
Je kind zelf leren aankleden: zo pak je dat aan
Rond hun tweede kunnen de meeste kinderen hun kleren zelf uittrekken. Aankleden is vaak nog een stuk lastiger. Wanneer help je je kind een handje, wanneer laat je het zelf proberen en hoe zorg je dat het leuk blijft?
Zo help je op weg
Maak je kind nieuwsgierig door te laten zien hoe het de verschillende kledingstukken het makkelijkst aantrekt. Je kunt het op weg helpen door bijvoorbeeld de voeten in de broekspijpen te doen. In het begin kun je erbij blijven zitten als hij het zelf probeert. Zo voelt het zich niet alleen. Laat je kleine oefenen op dagen dat je meer tijd hebt. Dan hoef je niet snel de deur uit en hoef je het aankleden niet over te nemen.
Makkelijke kleding
Koop kleding die je kind makkelijk zelf kan aantrekken. Denk aan broeken of rokken met elastiek in de taille en jurkjes zonder lastige sluitingen. Veel kinderen dragen liever een trui met een wijde hals. Ze vinden het niet fijn als hun hoofd vast komt te zitten in de halsopening.
Als het niet lukt
Net als bij veel andere dingen op deze leeftijd, wil je kind vaak meer dan het al kan. Lukt het niet zoals het wil, dan kan hij driftig worden en stoppen met aankleden. Help je kind bij het moeilijke stukje, bijvoorbeeld door een opgerolde mouw weer goed te trekken. Geef liever de kleding de schuld dan hem. Blijf zelf rustig. Als jij ongeduldig wordt, kan hij het aankleden vervelend gaan vinden en zijn interesse verliezen.
Wat is voor en achter?
Het is handig als je ās morgens de kleding goed klaarlegt. Houd een vaste volgorde aan en leg wat eerst aan moet bovenop. Je kunt je kind leren dat het label altijd aan de achterkant zit. Nog makkelijker is een plaatje op de voorkant van de trui. Daarom kun je ook onderbroeken met een figuurtje op de voorkant kiezen.
Binnenstebuiten
Leer je kind hoe het truien en broeken aantrekt zonder ze binnenstebuiten aan te doen. Lukt het niet meteen en probeert hij het een paar keer, dan kan de voering toch aan de buitenkant zitten. Je kind ziet dat verschil vaak nog niet. Dat geldt ook voor schoenen. Jonge kinderen weten het verschil tussen een linker- en rechterschoen nog niet goed. Loopt je kind thuis trots rond met een T-shirt binnenstebuiten? Dan kun je best een oogje dichtknijpen.
Knopen en ritsen
Sommige ritsen zijn scherp. Let erop dat je kind zichzelf geen pijn doet tijdens het aankleden. Bretels, drukknopen, gespen, kleine knoopjes en ritsen zijn in het begin vaak nog te moeilijk. Er is speciaal speelgoed waarop je kind kan oefenen met verschillende sluitingen, zoals veters en klittenband. Gaat dat steeds beter, dan kun je kleding klaarleggen met grote knopen of ritsen van plastic. Zo oefent hij de motoriek en leert het ook omgaan met kleinere sluitingen.
Een stap terug
Op een gegeven moment kan je kind zichzelf goed aankleden. En dan is er ineens weer hulp nodig ⦠Dat is heel normaal. Een terugval komt vaker voor. Er moet ook veel geleerd worden. De ene dag gaat alles zelfstandig, de andere dag is er juist behoefte aan wat extra aandacht. Misschien is samen aankleden gewoon even gezellig. Of is het een manier om dichtbij je te zijn. Maak je geen zorgen: zoān fase gaat weer voorbij. Geef een compliment als het aankleden weer zelf lukt. Extra aandacht kun je ook geven tijdens het ontbijt.
Verwacht niet te veel tegelijk en maak van het aankleden iets leuks. Dan blijft je kind gemotiveerd om het zelf te doen. Controleer wel even of alles goed zit. Misschien is de wollen trui trots aangetrokken, maar het hemd vergeten.