Wat als je kind door zijn mond ademt en niet door zijn neus?

Wat als je kind door zijn mond ademt en niet door zijn neus?

Kinderen ademen normaal gesproken door de neus. Je ziet dan ook de buik rustig op en neer gaan. Het kan gebeuren dat je peuter of kleuter ineens door de mond ademhaalt. Misschien door een verstopte neus, opgezette neus- en/of keelamandelen. Maar als je kind vaker door de mond blijft ademen, dan kan dit nadelige effecten hebben. Wat kun je doen?

Allereerst is het goed om te weten dat door de neus ademen de natuurlijke en normale manier van ademen is. Bij neusademhaling ligt de tong op de juiste plaats tegen het gehemelte. Dit zorgt voor een normale ontwikkeling van de bovenkaak.

Ademt je kind door de mond?

Als je kind door de mond ademt, dan gaat de tong naar beneden en naar voren. Daarbij neemt de druk op de wangen toe. Als de mond van je kind regelmatig in rust open staat, dan noemen we dit open-mondgedrag. Je ziet de tong slap onderin de mond liggen en tegen de tanden aandrukken. En dat gebeurt niet alleen tijdens het slapen, maar ook als je kind bijvoorbeeld televisie kijkt. Als je kind langdurig ademt door zijn mond is het verstandig om actie te ondernemen. Mondademhalen kan negatieve gevolgen hebben voor o.a. de ontwikkeling van de kaak, tanden en spraak.

Hoe ontstaat mondademhaling?

Mondademen kan ontstaan door duimzuigen, vingerzuigen of speenzuigen, (neus)verkoudheid, vergrote amandelen, slappe mondspieren of allergieƫn.

TIP! Lees hier hoe je duimzuigen en speenzuigen kunt afleren.

Nadelige gevolgen voor kaak, tanden en spraak

Langdurig mondademen kan negatieve gevolgen hebben voor de ontwikkeling van je kind. Zo leidt het tot een smal en hoog gehemelte. De bovenste tandenrij krijgen een V-vorm, in plaats van de normale U-vorm. Hierdoor krijgen de tanden geen ruimte om netjes op een rij te komen. Er ontstaat ook een verkeerde manier van slikken, waarbij de tong tegen de voortanden drukt en die tanden naar voren komen te staan. Je kind kan last krijgen van een open beet, scheefgroei van tanden en/of kaak, oor- en keelontstekingen. Ook slissen, minder duidelijk praten en een slappe mondmotoriek kunnen de gevolgen zijn van langdurig mondademhalen.

Dit kun je doen: samen oefenen

Ademt jouw kind vaak door de mond? Je kunt hem leren om door de neus te ademen. Noteer allereerst wanneer je kind door de mond ademt en hoe lang hij dit doet. Is dit meer dan 40 procent van de tijd? Probeer dan de volgende oefentips om de lippen sterker te maken.

Let hier op voordat je gaat oefenen

Zorg dat je kind goed door zijn neus kan ademen voordat je begint. Kan je kind niet goed door de neus ademen? Ga dan langs de huisarts, noem het bij je bezoek aan het consultatiebureau of vraag het de jeugdverpleegkundige of -arts op school. Misschien is iets met de neus aan de hand.

Paar keer per dag oefeningen doen

Oefen samen een paar keer per dag op vaste tijdstippen. Begin kort en maak de tijd steeds langer tot elke dag tien minuten. En wissel de oefeningen af, zo houd je het speels en ongedwongen. Geef complimentjes als je kind door de neus ademt. En geef vooral niet te snel op. Het kan wel een aantal maanden duren voordat je kind het mondademhalen afleert.

12 Oefeningen om door de neus te leren ademen

  • Met de lippen op elkaar aan iets ruiken of doen alsof.
  • Met korte snufjes inademen.
  • Liedje neuriĆ«n.
  • Iets tussen de lippen vasthouden (niet tussen de tanden) bij het televisie kijken, tekenen of voorlezen. Bijvoorbeeld een knoop of hangertje. Bevestig deze wel aan een koordje om inslikken te voorkomen.
  • De lippen tien tellen op elkaar persen en da loslaten.
  • Bolle wangen maken met de lippen op elkaar. Tot tien tellen en dan de wangen weer leegblazen.
  • De lippen laten trillen (auto nadoen).
  • Bellen blazen.
  • Pingpongballetje of watje over de tafel blazen.
  • Drinken door een rietje.
  • Konijnenmondje maken: de neus tien keer optrekken
  • Met en zonder geluid overdreven ā€˜ie-oeā€™ zeggen (sirene).

Wanneer hulp zoeken?

Helpen de oefeningen niet (voldoende)? Dan is het verstandig om naar een gespecialiseerde logopedist te gaan. Die kan je kind helpen door middel van oro-myofunctionele therapie (OMFT). Dit helpt een verstoord evenwicht in het functioneren van de spieren in en rond de mond herstellen. Voor logopedie heb je geen verwijzing nodig. Dat is alleen het geval als je zorgverzekeraar hier specifiek om vraagt. Je kunt ook eerst even met je huisarts overleggen.

Lees ook: Alles over de taalontwikkeling bij kinderen vanaf 1 jaar