
Zo bepaal je de juiste bedtijd voor je kind
Veel ouders vragen zich af: wat is de juiste bedtijd voor mijn kind? Online vind je veel slaapschema’s die suggereren dat er een ideale bedtijd per leeftijd bestaat. Weet dat de juiste bedtijd per kind erg kan verschillen. Door goed te kijken naar de signalen van je kind, het dagritme en hoe het inslapen gaat, ontdek je welke bedtijd echt passend is.

Beoordeeld door
Stephanie MolenaarHolistisch slaapdeskundige (science based)
In dit artikel
- De juiste bedtijd voor je kind bepalen
- Hoe weet je of je kind te vroeg of te laat naar bed gaat?
- Ontdek het slaaptype: vroege vogel of avondmens?
- Moe na school, wat doe je?
- Deze signalen vertellen meer dan de klok
- Wat als je kind ’s avonds ineens heel druk wordt?
- Steeds uit bed en naroepen, wat doe je?
- Wanneer zoek je hulp?
De juiste bedtijd voor je kind bepalen
De juiste bedtijd voor je kind bepalen kan je als ouder soms aan het twijfelen brengen. Doe je het wel goed? Waarom slaapt je kind ineens minder goed? Logisch dat je dan houvast zoekt. Online vind je dan al snel diverse slaapschema’s die de ‘ideale’ bedtijden vermelden voor jonge kinderen. Hoewel ze als richtlijnen zijn bedoeld, doen dit soort schema’s eerder kwaad dan goed.
Ieder kind heeft andere slaapbehoeften
Ieder kind heeft namelijk heel andere slaapbehoeften die beïnvloed worden door verschillende factoren en dat vraagt aan jou als ouder om veel verder te kijken dan de klok en de leeftijd. Bovendien is ieder kind én iedere dag weer anders, waardoor je niet van bedtijden moet uitgaan. Weet dat er dus eigenlijk geen vast schema met ideale bedtijden per leeftijd kan bestaan. Juist door goed naar je kind te kijken, de gebeurtenissen van de dag mee te nemen, de wakkervensters aan te houden die passen bij de slaapontwikkeling (en leeftijd) van je kind én je gezonde verstand te gebruiken, kom je een heel eind. Zo pak je namelijk het ideale slaapmoment en slaap brengt weer slaap; een voorspelbare dag brengt je dus een voorspelbare bedtijd, waarbij het (in)slapen ook soepel gaat.

Liefdevol slaap begeleiden van 0-4 jaar
Wil je liefdevol werken aan betere slaap zonder je kind te laten huilen of strenge schema’s te gebruiken? In deze praktische online cursus van drie uur leer je hoe je inspeelt op ontwikkeling en hechting, zodat de slaap van je kind natuurlijker verloopt. Met duidelijke uitleg, voorbeeldritmes en direct toepasbare tools krijg je houvast én vertrouwen.
Naar het hele plaatje kijken
Dus had je kind een drukke of spannende dag op de opvang of op school? Of heeft je peuter weinig overdag geslapen? Dan zal je kind waarschijnlijk eerder moe zijn. Denk maar zo: als volwassene wil je soms ook eerder naar bed na een drukke dag. En ga je waarschijnlijk ook niet stipt om 22.00 slapen als je de dag later begon, voor een kind is dat niet anders. Andersom geldt ook: is je kind vrij laat uit een dagslaapje wakker geworden? Dan zal hij rond zijn gebruikelijke bedtijd misschien nog niet moe zijn.
Kortom, als je kijkt naar het totale plaatje, dan wordt al snel duidelijk wanneer het wel bedtijd is. En dat kan soms best even zoeken zijn. Weet: slapen is ook gewenning, dus met een fijn ritme kom je steeds op ongeveer dezelfde slaapmomenten uit, waardoor rondom dat moment het lichaam zich al voorbereidt op slaap. Weet dus dat het hiernaar zoeken maar tijdelijk is.
Geen dagslaap? Vuistregel: 12-12
Heeft je kind geen dagslaap meer? Dan bestaat er volgens de Droomritme Methode wel een heel handige vuistregel, voor peuters: 12-12. Dus om 07.00 uur opstaan betekent uiterlijk 19.00 uur in bed. Zo krijgt je kind voldoende slaap (het inslapen duurt namelijk gemiddeld 20-30 minuten en wakker worden is ook een geleidelijk proces, waardoor je op een gemiddelde nacht (mag onderbroken zijn) van 11 uren uitkomt. Het totaal aantal slaapuren per dag van peuters en kleuters verandert niet zoveel, ze plaatsen die uren namelijk naar de nacht zodra ze geen slaapjes overdag meer doen of naar het overgebleven slaapje en/of de nacht. De nachten worden dan langer en overdag slapen wordt uiteindelijk steeds minder en stopt zodra een kind daaraan toe is.
Hoe weet je of je kind te vroeg of te laat naar bed gaat?
Als je kind te vroeg of te laat naar bed gaat, merk je dat meestal aan het inslapen. Dat duurt dan langer dan 30 minuten, waarbij een kind dan onrustig kan zijn, juist veel hulp nodig heeft of een bedtijdstrijd kan ontstaan. Als je dat merkt, dan ben je te laat of juist te vroeg. Omdat de slaapkwaliteit dan achteruit gaat, ontstaat er meer oververmoeidheid en dat werkt weer door in de avond en nacht (slaapgedoe).
Is dit een paar dagen zo? Dan kan slapen als iets negatiefs worden ervaren en werkt dat weer door in slaapgedoe. Daarom is het goed om op de timing van de slaap te letten, met genoeg kwalitatieve slaap voorkom je veel gedoe. Je kind kan pas de slaap vatten indien alles in zijn lichaam op ‘groen’ staat wat betreft slaap. Breng je te vroeg? Dan is er nog niet genoeg slaapdruk en/of is het lichaam nog niet klaar voor slaap. Dat maakt slapen lastig of kort.
Ben je te laat? Dan is het lichaam juist weer alert, ondanks de oververmoeidheid. In beide gevallen kan er strijd rondom het slapen komen of een negatieve associatie en dat maakt juist dat slaap nog later volgt en rommeliger wordt. Een zwaluw maakt natuurlijk nog geen zomer, forceer het niet en blijf liefdevol en responsief als dit gebeurt.
Valt je kind in slaap als het eigenlijk nog te vroeg is, dan zie je vaak dat je kind later op de avond en in de nacht vaker wakker wordt of dat de dag heel vroeg begint. Ook dan wil je even naar het dagritme kijken, het kan zijn dat er overdag toch niet voldoende wordt geslapen (bijvoorbeeld omdat je kind thuis 1 dagslaapje doet maar op de opvang misschien behoefte heeft aan 2 dagslaapjes of omdat de slaap overdag simpelweg te kort is). Het werkt namelijk allemaal door.
Lees ook: Afbouwen van middagdutjes: hoe pak je dat goed aan?
Ontdek het slaaptype: vroege vogel of avondmens?
Vanaf ongeveer 3 jaar wil je ook kijken naar het natuurlijke slaapritme van je kind. Het ene kind is meer een vroege vogel, het andere kind start liever net wat later de dag. Dit wordt ook wel de chronopreferentie genoemd en is erfelijk. Deze voorkeur ontwikkelt zich bij jonge kinderen vanaf ongeveer 3 jaar en het blijft het hele leven door veranderen. Zo kan een kind in de puberleeftijd bijvoorbeeld een gat in de dag slapen.
Heeft je kind meestal moeite om vroeg in de avond te slapen?
Dan kan een te vroege bedtijd zorgen voor gedoe met slapen. Je kind is dan nog niet slaperig genoeg. Daardoor kan het lang duren voor hij in slaap valt. Je merkt dit bijvoorbeeld aan steeds uit bed komen, onderhandelen, roepen of jou nodig hebben om in slaap te vallen. Slaapt je kind nog overdag? Dan kan er ook bedtijdstrijd ontstaan, omdat er simpelweg niet genoeg wakkertijd is geweest. De slaapdruk is dan te laag om nog te slapen. Met dagslaap kom je namelijk uit op een latere bedtijd, maar dit is ook het geval bij een latere start in de ochtend. Als je kind om 9.00 uur de dag start, wil je ongeveer om 21.00 uur klaar zijn voor de nacht, maar dit maakt je kind nog geen nachtuil.
Let op! Het is belangrijk om dit niet zelf te gaan uitpuzzelen en je hierin te laten begeleiden als je denkt dat de chronotypering een rol kan spelen. Bijvoorbeeld omdat je zelf een avondmens of juist een vroege vogel bent, het is namelijk erfelijk.
Is je kind juist een vroege vogel?
Als je kind een vroege vogel is, kan zelfs een ‘normale’ bedtijd al problemen geven. Je kind raakt dan oververmoeid. En juist door die oververmoeidheid kan slapen onrustiger worden. In slaap vallen lukt minder goed, je kind kan vaker wakker worden of de volgende ochtend juist heel vroeg wakker zijn.
Kijk daarom niet alleen naar de klok, maar juist ook naar je kind. Wanneer wordt hij slaperig? Wanneer wordt hij juist drukker of huilerig? En hoe gaat het inslapen en doorslapen? Zo ontdek je beter welke bedtijd past bij het slaapritme van je kind.
Lees ook: Je kind steeds vroeg wakker? Tips voor een later begin van de dag
Moe na school, wat doe je?
Komt je kind moe uit school? Dan betekent dat niet altijd dat hij eerder naar bed moet. Schooldagen vragen veel energie. Je kind krijgt veel prikkels, moet luisteren, spelen, leren en samenwerken. Daardoor kan hij aan het einde van de dag helemaal op zijn. Vaak helpt het dan om eerst rust te geven. Denk aan een rustig moment op de bank, even voorlezen, tekenen, buiten even uitwaaien of een periode wat minder afspraken na school.
Overleg met school
Gaat je kind naar school? Dan is het ook goed om met de leerkracht te overleggen. Misschien is de schooldag erg intensief voor je kind, zijn er veel prikkels in de klas of heeft je kind extra rustmomenten nodig. Overleg met de leerkracht wat wijsheid is en haal je kind eventueel wat eerder uit school. Of las een rustdag in (of dagdeel), want een kind van 4 jaar is nog niet leerplichtig. Is je kind gevoelig? Dan kan hij behoefte hebben aan meer rust, thuis blijven of rustiger wennen. Weet dat die ruimte er is en dat je dit kunt bespreken met de leerkracht van je kind.
Deze signalen vertellen meer dan de klok
Is het nog vroeg, licht of druk in huis? Dan kan je kind moe zijn, maar toch niet goed in slaap vallen. Hetzelfde geldt als je kind gewend is om rond 20.00 uur naar bed te gaan en ineens om 18.30 uur al in bed ligt. Zijn lichaam is dan misschien nog niet klaar voor slaap. Kijk daarom steeds weer goed naar je kind. Wordt hij rustig en slaperig? Of juist druk, hangerig of snel boos? Valt hij makkelijk in slaap of duurt het lang? En wordt hij uitgerust wakker? Deze signalen vertellen meer dan de klok.
Wat als je kind ’s avonds ineens heel druk wordt?
Wordt je kind vlak voor bedtijd ineens heel druk? Dan kan dat een teken zijn dat hij eigenlijk al te moe is: het 24-uursritme heeft dan al tegengas gegeven, waardoor je kind weer ‘wakker’ is.
Op zo’n moment helpt het niet om slaap te forceren. Je kind kán dan niet in slaap vallen. Het zorgt juist voor stress (en negatieve slaapassociaties) en dat gaat niet goed samen met slapen. Reageer rustig, troost en reguleer en help je kind om weer te zakken in zijn energie. Blijf dichtbij, wacht tot het volgende moment, praat zacht en bied rust.
Moe of grenzen opzoeken?
Druk gedrag en grenzen opzoeken zijn ook vaak tekenen van oververmoeidheid. Ook dan helpt het om rustig, duidelijk en consequent te blijven. Het onderhandelen van peuters komt vaak door te weinig slaap of verkeerde slaaptijden, gecombineerd met de emotioneel-mentale ontwikkeling (eigen ik ontdekken.
Zie je dit gedrag vaker? Dan kan een eerdere bedtijd helpen. Niet pas als je kind al heel druk is, maar door de avond eerder rustig te maken. Kijk ook naar het hele dagritme, het bedtijdritueel en de leeftijd van je kind. Soms helpen ritueelkaarten, een korter of duidelijker avondritueel of een beloningssysteem.
Goed om te weten: als je kind grenzen opzoekt, heeft dit vaak dus met moeheid te maken. Het heeft niet zozeer met manipuleren of vervelend doen te maken. Het is juist een teken dat je kind verbinding zoekt en je nodig heeft.
Wat helpt meestal wel?
- eerder starten met rust in de avond (hangt van bedtijd af, regelmaat is belangrijker)
- rustig, liefdevol en voorspelbaar reageren
- dichtbij blijven als je kind je nodig heeft
- kijken of de bedtijd te vroeg of te laat is
- het bedtijdritueel aanpassen aan de leeftijd
- duidelijke stappen gebruiken, bijvoorbeeld met kaartjes
Wat helpt meestal niet?
- slapen forceren
- boos worden
- blijven onderhandelen
- je kind alleen laten worstelen met zijn onrust
- vasthouden aan een bedtijd die niet past bij het ritme van je kind
Steeds uit bed en naroepen
Komt je kind vaak uit bed of blijft hij lang roepen? Kijk dan eerst naar het totaalplaatje. Past het ritme nog? Is de bedtijd te vroeg of juist te laat? Is er iets veranderd op school, thuis of in de ontwikkeling? En hoe gaat het slapen over meerdere dagen? Passen het ritme en het ritueel bij de leeftijd van je kind?
Kijk nog eens goed naar je kind, bied hulp als hij moe is en houd het ritueel voorspelbaar. Blijf rustig, duidelijk en liefdevol.
Je kind neemt prikkels van de dag mee naar bed
Prikkels, stress en emoties van de dag kunnen veel invloed hebben op het inslapen. Een drukke schooldag, veel geluid, veel sociale momenten, spanning of veranderingen thuis kunnen ervoor zorgen dat je kind ’s avonds moeilijker tot rust komt.
Kinderen voelen alles thuis
Ook de sfeer thuis speelt mee in hoe je kind de dag verwerkt. Kinderen voelen vaak goed aan hoe het met hun ouders gaat. Kom je zelf gestrest uit je werk of staat de avond onder tijdsdruk, omdat je nog weg moet? Dan kan je kind dat merken. Dat betekent niet dat je iets verkeerd doet. Het laat vooral zien hoe belangrijk rust en voorspelbaarheid in de avond zijn.
Ook helpt het om zelf bewust te vertragen. Praat zachter, beweeg rustiger en houd het bedtijdritueel simpel. Je hoeft niet alles op te lossen wat je kind voelt. Alleen al dichtbij blijven en rustig reageren kan helpen om spanning te laten zakken.
Blijft je kind vaak onrustig in de avond?
Als je kind onrustig blijft in de avond, kijk dan nog eens naar het totaalplaatje. Hoe druk zijn de dagen? Is er genoeg hersteltijd? Past het bedtijdritueel nog bij de leeftijd van je kind? En heeft je kind misschien meer hulp nodig om prikkels te verwerken? Soms zit de oplossing niet alleen in de bedtijd, maar vooral in de uren ervoor.
Lees ook: Als je kind niet wil slapen
Wanneer zoek je hulp?
Heb je van alles geprobeerd? Maar kom je er niet uit? Als de slaapproblemen zich vaker voordoen en niet te herleiden zijn met plotselinge veranderingen als tandjes krijgen, ziek zijn, (vervelende) familieomstandigheden, starten met school of een broertje of zusje krijgen, dan kun je een (holistisch) kinderslaapcoach inschakelen.
Do’s & don’ts rondom bedtijd van je kind
Kortom, wat is nu wijsheid rondom de bedtijd van je kind? We zetten een aantal belangrijke do’s & don’ts op een rij.
Niet doen:
Je kind laten huilen om hem te ‘trainen’ om te slapen.
Vasthouden aan een vaste bedtijd, ook als die niet meer lijkt te werken.
Strakke regels volgen, zonder te kijken naar de situatie en de dag.
Alleen letten op hoeveel uur je kind slaapt.
Denken dat minder slaap helpt om je kind later beter te laten slapen.
Te snel een dagslaapje laten vallen om zo een betere nacht te krijgen (werkt niet).
Wel doen:
Kijk naar je kind in plaats van naar een schema.
Let op de ontwikkeling van je kind, het slaapritme en dingen die spelen in je gezin.
Kijk niet alleen naar de hoeveelheid slaap, maar ook naar de verdeling en de kwaliteit van slaap.
Reageer voorspelbaar en liefdevol als je kind hulp nodig heeft. Word niet boos als het slapen slechter gaat.
Gebruik je gezonde verstand: jij kent je kind het best. Vergelijk je kind niet met anderen.
Onthoud: slaap helpt om beter te slapen. Een uitgerust kind komt vaak makkelijker tot rust dan een oververmoeid kind.
Slaap maakt slaap. En daarmee groeien en ontwikkelen. Een uitgerust kind kan tijdens de wakkere momenten namelijk goed ontdekken en leren (waarmee je de hersenen inricht!) en een fijne interactie aangaan (hechten), terwijl tijdens de slaap juist al die indrukken worden verwerkt (nieuwe hersenverbindingen) en het groeihormoon wordt gemaakt. Lekker slapen is dus echt veel meer dan alleen de ogen dichtdoen.
Ontdek meer tips en adviezen van deskundige Stephanie Molenaar.