Test: hoe vaak trap jij in de opvoedvalkuil?

Test: hoe vaak trap jij in de opvoedvalkuil? Peuter kleuter

Opvoeden gaat beter en makkelijker als je weet wat jouw opvoedvalkuilen zijn. Doe onderstaande test en lees hoe opvoeden voor jou en je kind (nog) leuker wordt!

1. Je bent met je energieke kind in de speeltuin. Na een uurtje wil je weer naar huis. Tegen je kind op de glijbaan zeg je: 
A “Je mag nog twee keer glijden en dan gaan we.” 
B “Ga je zo mee met mama?” 
C “Kom, we gaan nu naar huis.” 

2. Je zegt twee keer tegen je dochter dat zij haar jas moet pakken. Ze doet het niet. Jij: 
A “Je bent al drie, waarom luister je niet?” 
B pakt zelf haar jas, anders schiet het niet op. 
C zegt het nog een keer en geeft een waarschuwing. 

3. In de supermarkt ziet je kind een zak snoep, die hij meteen wil hebben. Als je zegt dat je geen snoep wilt kopen, werpt je zoon zich gillend op de grond. Jij:
A probeert je kind tot bedaren te brengen.
B denkt: laat hem maar even.
C geeft hem een snoepje uit de zak die je straks gaat afrekenen.

4. Je kind is een puzzel aan het maken en vraagt jouw hulp. Jij:
A “Welke puzzelstukje denk je dat past? Kijk eens naar kleur.”
B “Kijk, dit stukje is het!”
C gaat door met wat je aan het doen bent.

5. Je vraagt aan je kind of hij stil kan zijn als jij een telefoontje moeten plegen. Je kind luistert goed en houdt zich koest. Na afloop:
A maak je van de gelegenheid gebruik nog even een vriendin te bellen.
B beloont hem met een snoepje.
C zeg je: “Wat goed van jou dat je even stil was.”

6. Je hebt bezoek en je kind wil voortdurend je aandacht. Jij:
A verontschuldigt je bij je bezoek en negeert je kind.
B probeert bezoek en je kind te vermaken.
C wordt boos en zet hem op de gang.

7. Je dochter geeft haar kleine broertje een fikse duw. Jij:
A “Mama vindt dat niet lief, ga maar even weg.”
B “Duwen mag niet. Als je het nog eens doet, ga je naar de gang.”
C “Je mag straks niet mee naar oma.”

8. Je hebt slecht geslapen en een drukke dag gehad. Je kind vraagt je aandacht: Jij:
A zet hem een half uurtje voor de tv, zodat je er straks weer voor hem kunt zijn.
B geeft hem een zakje chips.
C vraagt of hij je met rust wil laten.

9. Je dochter weigert ook maar een hap te eten. Jij:
A “Je maakt mama heel verdrietig en boos.”
B smeekt, moppert en slooft je uit om haar een paar hapjes te laten eten.
C “Oké, maar we hebben afgesproken dan ook geen verhaaltje als je naar bed gaat.”

10. Je kind valt, heeft zich pijn gedaan en huilt. Jij:
A “Ach, dat valt best mee.”
B geeft je kind wat lekkers, dan is het verdriet zo voorbij.
C neemt de tijd om hem te troosten.

11. Jouw kind verveelt zich. Jij:
A “Wat zou je kunnen gaan doen?”
B “Waarom vind je je autootjes niet leuk?”
C vraagt je hardop af waarom hij niet zo lief speelt als andere kinderen.

12. Je wilt liever niet dat je kind veel snoept. Je moeder verwent hem echter keer op keer met snoep. Jij:
A moppert op oma in het bijzijn van je kind.
B spreekt oma hier rustig op aan als je kind er niet bij is.
C zegt tegen je kind dat hij niet zoveel mag snoepen.

13. Je komt je dochter ophalen bij een vriendinnetje en ze wil niet mee. Jij:
A pakt haar na twee keer zeggen op en neemt afscheid.
B “Als je niet luistert, mag je hier nooit meer spelen.”
C stelt het vertrek tot twee keer toe uit in de hoop dat ze dan wel meegaat.

14. Je zoon is erg van streek door een voorval op het kinderdagverblijf/kindspeelzaal. Jij:
A stapt meteen naar de leiding toe.
B troost hem door te zeggen dat dit erbij hoort.
C luistert naar zijn verdriet en woede.

15. Je zegt dat je niet wilt dat er in huis met zand wordt gespeeld. Je dochter blijft hierom dreinen, huilen, schreeuwen. Jij:
A wordt uiteindelijk ook boos en verheft je stem.
B legt het nog een keer uit.
C gaat er niet op in en gaat door waar je mee bezig bent.

16. Je zoon van bijna drie knoeit vreselijk tijdens het eten, alles zit onder. Jij:
A “Je moet wel netjes leren eten!”
B denkt: hij is tweeëneenhalf, hij gaat het wel leren.
C “Zo moeilijk is het toch niet?”

17. Je zoon van drie wil zijn speelgoed niet opruimen. Jij:
A “We gaan samen opruimen, jij pakt de rode blokken en ik de gele.”
B “Als je nu niet opruimt, geef ik je blokken aan een ander kind.“
C “Ach, laat maar zitten … ”

18. Je dochter is aan het tekenen, het lukt niet en ze gooit met haar potloden. Jij:
A “Zal mama het voor je tekenen?”
B “Ik zie dat je boos bent, wil je dat ik je help?”
C “Met huilen schiet je niets op.” 

Puntentelling

Tel je punten op en kijk hieronder hoeveel punten jouw antwoorden waard zijn. Wat zijn jouw opvoedvalkuilen? 

1 A=3 B=2 C=1
2 A=1 B=2 C=3
3 A=2 B=3 C=1
4 A=3 B=2 C=1
5 A=1 B=2 C=3
6 A=3 B=2 C=1
7 A=2 B=3 C=1
8 A=3 B=1 C=2
9 A=1 B=2 C=3
10 A=1 B=2 C=3
11 A=3 B=2 C=1
12 A=2 B=3 C=1
13 A=3 B=1 C=2
14 A=2 B=1 C=3
15 A=1 B=2 C=3
16 A=2 B=3 C=1
17 A=3 B=1 C=2
18 A=2 B=3 C=1

18 t/m 26 punten

Oei, jij trapt in veel opvoedvalkuilen! Nu zijn het nog kleine conflicten die er tussen jou en je kind spelen, maar die kunnen behoorlijk uit de hand gaan lopen. Begin met de basisregels van opvoeden. Vooraf problemen voorkomen door afspraken te maken en consequent zijn, is zo’n basisregel bijvoorbeeld. Waarschijnlijk wordt opvoeden voor jou dan ook leuker en makkelijker. Je kunt eens langs gaan bij het Centrum voor Jeugd en Gezin voor vragen over opvoeden.

27 t/m 45 punten

Prima! Je weet veel opvoedvalkuilen te omzeilen en dat is fijn voor jou en je kind. Je voorkomt een hoop gedoe door vooraf duidelijke afspraken te maken en je weet hoe je je kind moet stimuleren om zelf dingen te ontdekken. Je kunt op opvoedkundig gebied nog een slag maken door bijvoorbeeld het zeer praktische boek How2talk2kids, effectief communiceren met kinderen door Adele Faber en Elaine Mazlish te lezen. Hierin wordt verteld hoe je beter kunt omgaan met negatieve gevoelens van je kind en hoe je grenzen stelt. Maar ook hoe je kind verantwoordelijkheid voor zijn gedrag leert nemen en zelf met oplossingen komt. Een aanrader!

46 t/m 56 punten

Complimenten! Je weet de bekende opvoedvalkuilen goed te omzeilen. Tussen jou en je kind zijn er weinig heikele punten. Opvoeden gaat je goed af. Je hebt daarom genoeg tijd om te genieten van je kind en samen leuke dingen te doen. Ga zo door, maar blijf alert op de valkuilen, vooral als je het druk hebt.