Renuka werd geestelijk mishandeld tijdens haar zwangerschap en na de   geboorte van haar zoon

Renuka werd geestelijk mishandeld tijdens haar zwangerschap en na de geboorte van haar zoon

Een kind heeft toch een vader nodig, dacht Renuka (38) steeds. Maar daar leek de vader zelf toch anders over te denken. Tijdens de zwangerschap ging het na een paar maanden bergafwaarts met de relatie en na de geboorte van Rishaan (nu 3) werd het menens: “Hij zette me gewoon op straat.”

Geschreven door Alice ten Napel

“Ik wil mijn verhaal vertellen”, vertelt Renuka. “Niet anoniem, gewoon onder mijn eigen naam. In de Surinaamse cultuur is het een taboe om te praten over zaken die niet goed gaan en al helemaal niet als het gaat over mishandeling. Ik hoop dat ik andere vrouwen in dezelfde situatie kan aanmoedigen om hun eigen weg te gaan en sterk te blijven.”

Hij had nog een kind

“Toen ik mijn partner ontmoette in 2015, via een dating site, viel ik als een blok voor hem. Ik val doorgaans op echte Hollandse mannen. Hij is donker en lang en de eerste indruk was goed. We hadden het leuk samen. Omdat we allebei fulltime werkten, brachten we alleen de weekenden met elkaar door. We maakten dan uitstapjes naar Antwerpen of gingen een dagje naar Limburg. We waren gelukkig. Al na één maand gaf hij aan een kind met mij te willen. Ik had die wens ook, maar we wachtten tot 2017 voor ik zwanger raakte. Toch was er iets waar ik de vinger niet op kon leggen. Ik maakte plannen, om een huis voor ons samen te huren of kopen, ik wilde sparen. Maar bij alle initiatieven die ik nam, haakte hij steeds af. Was het onzekerheid of angst, ik kwam er niet achter. Hij blokkeerde als ik vragen stelde, blowde veel en werd dan verbaal agressief. Als ik iets zei, was het nooit goed. Uiteindelijk kwam ik erachter dat hij al een kind had uit een eerdere relatie. Zoiets zeg je toch normaal gesproken, dat is toch geen struikelblok?”

Kiezen voor mijn baby

“Een aantal keer zette hij me buiten. Daarna had hij spijt van zijn boosheid en vroeg hij me hem te vergeven. Ik was zwanger en kon door alle stress niet meer werken. Het erge is: ik heb altijd gewerkt, ben heel zelfstandig. Maar zelfs de gynaecoloog in het ziekenhuis zei me rust te nemen. Na een goed gesprek met zijn moeder en oudste broer, met wie ik een goede band had, besloot ik de keuze te maken voor de baby en mijzelf. Dat was nu belangrijker dan werk. Ik trok zelfs bij haar in. ‘Je bent nu mijn dochter, ik ga voor je zorgen’, zei ze. In de laatste maanden van de zwangerschap zei zijn broer dat het toch echt belangrijk was om proberen samen te wonen. We zouden straks een gezin zijn. Hij trok in bij zijn vriendin en wij mochten zolang in zijn koophuis. Het duurde niet lang of ik zag op de tablet ineens een intiem gesprek dat hij met een andere vrouw had. Was het de moeder van zijn oudste kind of ging hij vreemd met iemand anders? Ik ben er nooit achter gekomen. Ik confronteerde hem ermee, maar hij werd kwaad en zei: ‘Ik hoef jou niet en dat kind ook niet.’ Enorm pijnlijk, die opmerking kwam hard binnen. Ik belde mijn beste vriend, die me ophaalde. Ik bleef twee weken bij hem in Amsterdam logeren. Ik had veel verdriet en door alle toestanden zelfs bloedverlies.”

Mijn moeder kon vertrekken

“Uiteindelijk heb ik hem gebeld. ‘Wat er ook is gebeurd, ik vind het belangrijk dat mijn kind opgroeit met een vader’, zei ik. Ik wilde alles accepteren op dat moment. Precies wat hij wilde. Ik ging terug, maar hij had de macht. Er was elke keer wel wat. Een paar keer sleurde hij me mee. Naar de verwarming, naar de deur, naar bed. ‘Jij hebt niemand, ik heb mijn familie’, zei hij dan. Gek genoeg nam hij rond de bevalling twee weken vrij en zorgde hij heel goed voor me. De bevalling in het ziekenhuis was een hel. Ik had 24 uur weeën en wilde natuurlijk bevallen, maar het werd uiteindelijk een keizersnee.

Onze zoon Rishaan was door alle stress geboren met een waterbreuk (hydrocele) en had een lui oog. Vijf dagen verbleven we samen in het ziekenhuis. Ook tijdens de kraamtijd thuis ging het nog goed. Maar toen de kraamverzorgende weg was, ging het weer fout. Mijn lieve moeder was overgekomen uit Suriname om ons te helpen. Maar hij trok het niet, schold me uit en maakte ruzie met mijn moeder. Hij zette zelfs haar koffers in de gang: ze kon vertrekken. Ik vond dat zo erg. Zelf was ik nog herstellende van de keizersnee, maar daar werd geen rekening mee gehouden. Mijn moeder kon gelukkig bij haar zus en zwager logeren.”

Politie kwam meteen

“Toen Rishaan vijf weken was, kregen we weer ruzie. Ik kon het niet meer verdragen. De slapeloze nachten door de nachtvoedingen en de stress eisten hun tol. Hij steunde me in niets, ik stond er helemaal alleen voor. Ik probeerde het nog uit te praten, maar hij reageerde door een tas te gooien, precies in de richting van Rishaan die in zijn wipstoeltje lag. Toen werd ik voor het eerst écht boos: stel je voor dat hij de kleine had geraakt … Hij wilde me slaan, ik zei: ‘Kom maar, ik ben niet bang voor je.’ Hij telde tot 10, werd kalm, maar zette me vervolgens in mijn hemd en onderbroek op straat. Ik kon nog net mijn jas grijpen. Het was februari en stervenskoud. Ik had geen sleutels, geen telefoon. Hij was binnen met mijn baby, maar hoe hard ik ook klopte, hij deed niet open. Ik liep rondjes om na te denken. Dit kon niet en ik vertrouwde hem niet. Ik moest de politie bellen. Ik leende de telefoon van een Marokkaanse jongen die bij de bushalte stond te wachten. De politie nam het direct serieus en was er snel. Mijn partner kreeg een waarschuwing: nog één keer zoiets en je hebt een probleem, zeiden ze. Mij raadden ze aan om een Blijf van mijn Lijf-huis in te schakelen.”

Papieren en spullen verzamelen

“Ik moest dingen regelen en ben nog twee dagen gebleven. Ik wilde mijn papieren en die van mijn zoon verzamelen en de spullen die ik nodig had. Mijn nichtje kwam me helpen met inpakken. Hij keek inmiddels niet meer om naar ons, ook niet naar Rishaan. ‘Ik heb al afscheid genomen, ik hoef hem niet en zo wen ik er alvast aan dat ik hem niet meer zie’, zei hij. Een volwassen vent, dacht ik, waarom zegt hij zoiets? Ik was heel verdrietig, maar ik besloot het ook te laten voor wat het was. Voor nu. Hij dreigde me opnieuw op straat te zetten, als ik niet binnen twee uur weg was, zou hij al mijn spullen op straat zetten. Ik waarschuwde opnieuw de politie. Met een paar man zijn ze bij ons gebleven tot ik alles wat ik mee kon nemen bij elkaar had. Mijn neef haalde ons op en we trokken bij mijn tante in voor twee maanden.”

Ik hoef me niet te schamen

“Gelukkig kreeg ik al snel een eigen plek. Anderhalf jaar woonde ik samen met Rishaan in een studio. Ik woon inmiddels in Utrecht en ben echt gelukkig. Ik werk weer na tweeënhalf jaar vrijwilligerswerk. Ik ben nu zorgassistent en ga beginnen met de opleiding Maatschappelijk Zorg Social Work. Rishaan doet het heel goed. Ik was bang dat hij achterstanden zou hebben door de stress en de situatie toen, maar hij is heel vlot, volgens de leidsters van het kinderdagverblijf. Ik heb geprobeerd via Veilig Thuis een omgangsregeling te organiseren met mijn ex. Maar zelfs in hun bijzijn werd hij agressief en begin hij te schelden. Hij liet zijn ware aard zien en ook de hulpverleners besloten: ‘Hier stoppen we mee. Hij mag niet meer bij jou thuis komen.’ Zijn familie, met wie ik daarvoor een goed contact had, koos uiteindelijk voor hem. Jammer, zij maakten de keuze.

Nog altijd voel ik de naweeën van wat ik heb meegemaakt. Als ik negatieve energie voel in mijn omgeving, neem ik direct afstand. Ik heb veel steun gehad van mijn ouders, vrienden en aan mijn geloof. Het is jammer dat het zo is gelopen, want ik heb echt van die man gehouden. Maar ik weet ook dat ik me niet hoef te schamen. Niemand is perfect en ik doe heel hard mijn best. En ik ben vooral blij dat ik sterk genoeg was om voor mezelf en mijn zoon op te komen.”

Dit artikel is verschenen in magazine WIJ.