Je kind vergelijken met anderen, waarom doen we dat toch steeds?

Je kind vergelijken met anderen, waarom doen we dat toch steeds?

Zodra je moeder bent geworden, staat je leven op z’n kop. Niet alleen ben je 24/7 verantwoordelijk voor een klein hummeltje, je belandt ook in de Wereld der Moeders. Een wereld van steun bij elkaar zoeken, (ongevraagd) advies krijgen, maar ook van vergelijken. “Slaapt die van jou al door?” “Oh, die van mij loopt al.” “Is hij nog niet zindelijk?”. Journalist Karin Broeren vraagt zicht af: waarom doen we dat eigenlijk? En worden we daar wel zo blij van?

Geschreven door Karin Broeren

“Mees kan al fietsen zonder zijwielen!” Ik stuur trots een appje naar twee vriendinnen met het bijbehorende filmpje. Ik krijg lieve reacties terug en teksten als: “Oh, dat zie ik Tessa nog niet doen hoor.” Ik voel me direct zo’n clichémoeder: zo’n opschepperig typje dat even wil laten weten dat haar kind bovengemiddeld fantastisch is. Direct stuur ik: “Ach, Mees is weer laat met andere dingen hoor”, om wat minder pocherig over te komen. Ook tijdens gesprekken met mede-moeders gaat het al snel over wat het ene kind wel kan en het andere kind (nog) niet. Mijn zoontje komt er vaak prima vanaf, en ik merk dat ik dan stiekem trots ben en me opgelucht voel. En ergens vind ik dat stom van mezelf. Want wat als dat niet zo was geweest?

Ruim 80 procent van de moeders ervaart een vergelijkingsstrijd

Het lijkt wel alsof je niet aan vergelijken ontkomt, zodra je een kind op de wereld zet. Ook uit onderzoek uit 2017 blijkt dat ruim 80 procent van de moeders een vergelijkingsstrijd ervaart tussen moeders, als het gaat om de ontwikkeling van hun kinderen. Ook interessant: bijna een kwart (24 procent) van de ondervraagden geeft aan te voelen dat het succes en de populariteit van hun kind afstraalt op de eigen status. Oei. Uit ander onderzoek onder meer dan 1100 moeders, blijkt dat meer dan de helft van de Nederlandse moeders zich wekelijks afvraagt of ze het wel goed doet als moeder. Als je die onderzoeken naast elkaar legt zul je begrijpen dat een vergelijkingsstrijd niet heel wenselijk is als we met z’n allen al zo onzeker zijn.

Waarom vergelijken we ons kind?

De grote vraag is natuurlijk: waarom gaan we zo massaal vergelijken als we eenmaal moeder zijn? Anouk Broeders, GZ-psycholoog gespecialiseerd in zwangerschap en geboorte, legt uit. “Vergelijken doen we allemaal als mens, maar in deze fase van je leven komt het meer tot uitdrukking omdat moeder worden een enorm ‘life-event’ is. Dat leidt ertoe dat de spanning hoger is, er meer onzekerheid speelt en je - in het geval van een geboorte - in een rollercoaster belandt vol emoties. Wat je dan vaak ziet, is dat moeders grip proberen te krijgen en met het hoofd gaan sturen. Dit kan door je kind te gaan vergelijken met andere kinderen.

Het is fijn om te merken dat je kind het goed doet, dat geeft geruststelling. Maar de uitkomst van de vergelijking kan ook leiden tot nóg meer onzekerheid. Er zal altijd wel een onderwerp zijn waar je kind niet zo goed uit de bus komt.” Vergelijken kan volgens de psychologe leiden tot meer leed. “Je ziet bijvoorbeeld zelf al dat je kind later dan gemiddeld is met lopen. Als je vervolgens je kind ook nog met andere kinderen gaat vergelijken, wordt de worsteling erger.” Kortom: we gaan onze kinderen vergelijken omdat we onzeker zijn, maar vervolgens worden we zelf - of die andere moeder - nóg onzekerder. Klinkt niet heel effectief.

De invloed van perfecte plaatjes op social media

Vergelijken is iets van alle tijden, maar de laatste decennia is er nog een factor bijgekomen, waardoor het vergelijken misschien wel tot een hoogtepunt is gekomen: social media. Anouk: “Social media drááit om vergelijken. Gelukkig zie je wel steeds vaker posts over dat het leven echt niet allemaal rozengeur en maneschijn is, maar vervolgens staat er wel weer een mooi gestylede foto bij. Het is ook moeilijk om leed in beeld te brengen. Dat gebeurt veel meer in echt contact. Als je die moeder met die perfecte gezinsplaatjes onder vier ogen spreekt, zal ze waarschijnlijk ook eerlijk over de minder mooie kanten van het moederschap praten.”

En vaders dan, hoe zit het daarmee? Zij lijken minder gevoelig voor vergelijken. “Ik weet niet goed wat de impact op vaders is. Wel valt me op dat op sociaalmaatschappelijk niveau de zorgrol vaak nog bij de moeder ligt. Wellicht zijn moeders toch geneigd om zich sneller verantwoordelijk te voelen voor de kinderen.”

Vergelijken en vergeleken worden: how to handle it?

Eigenlijk ontkom je niet aan vergelijken. Doe je het niet zelf, dan doet die andere moeder het wel voor je. Hoe zorg je dan dat je niet in die valkuil van het vergelijken stapt óf dat het je niet onzeker maakt? Anouk: “Onzeker voelen is een heel normaal gevoel in het moederschap. Bedenk goed voor jezelf wanneer je aan het observeren bent en wanneer aan het oordelen bent. Als je je daar bewust van bent, kun je afstand nemen van de gedachten die je belasten. Je hoeft namelijk niet alles aan te nemen wat je hoofd produceert.

Neem je gedachten niet altijd even serieus.” Veel moeders hebben bovendien de lat ontzettend hoog liggen. “Probeer afstand te houden tot die moet-gedachten. Besef dat soms je ‘gedachtentrein’ weer aangaat, en dat je daar niet altijd wat mee hoeft. Accepteer wat je voelt, soms voel je je kwetsbaar, onzeker of verdrietig. Als je door die worsteling heen bent, kun je vervolgens nagaan: wat vind ik nou eigenlijk écht belangrijk in het moederschap? Wat zijn mijn dromen? Dan kun je veel beter daarop gaan koersen.”

Dit artikel is geschreven door Karin Broeren en is eerder verschenen in magazine WIJ.