'Bevallen? Ik ben er klaar mee!'

Macha: Ik ben moeder van twee mooie gezonde jongens. Maar ik ben blij dat ze op de wereld zijn, want bevallen is niet zo mijn ‘ding’. Met een vacuümverlossing en een keizersnede ben ik (voorlopig) helemaal klaar met zwanger zijn.

Mijn eerste zoon is met de keizersnee geboren. Gelukkig ging dat allemaal redelijk voorspoedig; het werd vrij vlot een keizersnee dus ik heb geen dramabevalling gehad. Mijn herstel verliep ook redelijk snel; ik was al met al vrij snel weer op de been. Echter, doordat deze bevalling zo vlot en relatief pijnloos was gelopen, was de angst voor een tweede bevalling groot. Na een gesprek met de gynaecoloog die destijds de keizersnede had uitgevoerd, had ik er dan toch weer vertrouwen in. Ik raakte opnieuw zwanger. Maar naarmate de tijd verstreek kwam de angst voor de bevalling toch weer naar boven. Hoe zou het nu gaan? Bij de yoga werd weleens gevraagd of er mensen bang waren voor de bevalling. Ja, dat was ik. Ik was bang voor wat er zou komen. Ik was bang dat het een dramabevalling zou worden. Dat er niet naar me geluisterd zou worden, dat het lang zou duren en dat het heel pijnlijk zou zijn.

Daar waar ik in mijn onderbuik bang voor was, gebeurde ook. Dat had ik waarschijnlijk goed aangevoeld. Toen we na een avond van weeën midden in de nacht naar het ziekenhuis gingen, dacht ik: daar gaan we. Ik kwam in het ziekenhuis met 2 tot 3 cm. ontsluiting en dat vorderde ook nog niet zo snel de eerste uren. Totdat ik na een tijd ineens negen cm ontsluiting had en een uur later tien centimeter. Hoera! Echter, ik had tien cm… maar geen persweeën. Mijn zoontje lag nog te hoog. De verloskundige die ik op dat moment had (ik heb er door de lengte van de bevalling in totaal drie gehad), gaf al aan dat het een keizersnee zou worden als hij niet verder zou zakken. Maar we zouden het nog even afwachten.

Wat later had ik me erbij neergelegd; het was jammer van die tien centimeter, maar een keizersnee was naar mijn idee het beste voor mij en mijn lijf. Voor mijn kindje vind ik dat lastig in te schatten, hoewel het achteraf waarschijnlijk voor hem ook beter was geweest. Toen de derde verloskundige de dienst drie uur later overnam, kwam het vrolijke nieuws dat de pijnbestrijding eraf zou gaan. Mijn zoontje was nog niet verder gedaald, maar ze wilde toch proberen te gaan persen. Nee! Alles in mij wilde dit niet. Ik heb gepraat als Brugman om de verloskundige te overtuigen dat ik dit niet wilde. Ik zag het helemaal niet zitten en geloofde er helemaal niet in. Koste wat kost een natuurlijke bevalling en ik, ik had er zelf niks over te zeggen. Want hoe ik ook praatte, mijn mening deed er uiteindelijk toch niet toe. Dat is heel moeilijk. Dat vind ik nog steeds het hele moeilijke aan mijn verhaal. Dat je als moeder voelt en ervan uit gaat te weten wat goed voor je is, dat het bovendien ook nog eens jouw lijf is, en dat er niet naar je wordt geluisterd (en achteraf wordt ingezien dat je toch gelijk had).

De wet van het ziekenhuis werd doorgezet, de medicatie ging uit en ik ‘mocht’ gaan persen. Ik had geen persweeën, dus ik ben maar gaan persen op de weeën die kwamen. Gewoon maar doen, heel onnatuurlijk. En geloven deed ik er nog steeds niet in. Totdat de gynaecoloog binnen kwam lopen. Oh, kwartiertje zei hij. En toen dacht ik: zou het dan toch..? Even later zag mijn man de haartjes van ons zoontje. Toen dacht ik: ok, het gaat dus toch gebeuren. Dat kwartiertje werd wel wat langer, mijn daadwerkelijke bevalling duurde 1,5 uur en werd een vacuümbevalling met een knip. Mijn zoontje kwam helaas op de wereld met een gebroken sleutelbeen. Hij had koorts bij de geboorte en kreunde alsof hij pijn had. Hij moest dus onderzocht worden en zou antibiotica krijgen, om een eventuele infectie meteen aan te kunnen pakken. Hij zou misschien een paar dagen, misschien een week in het ziekenhuis moeten blijven.

Ondertussen was mijn bevalling nog niet ‘afgerond’. De placenta wilde niet komen, de navelstreng scheurde en ik verloor (teveel) bloed. Een verpleegster zei: Mevrouw, schrik niet, maar er zullen dadelijk heel veel mensen in de kamer staan, omdat we u klaar moeten maken voor de OK. Mijn man zat in de hoek met ons zoontje op de arm. Hij mocht toekijken hoe zo’n acht tot tien verpleegsters in korte tijd alles gereed maakten voor de OK. En ik onderging het maar; tja wat kan je anders doen. En daar ging ik dan weer, voor de tweede keer van de kraamkamer weg (eerste keer voor ruggenprik). Mijn man moest alleen achterblijven.

In de operatiekamer werd ik even duizelig; al die mensen om me heen en ineens het besef dat ze je gaan opereren. Met wat emotionele hulp van de anesthesist was ik er weer. De placenta werd verwijderd en ik werd gehecht omdat ik een knip had gekregen. Ons zoontje moest helaas naar de high care en de paar dagen antibiotica werden een week. Het ging helemaal niet goed met hem, hij kreunde veel, had veel pijn en alles was hem te veel. Hij wilde niet drinken en kreeg een sonde. Het ergste van alles was dat hij niet bij me lag; ik ‘mocht’ op een scherm naar hem kijken, hij moest daar blijven. Ik heb daar heel wat tranen gelaten. Gelukkig krabbelde hij snel weer op en mochten we na een week naar huis. Thuis heb ik nog zeker vijf weken op bed moeten liggen omdat de wond van de knip niet goed herstelde. Echt vanzelf ging het dus allemaal niet. We hebben nog een nagesprek gehad met de gynaecoloog.

Nadat we alles hadden doorgesproken, zei hij niet met zoveel woorden dat ze een fout hadden gemaakt. Hij tikte hij alleen het verslag in op zijn scherm, en sloot af met de woorden ‘achteraf gezien…’. Ik kan natuurlijk niet zeggen dat mijn zoontje niet op de hi care had gelegen als ik een keizersnee had gehad, maar het was hem waarschijnlijk wel beter af gegaan. Hij had in elk geval geen breuk gehad, waar ze pas na een paar dagen achterkwamen en dus ook niet zoveel pijn. Misschien had hij dan op de medium care geleden en had ik bij hem kunnen slapen. Tja, als als… Het is gelukkig achter de rug. Een ding weet ik wel. Bevallingen kunnen littekens achterlaten. Fysieke, zoals van de keizersnee, maar ook mentale. De rol van het ziekenhuis speelt daarin een grote rol.