De mentale voorbereiding op het ouderschap

De mentale voorbereiding op het ouderschap

Als je een kind krijgt, bereid je je voor op het ouderschap. Je maakt de babykamer af, regelt kraamzorg en slaat een kast vol rompertjes en hydrofiele doeken in. Maar heb je je ook mentaal voorbereid? En hoe doe je dat eigenlijk?

Geschreven door Karin Broeren

“Praktisch voorbereid was ik zeker, mentaal blijkbaar niet.” Aan het woord is Ella (31), moeder van twee dochters van 5 en 1. Ze heeft het ouderschap enorm onderschat vertelt ze. “Hoewel ik echt wel verhalen van vriendinnen had gehoord, maar misschien dat ik die te veel langs me heen liet gaan door mijn roze bril.” Niet alleen werd Ella overrompeld door de negatieve effecten van slaaptekort op haar welzijn, ook de impact op haar relatie heeft ze onderschat. Net zoals de plotselinge beperkingen in haar vrijheid. “Tuurlijk zei iedereen dat mijn vrijheid binnenkort helemaal weg was. Maar ik dacht: als ik ergens heen wil, regel ik wel oppas. Maar zelfs binnenshuis werd ik compleet in beslag genomen door mijn baby. Dat overviel me enorm en ik vond het heel lastig om daarmee om te gaan.”

Daarnaast had ze in het begin het gevoel dat ze ‘maar wat deed’. “Ik had eigenlijk helemaal geen kennis over de ontwikkeling en het opvoeden van kinderen. Ik wist niks over het effect van mijn gedrag op het gedrag van mijn kind en hoe ik mijn kind tot een goed functionerend, emotioneel gezond kind kon laten opgroeien. Bij de verloskundige en op het consultatiebureau ging het daar nooit over. Er werd alleen naar de fysieke gezondheid en cognitieve ontwikkeling van mijn kind gekeken. Uiteindelijk ben ik zelf maar veel gaan lezen over het ouderschap.”

Pats boem: je bent een ouder

Niet alleen Ella, maar heel veel ouders worden verrast door de mentale impact van het ouderschap. Uit onderzoek van de Hogeschool Utrecht blijkt dat veel ouders beter voorbereid hadden willen zijn. Dat hier maar weinig aandacht voor is, vindt Rhodé van den Berg dan ook jammer. Ze is pedagoog en biedt cursussen voor (aanstaande) ouders over de vorming van de ouderschapsrol en de ontwikkeling van het kind. Ook schreef ze het boek Geboorte van een ouder, over de kracht van mentale voorbereiding op het ouderschap.

“In de meeste rollen die je vervult in het leven groei je gaandeweg”, legt ze uit. “De rol van vriend(in) of van werknemer bijvoorbeeld. En bevalt je baas of partner je niet, dan kun je op zoek naar een andere werkgever of maak je je relatie uit. Maar de rol van ouder is daar ineens, pats boem. Het is een permanente rol en je zult voor altijd vader of moeder van jouw kind blijven. Deze identiteitsreorganisatie, zoals we dat noemen, is veel ingrijpender.”

Als kersverse ouder ga je, net als je kind, door allerlei mentale ontwikkelingen. “Deze ontwikkelingen hebben een impact op de relatie tussen ouder en kind. Wat een kind op jonge leeftijd leert in de relatie met zijn ouders, vormt een blauwdruk voor de rest van zijn leven. Verloopt dit proces goed, dan heeft je kind een grotere kans op een gezonde mentale ontwikkeling. Maar ben je aan het struggelen, dan kan dit de relatie tussen je kind en jou beïnvloeden en daarmee de ontwikkeling van je kind.” Dit komt omdat je met zorgen of angsten snel naar je overlevingsbrein schiet en je dan mentaal minder beschikbaar bent voor je kind legt Rhodé uit. “Hierdoor kun je soms signalen en behoeften van je kind over het hoofd zien. Dit gebeurt iedereen en is heel menselijk. Maar hoe langer zo’n mentale struggle duurt, hoe langer dit de relatie beïnvloedt en er patronen ontstaan waarbij je kind en jij niet tot jullie recht komen.”

Probeer niet te vervallen in negatieve familiepatronen

Esther (34), moeder van een driejarige zoon, herkent dit maar al te goed. Helaas is ze zelf niet in een zorgeloos, warm gezin opgegroeid. Er was volgens haar onder meer sprake van veel ruzie en constante spanning in huis. “Toen ik alles voor elkaar had, een relatie, huis en leuke baan , dacht ik dat ik klaar was voor het ouderschap. Achteraf had ik geen idee.”

Esther was er dan wel praktisch klaar voor, mentaal was ze nog niet zover. “Ik wilde alles wat mijn ouders verkeerd hadden gedaan, zelf goed doen. Omdat dat allemaal ingesleten patronen zijn, is daar best wat zelfreflectie en doorzettingsvermogen voor nodig. Mijn grootste angst werd werkelijkheid: de geschiedenis herhaalde zich. Gelukkig niet in die mate dat bij mijn ouders het geval was, maar ik vertoonde veel destructief gedrag en deed soms juist de dingen waar ik bij mijn ouders zo’n hekel aan had. Ik schreeuwde bijvoorbeeld veel tegen mijn partner, terwijl ik vroeger die heftige ruzies thuis háátte.”

Omdat het moederschap Esther constant deed herinneren aan haar eigen jeugd, raakte ze somber en boos - mede door de combinatie van stress en weinig slaap. “Ik kon niet goed meer voor mezelf, mijn relatie en ook niet voor mijn kind zorgen. Ik was erg ongeduldig met mijn zoontje en trok het constante huilen slecht. Mijn partner heeft uit noodzaak veel van de zorg van hem in het eerste jaar overgenomen. Ik ben opnieuw therapie gaan volgen en dat heeft goed geholpen. Maar achteraf gezien had ik voor mijn zwangerschap al aan de slag moeten gaan met mijn problemen, zodat ik een betere moeder was geweest voor mijn kind in het eerste jaar.”

Voorkomen is beter dan genezen

De vraag is of het overrompelende gevoel wat veel nieuwe ouders ervaren, voorkomen kan worden. In hoeverre kun je je daadwerkelijk mentaal voorbereiden op het ouderschap? “Bewustzijn vooraf helpt al ontzettend veel”, legt Rhodé uit. “Als je vooraf weet welke thema’s gaan spelen en waar jouw eventuele valkuilen zitten, kun je deze bij jezelf herkennen wanneer het aan de orde komt - en tot actie overgaan. Ga voor jezelf na of het lukt om hierin een weg te vinden of dat je wellicht hulp nodig hebt van bijvoorbeeld een therapeut of psycholoog.” Daarnaast adviseert de pedagoog om bijvoorbeeld voor een halfjaar na de bevalling alvast een reminder in je agenda te zetten om bij jezelf te checken: hoe gaat het? Waar zitten mijn valkuilen?

Rhodé werkt in haar boek met een soort stappenplan. Als het spaak loop bij een bepaalde stap in het nieuwe ouderschap, zijn de volgende stappen ook veel moeilijker te maken, legt ze uit. “De eerste stap is een heel basale: kun je als ouders je baby in leven houden? Soms heb je het zelf niet in de hand en kan je kind een levensbedreigende aandoening of ziekte hebben, wat zorgt voor angst en spanning. Dit kan ten koste gaan van de hechting met je kind.” Gaat de eerste stap goed, dan kun je naar de tweede kijken: een primaire relatie aangaan met je kind.

“Ben je bijvoorbeeld bij de eerste stap bang dat je kind overlijdt, dan komt er meteen spanning op die relatie te staan. Want hierdoor wil je je misschien niet te veel hechten aan je kind. Maar is je kind gezond en ben jij mentaal oké, dan is deze stap makkelijker gezet.” Heb je een liefdevolle band opgebouwd? Dan kun je gaan kijken naar een ondersteunde omgeving. “Kun je hulp accepteren? Heb je kinderopvang? Heb je familie in de buurt? Een stevige basis creëren waar je op terug kunt vallen, is ontzettend belangrijk en wordt vaak van tevoren onderschat. Tot slot kom je dan bij de identiteitsreorganisatie. Kun je je ouderschapsrol in je leven integreren naast je andere rollen? Kun je naast moeder ook nog vriendin zijn en collega? Waar loop je tegenaan en kun je hier een oplossing voor vinden? Heb je alle stappen gezet, dan bied je alle voorwaarden voor een emotioneel-veilige basis voor je kind.”

‘Ik spreek je later’

Ella en Esther hadden zich achteraf gezien beter kunnen voorbereiden. Ella: “Eigenlijk alle ouders die ik spreek, zeggen ze dat ze er achteraf gezien veel te naïef ingingen. Ik denk dat dat er ook een beetje bij hoort. Vriendinnen probeer ik te waarschuwen dat er heel veel op ze af gaat komen. Maar tijdens het gesprek merk ik vaak al: het komt niet binnen, ze zit op haar roze wolk. Ik spreek je later nog wel, denk ik dan.”

Dit artikel is eerder verschenen in magazine WIJ.

Beeld: iStock.com/Ridofranz