Taalontwikkeling

De taalontwikkeling gaat tussen het tweede en vierde levensjaar van je peuter heel hard. Zijn woordenschat wordt steeds groter. Ook leert hij zinnen maken. Dit maakt dat hij beter aan jou kan vertellen wat hij bedoelt. Ook wordt zijn denkwereld steeds groter.

Nieuwe woorden

Je kunt je kind helpen, door te noemen wat jullie zien. Van de dingen in huis tot in de winkel. Van wat jullie zien op de fiets tot bij eten. Als je peuter het woord kent, kan hij er ook over nadenken. Praat ook over gevoelens en emoties. Het is goed als hij weet wat hij voelt en dit eventueel kan benoemen. Dit is goed voor jullie band en de sociale ontwikkeling.

Tweewoordzinnen

Je kind leert tussen zijn eerste en tweede verjaardag zinnen met 2 woorden maken. Hij kan op deze manier veel aan jou vertellen. Om hem te stimuleren, praat je wel in volzinnen terug. Op deze manier kan hij rond de 2,5 jaar zinnen met 3 tot 5 woorden maken. Vanaf dat moment gaat het snel.

Grammatica

Je kind leert vanaf het moment dat hij zinnen met 2 woorden maakt, ook de taalregels kennen. Dit gaat als vanzelf, als hij anderen hoort praten in zijn omgeving. Vanaf 2,5 jaar gaat hij de grammatica ook zelf toepassen. Bijvoorbeeld met enkelvoud en meervoud, in het vervoegen van werkwoorden, het verschil tussen ik/jij en mijn/jouw. Dit laatste heeft te maken met het feit dat hij op deze leeftijd onderscheid maakt tussen zijn eigen persoon en de ander. Hij leert vraagzinnen maken in de juiste volgorde.

Uitspraak

Als dreumes is het nog wel eens moeilijk om je kind te verstaan. Hoewel: als ouder begrijp jij hem vast prima. Maar buitenstaanders niet. Op de peuterleeftijd is zijn mondmotoriek al een stuk beter. Toch kunnen bijvoorbeeld de letters 'R' en 'S' moeilijk uit te spreken zijn voor hem.

Achterstand in taalontwikkeling

Heb je het idee dat je kind achterloopt in zijn spraak- en taalontwikkeling? Sommige kinderen hebben een handje hulp nodig bij het ontwikkelen van hun spraak en taalgevoel. Dit hoeft niet meteen te betekenen dat er iets mis is. Het is wel goed om je kind in de gaten te houden. Dit zijn de signalen waar je op let als je kind ca. 3 jaar is.

Je peuter:

  • kent weinig woorden en/of gebruikt vaak dezelfde
  • heeft moeite om op een woord te komen
  • maakt korte zinnen en/of veel kromme zinnen
  • begrijpt vaak niet wat er wordt verteld of luistert niet
  • stil en praat weinig
  • praat onverstaanbaar
  • gebruikt werkwoorden verkeerd

Logopedist

Soms pakt een kind het ineens wel goed op. Als je je echt zorgen maakt, neem dan contact op met een logopedist. Deze onderzoekt de taalkennis en uitspraak van je kind. Eventueel kan de logopedist je kind doorverwijzen naar een audiologisch centrum of de KNO-arts, als het vermoeden bestaat dat je kind niet goed hoort.

Oefeningen

De logopedist zelf kan met je kind oefeningen doen en werken aan woordenschat, zinsbouw en uitspraak. Je wordt als ouder ook bij de behandeling betrokken en krijgt huiswerk mee om thuis te oefenen. Als er echt sprake is van een taalontwikkelingsstoornis (TOS), dan is ook dit goed te behandelen. Met name als het tijdig wordt onderkend.