'Hij maakte geen geluid en bewoog niet'

Wat begint als een vlotte bevalling, eindigt voor Jamie in een ware nachtmerrie. Jamie: “Een week na mijn uitgerekende datum werd ik bij de verloskundige gestript. Later die middag kwamen de weeën goed op gang."

 

"Ik wilde in het ziekenhuis bevallen en na een aantal centimeters zijn we rustig die kant op gegaan. Ik had wel weeën, maar kon ze voor mijn gevoel nog goed aan. In het ziekenhuis zijn mijn vliezen gebroken en daarna had ik vrij snel volledige ontsluiting. Het persen ging goed en de baby zakte stukje bij beetje naar beneden.

Na een poosje kreeg ik veel pijn aan mijn schaambot. De verloskundige zei dat de baby waarschijnlijk brede schouders had en om die reden moeite had om voorbij mijn schaambot te komen. Na een mislukte poging op de baarkruk kwam de gynaecoloog met de vacuümpomp. Maar ook nu lukte het niet en de gynaecoloog besloot dat het een keizersnee moest worden. De operatiekamer werd gereed gemaakt en ondertussen kreeg ik weeënremmers.

Roan is om 2:30 geboren. Iedereen in de OK feliciteerde me, maar Roan maakte geen geluid en bewoog niet. Hij werd meteen weggehaald en mijn man ging met hem mee. Na een poosje kwam een verpleegkundige me vertellen dat Roan nu wel zelf ademde, maar dat hij erg ziek was. Toen hij geboren werd ademde hij niet, dat hoorde ik nu pas. Het hechten duurde voor mijn gevoel een eeuwigheid en vervolgens moest ik in de uitslaapkamer wachten tot ik mijn tenen kon bewegen. Pas daarna mocht ik naar Roan toe.

Ik wist dat hij het was, maar veel kon ik niet zien. Hij lag aan een beademingsmachine en het was één wirwar van slangetjes in en op hem. Dit was niet die roze wolk waar ik al negen maand naar uit had gekeken. Roan verslechterde. Die eerste nacht had hij drie epileptische aanvallen die zó heftig waren dat ze hem moesten reanimeren. Ze dachten aan een infectie, maar om dit zeker te weten moest hij naar een gespecialiseerd ziekenhuis. Eenmaal daar aangekomen bleek dat het écht niet goed ging met onze zoon.

Hij kreeg een MRI-scan. De epileptische aanvallen bleven doorgaan en dus hielden ze hem in slaap met medicatie. Daar lag ons kindje. We mochten hem niet vasthouden, niet aanraken en als ik bij hem wilde zijn moest ik iemand bellen. Na vier dagen vertelde de kinderarts dat Roan ernstige hersenschade had opgelopen door zuurstoftekort tijdens de bevalling. We zouden het weekend hebben om afscheid van hem te nemen en dan zou de beademing uitgezet worden.

Die nacht kwam de dienstdoende kinderarts mijn kamer binnen. Hij vertelde dat Roan zelf zijn beademing van zich af had getrokken. En hij was stabiel! Dat weekend werd een bizar weekend. We bespraken begrafenisopties, deden een fotoshoot en knipten een plukje haar af, maar ondertussen liet Roan vooruitgang zien. Hij zoog op een speen, dronk uit een flesje, werd wakker en keek naar ons. We waren zo vreselijk in de war. Eindelijk kregen we goed nieuws; Roan had toch een goede kans om te blijven leven. Hoe de toekomst eruit zou komen te zien was onduidelijk maar dat deed er voor ons op dat moment niet toe. Toen we Roan precies vier weken na zijn geboorte mee naar huis mochten nemen, konden we ons geluk niet op!”