Mijn regenboog bevallingsverhaal: ‘Ik dacht: wachten met persen? Wacht jij maar eens als je dit voelt.’

bevallingsverhaal

Iedere week vertelt een mama haar bevallingsverhaal. Deze week het verhaal van een mama die vertelt over het hoe je verdergaat als je zwanger bent, na het verlies van je eerste baby. 'Ik moest worden ingeleid, de zwangerschap was geestelijk niet meer te doen.'

Eindelijk mochten wij ons melden bij het ziekenhuis. Voor het eerst in weken voelde ik mij volkomen kalm. Ik zou worden ingeleid. Een verpleegkundige kwam mijn gegevens controleren en praatte met ons. Met haar beste bedoelingen vroeg ze waarom ik werd ingeleid. Ik vertelde haar dat het geestelijk niet meer te doen was. ‘De koek was op’, grapte ik nog. Met een voorzichtige glimlach zei ze dat het altijd spannend is een eerste kindje. Een klap in het gezicht. Een beetje geïrriteerd vertelde ik haar dat dit niet ons eerste kindje was, dat ons eerste kindje was overleden in een vroege termijn. Ik vroeg of dat nergens in het dossier stond. En of ze dat wilde doorgeven aan haar collega’s, want het was best een gevoelig onderwerp. Mijn vriend tikte me aan en met haar staart tussen der benen liep ze weg. ‘Kom op’, zei ‘ie tegen mij en ik voelde zijn afkeurende blik. Misschien was ik toch zenuwachtiger dan dat ik op dat moment realiseerde.

'Steeds dichterbij de kamer van onze nachtmerrie'

Na een tijdje werd ik gehaald voor mijn onderzoek. Ze zouden kijken of ik al ontsluiting had en dan bepalen wat de beste manier van inleiden zou zijn. Terwijl wij steeds verder de afdeling op liepen, begon ik de deuren en de getallen te herkennen. Bij elke deur kwamen we steeds dichterbij waar we een jaar geleden onze grootste nachtmerrie hadden doorstaan. Ally* is geboren in kamer 10. Gelukkig mochten wij een kamer om de hoek in en stond daar de dokter op ons te wachten.

Ik had 2 cm ontsluiting en de ballon werd geplaatst. Als een eend liep ik terug naar mijn kamer. De verpleegkundige kwam steeds langs voor een praatje. Ik begon me toch wel schuldig te voelen. Tijdens een van haar controles vertelde ik dat ik soms een beetje fel kon reageren. Het zat me allemaal erg hoog en het was voor ons heel belangrijk dat Ally* erkend zou worden als onderdeel van ons gezin. We hadden een fijn gesprek en voor ze wegliep kneep ze even in mijn schouder.

Weeën opwekkers

Die avond viel mijn ballon eruit. Zo blij als een kind drukte ik op de bel. Maar helaas had ik op dat moment nog geen wee gehad. Een halfuur later voelde ik steeds vaker de krampen in mijn buik opkomen. En deze hielden de hele nacht aan. Halverwege de nacht werd ik gek van de pijn, maar na een controle zat ik nog maar net op 3 cm. Om 7 uur mocht ik naar de verloskamer. Mijn vliezen zouden worden gebroken. Toen de rommel van het vruchtwater was opgeruimd, kreeg ik weeën opwekkers.

Bij de volgende controle zag de dokter dat ik het zwaar had. Mijn ontsluiting zat op 5cm en het werd steeds lastiger om rustig te blijven. Ik gilde het uit en maakte de opmerking dat ik niet snapte waarom mensen zo veel kinderen kregen. Ik kreeg het advies om toch iets van pijnstilling te nemen maar dat was niet wat ik wilde. Met elke wee kwam er meer paniek. Mijn vriend drukte op de bel en zei: ‘Nu is het genoeg. Je hebt te veel pijn, je doet het super, maar nu gaan we om pijnstilling vragen.’ Ik keek hem aan en wist dat hij gelijk had. Hij heeft mij het afgelopen jaar meer zien lijden dan wie dan ook. Maar dit was een pijn die verholpen kon worden.

Pethidine prik

Ik kreeg de pethidine prik. Zo kon ik mijn rust pakken, maar bleef ik bij elke wee toch helder genoeg om alles mee te maken. Ik zat ondertussen op ruim 6 cm en het was dan ook nu of nooit. Met veel twijfel ging ik akkoord en voordat ik het wist, viel ik in een diepe bijna slaap. Ik hoorde alles om mij heen en bij elke wee kwam ik weer bij. Ik was zo rustig dat ik mezelf hoorde snurken. Ik voelde me heerlijk en besloot dit middel ook voor thuis te willen hebben.

Bij de volgende wee begon ik een raar gevoel te krijgen van onder. De verpleegkundige stond in de kamer met mijn vriend te praten. Tijdens een helder moment vertelde ik haar dat ik het idee had dat ik moest poepen. Ze vertelde dat als ik moest ik het maar gewoon moest laten lopen. Vanwege de medicatie was het nu niet verstandig om naar de wc te lopen. Mijn man en ik kennen geen schaamte, want we zijn al een tijd samen, maar hier liggen poepen terwijl hij naast mij zat te kijken vond ik toch een dingetje. De verpleegkundige legde haar hand op mijn knie en zei: ‘Ik ruim het echt gelijk op je merkt er niets van.’

'Na weken van tranen waren ze nu echt op'

Het gevoel kroop weer op in mijn buik en voor ik het wist kwam er een oerdrang uit mijn lijf. Ik begon te persen met alle kracht. De verpleegkundige schrok ervan en drukte gelijk op de rode knop. Ze zei dat ik heel even moest wachten met persen. ‘De dokter komt er aan’. Ik dacht: wachten? Wacht jij maar eens als je dit voelt. De dokter was er heel snel en zag gelijk hoe de situatie ervoor stond. Alle spullen werden in rap tempo klaargezet en voordat ik het wist, mocht ik gaan persen. Met Mike aan de ene kant en de verpleegkundige aan de andere kant tilde ik mijn benen de lucht in en perste met alles wat ik had. Het gevoel dat je kind uit je lichaam komt, vergeet ik nooit. Met de laatste wee voelde ik haar lichaampje mijn lichaam verlaten. Ze werd op mijn buik gelegd. Ze huilde en deed voorzichtig haar oogjes open. En ik kon alleen maar naar haar staren. Ik nam elke cm in mij op en probeerde de tranen naar buiten te persen. Maar na weken van tranen waren ze nu echt op. Ons meisje was geboren en ze leeft. Naast mij stond een snotterende vader die minder moeite had om zijn tranen te laten lopen. Ook hij had zo lang uit gekeken naar dit moment. Het moment dat we eindelijk konden gaan beginnen aan ons leven als gezin.

Deel je verhaal

Wil je ook graag je verhaal aan andere mama's (to be) vertellen? Dat kan! Schrijf een blog (500 - 800 woorden) en stuur die naar redactie@wij.nl. Wie weet delen we jouw verhaal binnenkort op de kanalen van WIJ. Verhalen kunnen ook anoniem geplaatst worden. Let op: we delen geen verhalen die elders gepubliceerd zijn.