
Kimberley's mono-mono tweeling (deel 3): 'Eindelijk thuis'
Na een emotionele zwangerschap en een vroeggeboorte met 29+3 weken mochten wij na bijna negen weken ziekenhuis dan eindelijk naar huis. We hebben er zo naar uitgekeken en thuis kon het genieten dan echt gaan beginnen. Maar nu een jaar later, terugkijkend op afgelopen jaar bleek dit allemaal heel anders want thuis begon het besef en de verwerking pas echt.
Deel 1 en 2 van Kimberleys verhaal zijn eerder geplaatst. Heb je die nog niet gelezen? Bekijk ze hier:
- Kimberley was zwanger van een zeldzame mono-mono tweeling
- Kimberley’s mono-mono tweeling (deel 2): ‘Ik voelde me schuldig’
Verwerken wat er was gebeurd
Thuis begon het besef en de verwerking pas echt. Het drong tot me door dat ik mijn eigen kinderen na de geboorte niet meteen heb kunnen vasthouden. Dat ik ze wekenlang niet écht dichtbij kon hebben en hen het grootste deel van de dag alleen door het glas zag.
Ik mocht ze niet oppakken als ze huilden. Ik was bang om de verpleegkundige te helpen bij een verschoning, en zelfs bang om van de kleine overwinningen te genieten, omdat ik wist dat het elk moment weer anders kon zijn.
De dag dat we naar huis mochten
Na zo een tijd in het ziekenhuis was dit natuurlijk een speciaal moment. Eindelijk mochten de meiden naar huis en kon het “normale” leven gaan beginnen. Maar al snel werden we weer met onze neuzen op de feiten gedrukt. Ons verhaal was anders. Net voordat wij wilde uitchecken in het ziekenhuis kwamen er weer artsen langs en kregen wij nog allemaal informatie over waar we op moesten gaan letten zodra we thuis waren. Opeens kwam er weer zoveel op ons af.
Sondevoeding, prikkels en terugvallen
Sondevoeding geven hadden we al in het ziekenhuis geleerd, maar daar bleef het niet bij. We kregen het advies om te wachten met kraamvisite en het laten vasthouden van onze meiden, omdat te veel prikkels bij prematuur geboren baby’s hun drinken konden verstoren of zelfs tot een terugval konden leiden. Ook kregen we uitleg over het verder leren drinken, het in de gaten houden van hun ademhaling en nog veel meer. Veel van die informatie kwam maar half binnen. Naar huis gaan was iets waar we lang naar hadden uitgekeken, maar het bleek ook spannend. In de auto merkte ik al hoe onrustig ik was: steeds keek ik of de meiden nog goed ademhaalden.
Thuis bleef ik onzeker
Thuis bleef dat gevoel helaas. De meiden deden het goed, maar de knoop in mijn maag bleef. Als ze iets te lang stil waren, hing ik meteen boven de box. ’s Nachts sliep ik slecht, bang dat er iets met ze zou gebeuren. Ze waren eindelijk thuis, maar was dit dan die roze wolk waar iedereen het over heeft? Zo voelde het nog niet. We zagen ze wel elke dag groeien, maar drinken deden ze nog steeds niet helemaal zelf. Moest ik me daar nu weer zorgen over maken?
Lees ook: Bianca: ‘Roze wolk? Niet hier …’
Weg met de sonde
Eén van onze dochters was ook helemaal klaar met haar sonde en trok deze er soms wel drie keer per dag uit. De voedingsmomenten gingen stroef. Het genieten van een borstvoedingsmoment of een fles zat er nog niet in. En opeens kregen de meiden het door! Doordat ze sterker werden, dronken ze uiteindelijk best snel hun flesje leeg en mocht eindelijk de sonde eruit. Geen zorgen meer over of de sonde wel goed zit en over wanneer de meiden nou zelf zouden gaan drinken. Dit stukje konden wij afsluiten.
Kraamvisite
Eindelijk gingen we kraamvisite inplannen, maar meteen dacht ik weer aan het gesprek in het ziekenhuis. We moesten voorzichtig zijn met prikkels. De vreugde werd daardoor weer minder. We planden niet te veel bezoeken en besloten dat alleen een klein groepje familie de meiden mocht vasthouden. Zou dat goed gaan? Die waarschuwing uit het ziekenhuis bleef door mijn hoofd spelen. Als ze maar geen terugval kregen, als ze maar niet ziek werden. Toch lukte het me langzaam om dat los te laten, zeker omdat de meiden er gelukkig goed op reageerden.
De eerste check up
Het bleef goed gaan met de meiden en na een paar weken moesten zen voor het eerst naar het prematurennazorgbureau. Bij deze controle bleek dat de meiden niet goed gegroeid waren en werd er afgesproken dat wij dit zelf thuis twee keer in de week gingen bijhouden en zouden doorbellen aan de artsen. De gewichten bleven te laag, de meiden kregen daarom extra voeding om aan te komen naast mijn moedermelk.
Is mijn melk niet genoeg?
Ook hiermee groeide ze niet voldoende en de artsen begrepen even niet meer waarom. Mijn zorgen werden weer groter. Voor mijn gevoel sloten wij elke keer een zorgelijk hoofdstuk af om eigenlijk weer in een ander terecht te komen. De meiden bleven slecht groeien en voor mij werd het mentaal steeds zwaarder om ze van borstvoeding te voorzien. ‘Is mijn melk niet goed genoeg?’ Hun vroeggeboorte voelde al als falen en nu was dit gevoel er weer. ‘Waarom kan ik als moeder mijn meiden niet gezond houden?’. Maar stoppen met kolven wilde ik ook niet want dat voelde als opgeven. Ik bleef kolven ook al zat ik soms huilend aan de kolf.

Kunstvoeding als advies
Ondertussen groeide de meiden nog steeds minimaal en werd er vanuit het ziekenhuis geadviseerd om toch over te gaan op kunstvoeding. Ik besloot mezelf niet langer te kwellen en langzamerhand te stoppen met kolven. Het ziekenhuis had gelijk want de meiden gingen eindelijk beter groeien. Ik was opgelucht maar ook voelde het als falen. Mijn lichaam liet de meiden voor de zoveelste keer in de steek en van deze gedachten kwam ik niet zomaar af. Ook waren mijn hormonen door het stoppen van de borstvoeding weer helemaal van slag. Ik voelde nog steeds (fantoom)schopjes in mijn buik terwijl de meiden al naast me lagen in de box. Dit was erg confronterend omdat de meiden eigenlijk nog steeds veilig in mijn buik hoorde te zitten. Gelukkig kwamen we steeds dichterbij mijn uitgerekende datum en vielen gelukkig sommige gedachtes langzamerhand weg.
Ook je verhaal delen?
Heb jij een bijzonder, mooi, ontroerend of grappig verhaal en wil je die graag met andere mama’s (to be) delen? Deel je verhaal van ongeveer 500-800 woorden via redactie@wij.nl. Extra leuk als je ook 2 á 3 foto’s meestuurt. Wil je graag anoniem blijven? Dat kan. Vermeld dit er dan bij. Let op: verhalen die elders al online verschenen zijn, worden niet gepubliceerd.