheerst niet meer. Het was heftig, maar nu is het tijd om vooruit te kijken. En met twee van die kleine jongens kom ik mijn tijd wel door!