8 voornemens die ik overboord gooide toen de baby er eenmaal was

8 voornemens die ik overboord gooide toen de baby er eenmaal was

Tijdens de zwangerschap van haar oudste had journaliste Karin Broeren helemaal uitgedacht hoe ze haar zoon tot de perfecte burger ging opvoeden. Ze had in gedachten al bijna de award voor beste moeder in ontvangst genomen. Totdat hij eenmaal geboren was. Toen werden die voornemens één voor één de prullenbak ingegooid.

Geschreven door Karin Broeren

1. Aan de borst

Natúúrlijk ging ik borstvoeding geven, je wil je kind tenslotte toch de beste start geven? Maar had iemand er ook even bij kunnen zeggen dat dat nog weleens anders kan lopen? Mijn baby hapte niet goed aan, mijn man raakte in blinde paniek van een baby die maar bleef afvallen, mijn kraamverzorgster bleef maar pushen en ik sliep niet door alle stress en het nachtelijke gehannes met die tiet. Na drie weken van veel te weinig slaap, kolven en ruzies met de echtgenoot, heb ik het kolfapparaat uit het raam gesmeten en ben ik fanatiek de fles gaan geven. Wát een verademing. En dat schuldgevoel? Dat viel - na eenmaal die beslissing te hebben genomen - hartstikke mee. Wij gedijden met z’n allen namelijk een stuk beter op de fles. So be it.

2. De nachtdiensten

Bij baby numero uno had mijn man slechts twee weken vrij, voordat hij weer dagelijks het kantoor binnenstapte. Partnerverlof bestond toen nog niet. En dat arme schaap zou het natuurlijk niet trekken: ’s nachts flesjes geven en luiers verschonen als hij de volgende ochtend weer op tijd zijn bed uit moest. Aangezien ik verlof had, zou ik de nachten voor mijn rekening nemen. Tuurlijk! Maar het verschil tussen mijn partner en mij? Hij valt na een voeding direct weer in slaap. Ik heb vervolgens nog twee uur plafonddienst en een uur later mag ik weer op komen draven voor de volgende voederronde. Na een aantal weken was ik volledig uitgeput. Een les voor de volgende baby: werk of geen werk, de nachtdiensten worden gelijk verdeeld.

3. Schermtijd

Ik weet nog goed dat ik zelfs toen mijn zoontje al geboren was, tegen mijn partner zei: ‘We laten hem het eerste jaar écht geen tv kijken hoor!’

Hahaha.

Totdat bleek dat ons kind zichzelf totaal, maar dan ook totáál niet kon vermaken en wij iedere dag fulltime als animatieteam fungeerden. Het hele huishouden lag op zijn gat omdat meneer entertainment wilde. Tenzij … Juistem. Dat scherm is tot op de dag van vandaag een echte lifesaver. Als ik even iets voor mijn werk moet doen, als ik op zolder een wasje moet draaien of opvouwen, of als ik simpelweg éven geen ‘mama, mama, mama!’ meer kan horen: Bob de Bouwer, Sam de brandweerman, Paw Patrol. Hij vindt het fantástisch. En ik dus ook.

4. Jurken en hakken

Als je moeder bent hoef je jezelf toch niet direct te verslonzen? Dat dacht ik toen ik nog geen moeder was. Nou, mijn naaldhakken staan sinds mijn duo-baan als journalist en moeder vooral stof te happen in mijn schoenenrek. Die joggingbroek draait daarentegen overuren. Gelukkig groeide ik in mijn nieuwe functie als moeder en werd het leven met baby gedurende de rit steeds makkelijker. Zo liep ik na een aantal maanden weer wat vaker met gewassen haar en oorlogskleuren op m’n snoet over straat. Maar bij die tweede? Daar heeft het - omdat ik twee keer zo druk ben - toch een hele poos geduurd voordat ik er weer een beetje acceptabel bijliep op mijn ‘vrije’ dagen.

5. Potjes

Alleen vers voedsel: ons kind zou niet aan de potjes gaan. Nu moet ik zeggen dat onze kinderen potjes ook echt niet binnenhouden (en geef ze eens ongelijk), maar na al dat gekook en gepureer bij baby nummer één peinsde ik er niet over om bij zijn zusje weer urenlang in de keuken te staan. Kinders, ik heb óók behoefte aan een beetje vrije tijd. Dus - lang leven het millennial-moeder-tijdperk - leeft mijn baby nu op kant-en-klare, vriesverse babymaaltijden die ik online bestel (dikke tip!). Met pijn in mijn immer gierige hart bestel ik die veel te dure maaltijden, maar nondeju wat ben ik blij als ik ’s ochtends simpelweg een maaltijd uit de vriezer hoef te trekken. En gezond dat het is!

6. De slaapplek

Mijn man en ik waren het roerend met elkaar eens: de baby ging níet in ons bed slapen. En bij ons zoontje hielden we dat ook vol. (Achteraf gezien niet zo moeilijk. Die jongen sliep en slaapt als een roos in zijn eigen bed. Dan is consequent zijn niet zo moeilijk hè?) Maar zijn zusje? Die slaapt eigenlijk al vanaf dag één in ons bed. Met twee kinderen hebben we werkelijk de puf niet om ’s nachts met haar te gaan bekvechten over haar favo slaapplek. Ik heb inmiddels geleerd dat het randje van ons bed ook ongelooflijk comfortabel ligt. (Tip: zorg dat je een extra groot tweepersoonsbed hebt zodra je een baby mag verwelkomen. Ook dit valt in de categorie ‘lifesaver’.)

7. Consequent zijn

Tuurlijk wil je als ouder consequent zijn, ook ik. Maar na de zoveelste peuterdriftbui heb ik nou eenmaal geen zin meer in een discussie over het aantal rozijnen dat hij mag. Of in een uiteenzetting over het verschil tussen een bank en een springkussen. En dus hoor ik mezelf verdacht vaak ‘nou vooruit, voor deze ene keer dan hè!’ zeggen. Of doe ik simpelweg alsof ik niet zie dat ‘ie nog twee volle handen chips pakt. Ik ben ook ontzettend goed in het rechtpraten van mijn eigen inconsequenties. Ik bedoel: hij eet ’s avonds ook al niks, dan is het maar beter dat ‘ie overdag in ieder geval nog wat chips binnenkrijgt. Toch?

##8. Mijn eigen leven In het pré-moedertijdperk had ik best een leuk, afwisselend leven. Ik sprak regelmatig af met vriendinnen, ging sporten, werkte fulltime, bezocht zo nu en dan een kroeg of bioscoop en at regelmatig buiten de deur. Hoe moeilijk kon het zijn om dat te blijven doen, zolang je maar goed zou afspreken met je partner wanneer wie weg kon gaan? Nee, moeilijk is het niet om zulke dingen te plannen. Maar de energie ervoor vinden? Vanaf het moment dat mijn oudste geboren werd, heb ik geen dag meer de sportschool van binnen gezien - en geen dag gemist, overigens. Ook heb ik me verkeken op het feit dat ik door de lange dagen en vele gebroken nachten geen puf meer had (lees: heb) om ’s avonds nog de deur uit te gaan. Elke minuut slaap die ik kan meepakken, pak ik mee. Die kroeg komt wel weer als de kinderen (eindelijk!) hebben ontdekt hoe fijn uitslapen is …

Dit artikel is eerder verschenen in magazine WIJ.