Zoontje geboren met 27 weken zwangerschap

Farina en Roy: ‘Ons hele leven is overhoop gegooid’

De zoon van Farina en Roy werd na nog geen 27 weken zwangerschap geboren en lag daarna maandenlang in het ziekenhuis. De impact op hun leven was enorm: ze kregen psychische problemen, raakten hun werk kwijt en hun relatie kwam onder druk te staan. “Om dit goed te kunnen doorstaan moet je je gezin op één zetten.”

Farina - “Wij waren twee jaar samen toen ik stopte met de pil. Al snel hadden we een positieve zwangerschapstest, wat waren we blij! Dat sloeg helaas om toen ik een paar dagen later bloedingen kreeg, die het hele eerste trimester aanhielden. Bij de 20 weken echo bleek ook nog eens dat ik veel te weinig vruchtwater had. Ik moest thuisblijven en het rustig aan doen.”

Roy - “Toen Farina 26 weken zwanger was, voelde ze de baby een paar dagen niet meer. ‘s Nachts kreeg ze opeens pijn in haar buik. Ik zei: ‘Kom op, we gaan naar het ziekenhuis.’ Uit voorzorg. Daar bleek ze ernstige zwangerschapsvergiftiging te hebben; pre-eclampsie. Vanaf toen ging het ineens de verkeerde kant op.”

Farina - “Ik werd in het ziekenhuis opgenomen tot ik zou bevallen. Het was de bedoeling dat we de zwangerschap 12 weken zouden rekken. Dat werden uiteindelijk maar 4 dagen. Toen ging het zo slecht met Jayden dat hij onmiddellijk gehaald moest worden. Ik kreeg een spoedkeizersnee.”

Roy - “Jayden was heel klein, hij woog slechts 525 gram. Hij lag in de couveuse en we konden niets anders doen dan afwachten hoe het verder met hem zou gaan. Dat vonden we allebei heel spannend.”

Farina - “Na een maand werden we ’s nachts gebeld. ‘Het gaat niet goed met jullie kind, jullie moeten nu komen', werd er gezegd. We schrokken ons kapot. Ze hadden ontdekt dat een deel van zijn darm ‘verrot’ was en dat deel moest in ieder geval worden verwijderd. Maar er bestond een kans dat zijn hele darm verrot zou zijn en dan zou hij het niet overleven. Ik heb dit moment als heel traumatisch ervaren, omdat het zo abrupt was.”

Roy - “We hebben twee uur in spanning zitten wachten in een kamertje. Zal hij het redden of niet? Gelukkig ging het goed; er was een deel van zijn darm verwijderd en hij kreeg een stoma. Niet lang daarna werd hij verplaatst van de intensive care naar de high care.”

Farina - “Weer een maand later kregen we te horen dat hij waarschijnlijk blind zou worden, zijn ogen groeiden niet goed. Hij werd met de babyambulance naar een gespecialiseerd ziekenhuis gebracht en daar gelaserd aan beide ogen. Weer zaten we in spanning over de afloop. Maar ook dit ging goed gelukkig.”

Roy - “Na vier maanden mocht hij eindelijk naar huis. We verheugden ons op zijn thuiskomst en op een redelijk normaal leven. Maar twee dagen voordat hij naar huis mocht, bleek hij een bacteriële infectie te hebben. Hij heeft toen nog een maand langer in het ziekenhuis gelegen.”

Farina - “Tijdens de hele ziekenhuisperiode had ik veel stress en was ik enorm verdrietig. Soms wilde ik Jayden niet bezoeken, zo moeilijk had ik het ermee. Elke dag werd hij geprikt, of kreeg hij een infuus, of werd er een slangetje in zijn neus geplaatst. Dan huilde hij van de pijn en dat deed mij als moeder dan ook heel erg veel pijn. Op een gegeven moment kon ik het niet meer aan en zijn er dagen geweest dat ik niet bij hem wilde zijn. Dat voelde vreselijk, maar ik deed het om mezelf te beschermen.”

Roy - “Ook voor mij was het een stressvolle periode, maar ik sloot me daarvoor af en deed wat er nodig was. Zo zorgde ik voor de planning van alle ziekenhuisafspraken en de dagelijkse bezoekjes, zodat Farina zich meer op zichzelf en Jayden kon focussen.”

Farina - “Toen Jayden eindelijk thuis was, had ik het nog steeds heel moeilijk. Als Jayden huilde, deed me dat te veel denken aan het ziekenhuis. Dan werd ik boos op hem en in plaats van hem te troosten, liep ik bij hem weg. Ik voelde me niet echt zijn moeder, omdat ik hem al die maanden amper zelf had verzorgd. Ik kon me niet goed aan hem hechten. Roy begreep niet hoe ik me zo vervreemd kon voelen van Jayden. Dat leidde tot spanningen en ruzies tussen ons. En daardoor sloot ik me nog meer af van mijn gezin. Er zijn dagen geweest dat ik gewoon wegliep, dan ging ik naar mijn moeder en bleef daar slapen.”

Roy - “Ik zag wel hoe Farina getroffen werd en hoe het haar veranderde. Ik kon haar niet helpen, alleen maar aanwezig zijn. Ik zag een strijd bij haar en ik voelde dat ik het moest overnemen, maar ik wist niet hoe. Ik was zelf ook verdrietig en moe. Daar was geen ruimte voor, haar verdriet en vermoeidheid waren altijd meer, erger, zwaarder. Als ik een keer ergens ‘nee’ op zei, dan kreeg ik te horen dat ik haar niet begreep of wilde begrijpen. Ik werd geacht bijna alles klakkeloos te accepteren. Zo ontstonden er scheurtjes tussen ons.”

Farina - “Ik heb hulp gezocht bij de afdeling zwangerschapspsychiatrie van het Erasmus MC. Ik kreeg de diagnose PTSS. Daar heb ik toen een stuk of tien EMDR-behandelingen voor gekregen. Daardoor ging het steeds beter.”

Roy - “Intussen zat ik er ook behoorlijk doorheen. Mijn lontje werd steeds korter, wat weer tot meer ruzie met Farina leidde. Maar ik ging gewoon door, ik kon niet anders. Een jaar na de geboorte van Jayden gingen we naar een bijeenkomst in het ziekenhuis voor ouders van vroeggeboren baby’s. Daar hoorde ik de verhalen van andere vaders die zich ook zo voelden.  Als je op bent, moet je het gewoon zeggen, vonden zij. Dat was een enorme eye opener voor me; ik was inderdaad op. Niet lang daarna ben ik naar een psycholoog gegaan. Als ik niet gezond was, kon ik Farina en Jayden ook niet helpen, zo redeneerde ik. Ik bleek een burn-out te hebben. Mijn voormalig werkgever - ik was bedrijfsleider in een supermarkt - kon zich niet inleven in de situatie, hoewel ik altijd overal open over ben geweest. Ik wilde graag een periode van rust. Om dit goed te kunnen doorstaan, moet je je gezin op één zetten. Maar mijn werkgever wilde het in een vorm gieten waarin ik nog steeds aan de slag was, bijvoorbeeld een dag minder werken. Ik heb een maand moeten strijden om me ziek te mogen melden. Dat leverde alleen maar nog meer stress op. Een mes in mijn rug vond ik het, ik was altijd loyaal aan het bedrijf geweest. Uiteindelijk zijn we in overleg uit elkaar gegaan.”

Farina - “Jayden is nu bijna drie jaar. Roy is inmiddels een eigen bedrijf gestart, maar ik werk nog altijd niet. Voor de geboorte van Jayden werkte ik als financieel administratief medewerker bij een universiteit, maar mijn contract is tijdens de ziekenhuisperiode van Jayden niet verlengd. Ik mis het werken wel, maar Jayden heeft mij ook nu nog veel nodig. Hij heeft de diagnose autisme spectrum stoornis gekregen en moet naar een speciale school. Daarnaast zijn er nog veel hulpverleners actief rond zijn ontwikkeling en hebben wij dus veel afspraken voor hem. Ik mis het werk soms wel, maar ik vind het ook fijn om er voor hem te zijn.”

Roy - “We genieten enorm van Jayden en willen graag een tweede kind. Aan de andere kant: ons hele leven is overhoop gegooid doordat Jayden zo vroeg is geboren. We weten niet welke impact het heeft als zoiets nog een keer zou gebeuren. Er is een licht verhoogde kans op herhaling. Dat zorgt ondanks de sterke wens voor veel angst in ons hart. Op dit moment zijn we er nog niet aan toe.”

Steun Strong Babies

Wil je na het lezen van dit artikel een bijdrage doen aan het terugdringen van vroeggeboorte in Nederland? Steun dan Strong Babies, het enige landelijke goede doel (ANBI en CBF gecertificeerd) dat in actie komt tegen vroeggeboorte. Iedere dag worden ongeveer vijftig baby’s te vroeg geboren. Twee overlijden er zelfs ten gevolge van hun vroeggeboorte. En tien baby’s ondervinden blijvende gevolgen. Dit kan en mag niet in Nederland en daarom financiert Strong Babies wetenschappelijk onderzoek in de verloskunde en neonatologie. Geef baby’s zoals Jayden een beter kans op een gezonde geboorte en help mee.

Dit artikel heeft in WIJ magazine gestaan - Geschreven door Denise Hilhorst.