In bad en onder de douche

in bad en onder de douche opvoeding

Je kind hoeft in principe niet elke dag in bad: om de twee dagen is ruim voldoende. Je kunt je kind het beste ‘s avonds in bad doen. Zo kan hij schoon en lekker rozig zijn bedje in. Als jij hem eerst wast (hij kan jou daar natuurlijk bij helpen), kan hij zich daarna even uitleven. Een kwartiertje in bad is lang genoeg: zo kan hij niet te veel afkoelen en droogt zijn huid niet uit. Als jullie geen bad hebben, of als je kind liever staat, kan hij ook genieten van een warme douche.

Voorbereiding

Zorg dat het in de badkamer niet te koud is en dat het er niet tocht. Je kunt het beste het bad vooraf vullen met water dat niet te warm is, maar lauw aanvoelt. Badschuim is in principe niet nodig, maar je kleintje vindt die schuimvlokken natuurlijk prachtig. Speciaal kinderbadschuim is mild voor zijn huid en het ruikt bovendien lekker. Het is het makkelijkst als je alle spullen vooraf klaarlegt. Dat geldt ook voor de handdoek: je kunt je kind dan meteen afdrogen zodat hij het niet koud krijgt.

Veiligheid

Het is verstandig om eerst de warme, en daarna de koude kraan uit te draaien. Til je kind in bad en voeg vervolgens geen warm water meer toe. Je kunt speciale stickers of matjes voor in bad kopen: zo is de bodem minder glad. Een handdoek op de bodem heeft hetzelfde resultaat. Zorg dat je zelf ook niet uitglijdt en leg een matje voor het bad. De stop kun je beter pas lostrekken als je kleine al uit bad is. De stop kan natuurlijk geen kwaad, maar hij kan schrikken van het gorgelende geluid.

Ook al gaat de telefoon of de deurbel, of ook al zit je kind met een ouder broertje of zusje in bad, je moet er altijd bijblijven. Vertel je kind duidelijk wat wel en niet mag. Hij mag wel een speeltje pakken, maar hij mag nooit aan de kraan komen. Als je een washand om de kraan wikkelt, kan hij er niet zo makkelijk bij. Bovendien is het zo minder pijnlijk als hij zich stoot.

Als hij niet in bad wil

Misschien is je kind een beetje bang als hij in bad zit. Gebruik dan minder water (bijvoorbeeld een laagje van vijf centimeter), of zet eerst het kleine badje in het grote bad. Samen in bad met een broertje of zusje is al minder eng en het is natuurlijk ook erg gezellig als jij bij hem komt zitten. Je kunt je kind afleiden door hem bij het wassen te betrekken: geef hem bijvoorbeeld zijn eigen doucheschuim en zijn eigen spons.

Plastic badspeelgoed en een grappige washand maken van badderen een heus avontuur. Een liedje zingen of een spelletje doen, is ook leuk. Als je kind echt niet in bad wil, kun je het beste even geduld hebben en hem voorlopig met een washandje wassen. Je kunt ook af en toe met hem naar het zwembad gaan: daar gaan jullie na afloop samen onder de douche.

Douchen

Bij douchen is het nog belangrijker dat je de temperatuur van het water goed afstelt. Water dat een meter naar beneden valt, koelt behoorlijk af. Sommige kinderen vinden de douche heerlijk, anderen houden er niet van als er water op hun gezichtje spettert. Zet de straal dan zachtjes en zet je kind eventueel een plastic zonneklep op.