
Dit heeft ieder kind nodig om gezond te leren eten
Je wilt dat je kind gezond eet, maar ook dat het gezellig blijft aan tafel. Alleen is dat in de praktijk niet altijd zo simpel. Zeker als je een eigenwijze dreumes, peuter of kleuter hebt, kan gezond leren eten soms veel gedoe geven. In dit artikel lees je waar die strijd vandaan komt, waarom dat normaal is bij jonge kinderen en hoe je met minder druk en slimme keuzes meer rust, plezier en succes krijgt rondom gezond leren eten.

Beoordeeld door
Sanne SmeetsVoedings- & gedragsdeskundige
In dit artikel
- Waarom gezond eten zo vaak strijd wordt
- Wat veel ouders nog niet goed weten
- Waarom strengheid niet werkt
- ‘Ik lust het niet’ betekent vaak iets anders
- Waarom het juist bij het avondeten vaak misgaat
- Wat wél werkt
- Eerst leren genieten, dan pas nieuwe smaken
- Praktisch tips voor drukke ouders
- Waarom spel vaak beter werkt dan druk
- De eerste hapjes leggen een basis
- Wat je beter niet kunt zeggen
- Wat is normaal en wanneer moet je opletten
- De belangrijkste boodschap voor ouders
Waarom gezond eten zo vaak strijd wordt
Strijd rond gezond eten ontstaat vaak door twee dingen. Aan de ene kant ligt de focus nog te veel op het binnen moeten krijgen van de aanbevolen hoeveelheid groente. En dat gebeurt vaak ook nog op het lastigste moment van de dag: het avondeten. Veel ouders zien dit, uit liefde, als een belangrijke opvoedtaak. Iets dat niet mag mislukken, omdat daar al snel het gevoel onder ligt dat je hebt gefaald als je kind niet goed eet. Alsof het aan jou als ouder ligt. Maar dat is niet zo.
Aan de andere kant wordt er bij het aanleren van gezond eten nog te weinig rekening gehouden met wat echt belangrijk is om het te laten lukken.
Denk aan bijvoorbeeld:
- Met welke eigenschappen kwam je kind ter wereld?
- Wat is de unieke blauwdruk van je kind en welk karakter zie je nu al terug?
- En hoe werkt dat samen met de verschillende ontwikkelingsfasen?
- Hoe functioneert je kind binnen zo’n fase? En wat heeft je kind nodig om gezond eten aan te leren?
Het antwoord op deze vragen verschilt per kind en dat maakt dat je dus ook een unieke aanpak nodig hebt.

Nieuw: Chef Mama!
Hoe leer je je kind gezond eten, met minder strijd en meer gezelligheid? Met het e-book Chef Mama! Gezond en zonder gezeur aan tafel van Sanne Smeets kan dat. Dit unieke boek combineert uitleg over de ontwikkeling van je kind met simpele en lekkere recepten.
Wat veel ouders nog niet goed weten
Veel ouders lopen vast als hun kind niets lijkt te lusten. Daarna lopen ze vaak ook nog vast op standaardadviezen die niet aanslaan. Als ouder denk je dan dat het aan jou ligt of aan je kind, maar dat is dus niet zo. Hier mist vaak een belangrijke schakel: een aanpak om gezond te leren eten kan pas werken als je je kind kent én de ontwikkelingsfase van je kind begrijpt. Dan is het vaak helemaal niet zo ingewikkeld.
Inspelen op de ontwikkelingsfase
Een standaardadvies is bijvoorbeeld om keuzes te geven. Maar bij een kind van 2 jaar met een temperamentvol karakter in de peuterpuberteit is de kans groot dat het aan tafel op allebei de keuzes nee zegt. Wat dan? Als je weet wat de behoefte van je kind op dat moment is, en je kent zowel je kind als de behoefte vanuit de ontwikkelingsfase, kun je veel sneller en beter inspelen op wat nodig is om gezond eten zonder strijd, frustratie en verdriet te laten lukken.
In het geval van een temperamentvol karakter kan dat betekenen dat je de focus verdeelt. Overdag verwerk (of beter gezegd: verstop) je groente in andere voeding. In de avond investeer je in de relatie en in gezelligheid aan tafel, waarbij je kind ruimte krijgt om autonomie en zelfvertrouwen op te bouwen. Laat je kind in de avond vooral iets gezonds eten wat het ook echt lekker vindt. Lekker eten geeft een voldaan en blij gevoel en dat zorgt voor een rustige, gezellige sfeer aan tafel.
Waarom strengheid niet werkt
Streng of boos reageren op een emotie van een jong kind, om vervolgens iets voor elkaar te krijgen, is een grote misvatting. Gedrag met boosheid of strenge correctie willen veranderen werkt bij kinderen, en zeker bij jonge kinderen, bijna altijd averechts.
Dat komt simpelweg doordat het brein nog lang niet zo ver is ontwikkeld dat een kind oorzaak en gevolg goed begrijpt. Ook kan een jong kind op die manier de les die je met strengheid meegeeft nog niet opslaan en zich eigen maken. Een kind begrijpt dan nog niet echt waarom het moet doen wat jij vraagt, en kan het daarna ook nog niet vanuit zichzelf de volgende keer anders doen. Gehoorzamen vanuit strengheid of boosheid gebeurt daarom vaak vanuit angst, en niet omdat een kind daadwerkelijk iets geleerd heeft.
Als een kind zich veilig voelt aan tafel en er een relaxte, fijne sfeer hangt, worden ook de plek aan tafel en de activiteit van het eten daarmee geassocieerd. Dan kan samen eten en gezond leren eten vanzelf veel makkelijker volgen.
‘Ik lust het niet’ betekent vaak iets anders
Als een jong kind zegt dat het iets niet lust, betekent dat op jonge leeftijd vrijwel altijd: ik ken het niet, ik durf het nog niet. Ook de gedachte: ik wil het niet speelt mee. Het nee-zeggen hoort bij de ontwikkeling. Als je dat weet en begrijpt, en ook de ontwikkelingsfase snapt waar je kind in zit, kun je daar goed rekening mee houden.
Jonge kinderen hebben het, voor de ontwikkeling van hun ’eigen ik’, nodig om regie te kunnen pakken. Ze ontdekken dat ze een mening hebben. Dan helpt het om dat te erkennen. Je kunt bijvoorbeeld benoemen dat het goed is dat je kind dit al kan vertellen. En dat het logisch is dat iets spannend is, als hij dat nog nooit heeft gegeten. Je kunt ook helpen om daar andere woorden aan te geven: niet dat iets vies is, maar dat het onbekend is en dat je kind het daarom nu niet wil eten. Dat mag er zijn.
Eerst investeren in veiligheid
Dat lijkt misschien een stap terug, maar het is juist een stap vooruit. Je investeert in veiligheid en laat voelen dat het oké is wat er gebeurt. Sluit aan met begrip en kalmte, in plaats van aan de emotie voorbij te gaan met strengheid en autoriteit. Je kunt bijvoorbeeld vooruitkijken naar een volgend moment waarop je het samen gezellig maakt, waarbij je kind mag helpen en jij laat zien wat er allemaal in het eten gaat. Dan hoeft het niet meer zo spannend te zijn, omdat het bekender wordt. Misschien ontstaat er dan ruimte om te proeven.
Ook de taal helpt enorm. Door in meervoud te praten, haal je het probleem weg bij je kind en maak je er iets gezamenlijks van. Daardoor ben je als ouder niet degene tegenover je kind, maar iemand die naast je kind staat. Dat zorgt voor veiligheid en verbinding. Begrip, rust, kalmte en laagdrempeligheid zijn daarbij de sleutel.
Waarom het avondeten zo vaak misgaat
Aan het einde van de dag loopt het vaak vast aan tafel, omdat jonge kinderen moe zijn en minder ruimte hebben om prikkels te verwerken of flexibel te reageren. Hun behoefte aan controle en voorspelbaarheid wordt sterker, terwijl hun geduld juist afneemt. Tegelijkertijd is de behoefte aan geborgenheid op dat moment vaak groot.
Veel kinderen hebben zich overdag op de opvang, school of bso aangepast en groot gehouden. Daardoor kan spanning zich opstapelen en ontstaat er thuis sneller ontlading. Dat zie je vaak terug in veel tranen of juist in weerstand en nee zeggen. Aan de kant van ouders speelt mee dat de avond vaak een moment is van organiseren en doorgaan, met aandacht voor koken, opruimen en het ritme van de avond. Daardoor is er soms minder ruimte om aan te sluiten bij de onderliggende behoefte van het kind op dat moment, waardoor de kans groter wordt dat het eetmoment stroef verloopt.
Lees ook: 5 tips voor meer gezelligheid aan tafel
Aandringen werkt averrechts
Wat vaak onbedoeld gebeurt, is dat ouders juist dan meer gaan sturen of aandringen dat er gegeten moet worden. Vanuit de drukte van de avond ligt de focus op het idee dat het nu moet gebeuren, terwijl het kind op dat moment vaak vooral behoefte heeft aan rust, voorspelbaarheid, geborgenheid en gezien worden. Ook kunnen er machtsmomenten ontstaan, bijvoorbeeld door te zeggen dat het bord leeg moet of door te onderhandelen. Die dynamiek vergroot niet alleen de behoefte van het kind om controle te houden, maar kan er ook voor zorgen dat het kind sterker laat merken dat het aandacht of contact nodig heeft, bijvoorbeeld door te huilen, boos te worden of eten te weigeren. Daardoor loopt de spanning aan tafel verder op.
Wat wél werkt
Verdeel gezond eten over de dag
Een belangrijk uitgangspunt is om de focus op gezond eten en gezond leren eten over de dag te verdelen. Zie gezond eten niet als iets dat ’s avonds moet gebeuren. Overdag liggen juist kansen: ontbijt, lunch en tussendoortjes zijn momenten waarop je rustig en speels gezonde keuzes kunt aanbieden. Het avondeten hoeft dan geen inhaalmoment meer te zijn, maar kan draaien om gezellig samenzijn, rust en ontladen.Zie tussendoortjes als een kans
Tussendoortjes zijn daarbij niet alleen een snelle handeling of iets om tijd te overbruggen, maar juist een kans. Daar kun je gezonde voeding vaak makkelijker aanbieden en soms ook verstoppen, zonder druk. Kinderen staan daar vaak meer voor open dan aan een drukke, volle eettafel aan het einde van de dag.Avondeten? Temper je verwachtingen
Het helpt ook om de verwachtingen van het avondeten klein te houden. Aan het einde van de dag zijn kinderen moe en minder flexibel. Verwacht daar geen grote veranderingen, geen bord-leeg-momenten en geen moeten. Zie het avondeten vooral als een moment van samen zijn, ontladen en gezelligheid, niet als een prestatiemoment.Speel in op de ontwikkelingsfase van je kind
Daarnaast helpt het om de ontwikkelingsfase en het ritme van je kind te volgen. Overdag is er vaak meer energie, nieuwsgierigheid en is het emmertje nog leeg. ’s Avonds is er meer behoefte aan rust, verbinding en veiligheid, zeker na een dag opvang of school. Als je je aanpak daarop afstemt, voorkom je automatisch veel strijd. Het wordt gezelliger aan tafel én je kind krijgt de aanbevolen hoeveelheid groente binnen.Het bord hoeft niet leeg
Tot slot helpt het om de focus op een leeg bord los te laten. Hoe meer nadruk op je moet zoveel opeten, hoe groter de weerstand. Door de druk te verlagen en gezond eten over de dag te spreiden, ontstaat meer ontspanning. En juist daardoor ontstaat meer ruimte om vanuit veiligheid en eigen motivatie te proeven en te leren.
Eerst leren genieten, dan pas nieuwe smaken
De focus hoeft in de eerste jaren niet te liggen op stap voor stap wennen aan nieuwe smaken. Belangrijker is dat kinderen leren goed te eten en dat ze leren waarom gezond eten belangrijk is voor hun lichaam. Ook is het belangrijk dat ze leren gezonde keuzes te maken. Nieuwe smaken leren hoeft in het begin dus niet de hoofdzaak te zijn. Eerst gaat het om lekker eten, durven eten, genieten van eten en onbekend eten leren vertrouwen. Daarna ontstaat er vanzelf meer ruimte om nieuwe smaken te willen proberen.
Praktisch voor drukke ouders
Voor ouders met weinig tijd en energie helpt het om het praktisch te maken. Simpele recepten, voorbereiden en invriezen maken alles veel makkelijker.
Een handige aanpak is om in het weekend of op een vrije dag twee gerechten vooruit te maken en royaal in te vriezen. Doe dat in de eerste week op twee of drie momenten, dan kun je daar op drukke dagen een paar weken mee vooruit. Daarna kun je dat ritme opnieuw herhalen.
Ook tussendoortjes kun je vooruit maken en invriezen. Geef bijvoorbeeld een tussendoortje met verstopte groente mee naar school, dan kun je in de avond veel meer ontspannen aan tafel zitten.
Op drukke werkdagen kan het helpen om met kinderen af te spreken dat zij mogen kiezen wat er gegeten wordt. Dat werkt vooral goed bij kinderen van 3 en 4 jaar. Je kunt uitleggen dat jij op die dagen later thuis bent en dat het fijn is als zij mee beslissen. En anders kies je zelf iets uit de vriezer waarvan je weet dat zij er blij van worden. Denk aan (zelfgemaakte) pizza of spaghetti met (zelfgemaakte) saus vol groenten uit de vriezer. Weten zij veel dat dit toch een gezonde keuze is. Dat alles helpt om de dag ontspannen af te sluiten: rust, gemak, gezond eten en geen strijd.
Waarom spel vaak beter werkt dan druk
Een speelse aanpak werkt vaak goed, omdat die aansluit bij hoe jonge kinderen van nature leren. Ze ontdekken de wereld via spel en niet via druk of moeten. Spel zorgt ervoor dat kinderen ontspannen blijven. En als een kind ontspannen is, staat het meer open om nieuwe dingen te proeven en te proberen.
Dat hoeft niet ingewikkeld of geforceerd te zijn. Juist als je het niet forceert, voelt het ook niet geforceerd. Het helpt om het laagdrempelig te houden en de focus over de dag te verdelen.
De eerste hapjes leggen een basis
Ook vanaf de eerste hapjes kun je al veel doen om later minder strijd te krijgen. Daarbij helpt het om de ontwikkelingsfase goed te volgen, je kind goed te lezen en steeds uit te gaan van relatie, geborgenheid en gezellige eetmomenten. Kinderen nemen dat over. Ouders zijn daarin het voorbeeld. Zeker vanaf de eerste hapjes is vers en zelfgemaakt belangrijk. De smaak van pasta bolognese uit een potje is niet hetzelfde als de smaak van een verse pastasaus.
Kant-en-klare potjes worden vaak goed gegeten, omdat de smaak heel voorspelbaar en makkelijk is gemaakt voor jonge kinderen. Ze zijn meestal heel fijn gepureerd en zacht van structuur. Dat eet makkelijk weg en vraagt weinig. Daarnaast is de smaak vaak wat zoet en weinig uitgesproken. Bittere of sterke smaken, die juist in groente zitten, worden afgezwakt. Daardoor worden potjes op korte termijn vaak goed geaccepteerd, maar wordt de overstap naar echte smaken soms lastiger. Echte voeding heeft meer variatie, meer structuur en meer intensiteit. Juist daarom is het belangrijk dat kinderen die leren kennen.
Wat je beter niet kunt zeggen
Sommige reacties werken meestal averechts aan tafel. Denk aan belonen met een toetje, vergelijken met een broer of zus, zeggen dat een kind nog een aantal happen moet nemen, dreigen met iets voor morgen of zeggen dat een kind het heus wel lekker vindt en alleen even moet proeven.
Wat beter helpt, is rust, vertrouwen en voorspelbaarheid. Je kunt laten merken dat iets niet hoeft, maar wel mag. Je kunt benoemen dat je ziet dat je kind het nu niet wil en dat dat oké is. Je kunt ook zeggen dat je kind zelf mag voelen of ‘zijn buik’ nog wil eten, dat iets niet lekker gevonden hoeft te worden, of dat de etenstijd bijna voorbij is en er nu nog even tijd is als je kind nog iets wil. En soms helpt het al om te benoemen hoe fijn het is dat jullie samen aan tafel zitten.
Wat is normaal en wanneer moet je opletten
Veel lastig eetgedrag hoort bij de ontwikkelingsfase van 0 tot 4 jaar. Met name nee zeggen of eten weigeren, vanuit de behoefte aan autonomie en de ontwikkeling van het eigen ik, is heel normaal. Dat hoeft dus niet vanuit smaakweigering te komen. Ook willen spelen, knoeien of eten onderzoeken is normaal. En hetzelfde geldt voor sterk reageren op structuur, kleur of hoe iets eruitziet.
Dit gedrag past bij een fase waarin kinderen zelfstandigheid ontwikkelen, hun grenzen ontdekken en nieuwe dingen spannend kunnen vinden.
Trek aan de bel als …
Extra alert zijn is belangrijk als een kind structureel heel weinig eet over een langere periode, als eten bijna altijd strijd of stress oplevert, als een kind niet goed groeit of afvalt, als er angst, kokhalzen of paniek is bij eten, of als een kind langere tijd hele voedingsgroepen vermijdt, bijvoorbeeld alles met een bepaalde structuur. Veel lastig eetgedrag is normaal en tijdelijk. Maar als het structureel wordt, veel spanning geeft of invloed heeft op groei en welzijn, is het verstandig om extra ondersteuning te zoeken.
De belangrijkste boodschap voor ouders
Soms zit je aan tafel en denk je: doe ik het wel goed? Zeker als eten niet vanzelf gaat, kunnen twijfel en schuldgevoel snel opkomen. Maar het is belangrijk om te weten dat die nee niet aan jou ligt. Eetgedrag bij jonge kinderen hoort bij hun ontwikkeling. Ze ontdekken, testen grenzen en volgen daarin hun eigen tempo.
Juist omdat je het zo graag goed wilt doen, kan het soms zwaar voelen. Maar dat zegt vooral dat je een betrokken moeder bent. En dat is precies wat je kind nodig heeft.
Lees ook: Zo deal je als ouder met een opstandige peuterpuber in huis
Gezond eetgedrag is iets wat kinderen kunnen leren
Alleen niet via druk of moeten, maar op een manier die past bij hun leeftijd, ontwikkelingsfase en karakter. Als je eenmaal gaat zien hoe dat werkt, ontstaat er vaak meer rust en duidelijkheid, voor jou en voor je kind.
Vergelijk jezelf niet te veel met anderen en laat opmerkingen van buitenaf zo veel mogelijk van je afglijden. Je kind heeft geen probleem dat opgelost moet worden. En jij doet niets verkeerd. Adem een keer in en uit, heb vertrouwen in je moedergevoel en moederhart, ken je kind, begrijp de fase van ontwikkeling en vertrouw op jezelf en op het proces. Oftewel: alles is een fase. Als je begrijpt wat er gebeurt, weet je ook beter wat je kunt doen. Dat geeft vaak al veel meer rust en dan komt het echt vaak vanzelf goed.
Ontdek meer tips en adviezen van deskundige Sanne Smeets.