
Je kind is 1,5 jaar: volop ontdekken en bewegen
Je kind is 1,5 jaar, of anders gezegd: 18 maanden. Geen baby meer, maar een echte, nieuwsgierige dreumes. Rond deze leeftijd gebeurt er veel. Misschien stapt je kind al vrolijk door de kamer of zegt je kleintje zijn eerste woordjes en wil hij alles zelf proberen. Deze fase brengt voor jou als ouder ook uitdagingen met zich mee, maar geen zorgen: jij kunt dit!
WIJ werkt samen met een team van deskundigen. Zo blijft onze informatie up-to-date en betrouwbaar.
Op deze pagina ontdek je wat er ongeveer speelt rond de leeftijd van 1,5 jaar. Wat kun je in deze fase verwachten in de ontwikkeling van je kind en zijn gedrag? En hoe kan jij je kind helpen? Weet ook: ieder kind is uniek en volgt zijn eigen ontwikkeling. Twijfel je over iets of heb je extra hulp of advies nodig? Schroom niet om het consultatiebureau of je huisarts te bellen. Daar zijn ze juist voor!
In dit artikel
- De ontwikkeling van je kind bij 1,5 jaar
- Voeding: eten weigeren en eigen willetje
- Slaapontwikkeling bij 1,5 jaar
- Gedrag: van lieve mini naar kleine driftkikker
- De gezondheid van je kind
- Veiligheid in huis
- Spelen en leren
- Ook voor jou als ouder
- Zo beleven andere ouders deze fase
Wat zie je vaak vanaf 1,5 jaar?
Rond 1,5 jaar zie je vaak dat je kind:
- steeds meer zelf wil doen
- oefent met lopen, klimmen en bukken
- woorden begrijpt en soms al een paar woorden zegt
- wijst, nadoet of gebaren gebruikt
- meer een eigen willetje laat zien
- wisselend eet of soms eten weigert
- boos en gefrustreerd kan worden als iets niet lukt
De ontwikkeling van je kind bij 1,5 jaar
Rond 1,5 jaar groeit je kind hard in wat hij kan, snapt en wil. Je kind wordt zelfstandiger en laat steeds vaker merken wat hij zelf wil doen. Dat is mooi om te zien, maar kan soms ook pittig zijn voor jou als ouder. Je kind gaat steeds meer bewegen en zijn eigen kant op. Hij wil op ontdekking!
Veel kinderen van 1,5 jaar oefenen volop met lopen, klimmen, wijzen, pakken, nadoen en zelf eten. Ook wordt je kind nieuwsgieriger. Kastjes openmaken, de trap op willen, rommelen in de plantenbak, boekjes bekijken: alles is interessant. Je kind leert door te proberen. En vaak ook door dingen nog een keer te doen. En nog een keer. De ontwikkeling gaat niet bij ieder kind even snel. Het ene kind loopt al stevig rond op deze leeftijd, het andere kind oefent nog. Sommige kinderen zeggen al meerdere woorden, andere kinderen gebruiken vooral geluiden, gebaren of wijzen.
Ook hoe lang je kind nu is, verschilt per kind. Nieuwsgierig naar zijn toekomstige lengte? Je kunt een schatting doen op basis van een aantal gegevens. Leuk om te weten, check: bereken de lengte van je kind.
Lopen, bewegen en ontdekken
Je kleintje wordt vanaf nu steeds beweeglijker. Hij wil op ontdekking, klimmen, bukken, tillen, duwen en overal bij. Sommige kinderen lopen rond 1,5 jaar al zelfstandig los, maar dat hoeft niet. Sommige kinderen zetten hun eerste stapjes pas rond deze leeftijd of oefenen nog met lopen langs meubels. Leren lopen gaat met vallen en opstaan. Letterlijk. Geef je kind de ruimte om te oefenen, maar zorg ook voor een veilige omgeving. Denk aan traphekjes, scherpe hoeken, hete dranken binnen handbereik en losse spullen op de grond.
Ook schoenen worden rond deze leeftijd belangrijker. Loopt je kind buiten steeds meer? Dan is het fijn om goed te letten op soepele schoenen die passen bij de voet van je kind. Binnen op blote voeten of sokken met grip lopen is vaak ook prettig, omdat je kind dan goed leert voelen hoe hij staat.
De taalontwikkeling: je kind begrijpt al heel veel
Rond 1,5 jaar gebeurt er ook veel in de taalontwikkeling. Je kind begrijpt vaak al veel meer dan hij zelf kan zeggen. Hij herkent woorden, wijst dingen aan en reageert op korte zinnen. Misschien zegt je kind al woorden zoals “mama”, “papa”, “die” of “op”. Misschien praat hij nog weinig, maar begrijpt je kind wel veel en maakt hij zich duidelijk met wijzen, geluiden of gebaren. Dat verschil is vaak normaal.
Praat veel tegen je kind, ook bij gewone dingen. Bijvoorbeeld: “We doen je jas aan” of “Daar is de bal.” Dat helpt hem om woorden te koppelen aan wat hij ziet en doet. Voorlezen, zingen en samen plaatjes kijken zijn ook fijne manieren om taal te oefenen.
Maak je je zorgen omdat je kind weinig reageert, weinig contact maakt of bijna geen klanken gebruikt? Dan is het goed om extra te kijken naar de taalontwikkeling. Niet om meteen ongerust te zijn, maar wel om op tijd hulp te vragen als dat nodig is.

Voeding: eten weigeren en eigen willetje
Je kind eet nu vaak steeds meer met de pot mee. Dat klinkt gezellig, maar in de praktijk kan eten rond 1,5 jaar ook ineens lastiger worden. Je kind krijgt een eigen willetje. Wat gisteren nog favoriet was, kan vandaag ineens op de grond belanden.
Weet dat kinderen in deze fase vaak erg wisselend kunnen eten. Soms veel, soms weinig. Blijf rustig eten aanbieden en maak de maaltijd zo ontspannen mogelijk. Kleine porties werken vaak beter dan een vol bord. Je kind kan altijd nog meer krijgen. Probeer eten geen strijd te laten worden. Samen aan tafel zitten, vaste eetmomenten en zelf laten proberen helpen vaak goed. Ook als er meer naast het bord belandt dan erin. Volgende keer weer een nieuwe poging.

Tip van voedingsexpert Sanne: ‘Verstop groenten’
Is je kind een moeilijke eter en vertikt hij bijvoorbeeld groenten te eten? Verstop de groenten dan in gerechten, denk aan groene pannenkoeken met fijne stukjes spinazie, verse pastasaus gepureerd met groenten of een muffin waar je groenten in hebt verwerkt. Je kunt veel kanten op. Bied dit vervolgens gedurende de dag al aan. Zo krijgt je kind overdag ook al groenten binnen en kun je tijdens het avondeten vooral focussen op rustig samen eten.
Meer tips van voedingsexpert Sanne lezen? Lees ook: Dit heeft je kind nodig om gezond te leren eten.
Slaapontwikkeling van je kind bij 1,5 jaar
Slaapt je kind ineens minder goed in deze fase? Dan ben je niet de enige! Rond 1,5 jaar kan slaap onrustiger worden. Je kind ontwikkelt zich snel, wil meer zelf doen en kan ook meer last krijgen van verlatingsangst. Ook kunnen er kiezen doorkomen, auw! Probeer liefdevol, duidelijk, rustig en consequent te reageren als je kind moeite heeft met slapen.
Een vast slaapritueel helpt. Denk aan rustig spelen, tandenpoetsen, een boekje, knuffel en dan naar bed. Houd het ritueel simpel en voorspelbaar. Dat geeft houvast en geeft je kind een gevoel van rust.
Ook vroeg wakker worden (05.00 uur of vroeger) komt vaak voor bij kinderen in deze fase. Soms is je kind echt uitgeslapen, soms is het ritme verschoven. Kijk dan naar het hele plaatje, zoals de bedtijd, het middagdutje, de wakkertijd en hoeveel prikkels je kind overdag krijgt. Vaak ligt daar de oplossing. Hulp nodig? Vraag het consultatiebureau om advies of schakel een (holistisch) slaapdeskundige in. Samen is er vaak wat aan te doen.
Meer slaaptips voor deze fase
- Je kind wil niet slapen, wat doe je en wat beter niet?
- De 18 maanden slaapregressie: wat kun je verwachten?
Van lieve mini naar kleine driftkikker
Rond 1,5 jaar kan je kind voor het eerst flinke driftbuien krijgen. Dat komt omdat hij volop in ontwikkeling is en het hoort bij de peuterpuberteit. Je kind ontdekt dat hij een eigen wil heeft. Alleen lukt het nog niet altijd om duidelijk te maken wat hij precies wil. Ook zelf doen gaat vaak nog niet zoals je kind in zijn hoofd heeft. Dat geeft frustratie en dus vaker driftbuien. Een driftbui is dus geen uiting van ‘slecht gedrag’. Je kind is boos, moe, teleurgesteld of overprikkeld en weet nog niet goed wat hij met dat gevoel moet doen.
Hoe je daar als ouder mee omgaat? Blijf zo rustig mogelijk. Dat is soms makkelijker gezegd dan gedaan. Benoem wat je ziet: “Je bent boos, want je wilde zelf de beker pakken.” Geef daarna duidelijk aan wat wel en niet kan. Je hoeft een driftbui niet meteen op te lossen. Er gewoon rustig bij blijven helpt vaak al en geeft je kind het gevoel dat je er bent. Het gaat dan vanzelf over. Meer weten over de omgang met je pre-peuterpuber? Ontdek deze tips van psychologe Elsbeth.
De gezondheid van je kind
Ook op het gebied van gezondheid en verzorging kan er rond 1,5 jaar veel spelen. Doorkomende kiezen kunnen je kind onrustig maken. Soms merk je dat aan kwijlen, bijten, slechter slapen of minder willen eten. Heeft je kind koorts? Ga er dan niet meteen vanuit dat dit door doorkomende kiezen komt. Bij koorts kan er ook iets anders spelen.
Je kind heeft koorts bij 38 graden of hoger. Kijk niet alleen naar de temperatuur, maar vooral naar hoe je kind zich gedraagt. Drinkt hij goed, reageert hij normaal en is hij niet suf? Dan kun je het vaak rustig in de gaten houden. Bij twijfel is het overigens altijd verstandig om advies te vragen aan je huisarts.
Veiligheid in huis
Je kind wordt sneller, sterker en nieuwsgieriger. Dat betekent ook dat hij vaker op plekken komt waar hij eerst nog niet bij kon. De trap, bank, tafel, stoelen en kastjes zijn ineens heel interessant. Kijk daarom eens opnieuw naar je huis door de ogen van je kind. Wat ligt binnen handbereik? Waar kan hij op klimmen? Wat kan omvallen? Staat je koffie daar nog wel veilig? Heb je de schoonmaakmiddelen goed opgeborgen? En wist je dat het inslikken van een knoopcelbatterij levensgevaarlijk is voor je kind? Laat die dus niet per ongeluk rondslingeren in huis.
Spelen en leren
Spelen is voor je kind de manier om te leren. Blokken stapelen, bakjes vullen, boekjes bekijken, muziek maken, spullen in en uit een tas halen: het zijn allemaal kleine leermomenten. Je kind hoeft niet steeds vermaakt te worden. Zelf spelen kun je rustig oefenen. Begin klein. Zet een paar speeltjes klaar en blijf in de buurt. Sommige kinderen spelen maar een paar minuten alleen. Dat is al goed.
Samen spelen blijft natuurlijk ook belangrijk. Je kind leert veel van jouw reactie. Lach je? Wijs je iets aan? Zeg je een woord na? Dan help je je kind om de wereld beter te begrijpen.
Meer speeltips voor deze fase
Ook voor jou als ouder
Een kind van 1,5 jaar kan veel energie vragen. Je bent de hele dag aan het opletten, uitleggen, tillen, troosten en grenzen stellen. Dat kan je soms ook onzeker maken. Doe ik het goed? Is dit normaal? Moet ik strenger zijn of juist meer loslaten? Die twijfel hoort erbij. Opvoeden is geen rechte lijn. Je leert je kind steeds beter kennen, maar je groeit zelf ook mee in elke fase. Vertrouw op je moederinstinct en weet: perfecte moeders bestaan niet.
Het kan helpen om mild te zijn voor jezelf. Niet elke dag hoeft soepel te lopen. Soms is het al genoeg als iedereen aan het einde van de dag veilig, gevoed en geknuffeld is.
Zo beleven andere ouders deze fase
Elke ouder beleeft deze fase anders. De ene dag smelt je van een nieuw woordje of een dikke knuffel. De andere dag tel je af tot bedtijd na de derde driftbui. Deze persoonlijke verhalen van andere ouders laten zien hoe herkenbaar het leven met een dreumes is.
- 21 gedachten die je hebt tijdens de driftbui van je dreumes
- Jerry: als je dochter begint te praten
- De fase die eeuwig mag duren: dreumesverliefdheid
- 7x als je dreumes ondeugend wordt
De informatie op deze pagina is bedoeld als richtlijn. Zo krijg je een beeld van wat vaak past bij deze leeftijd. Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo. Misschien herken je veel, misschien juist minder. Dat is meestal helemaal normaal. Maak je je zorgen over de ontwikkeling, gezondheid of het gedrag van je kind? Neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts.