Totaalruptuur

Totaalruptuur

Veel vrouwen moeten er niet aan denken: het totaal uitscheuren tijdens de bevalling. Bij een totaalruptuur scheurt de huid en het onderliggende weefsel van de vagina tot aan de kringspier van de anus helemaal door. Bij een gedeeltelijke scheur wordt het een subtotaalruptuur genoemd. Een totaalruptuur ontstaat als het hoofdje van je baby geboren wordt, maar de doorgang te smal is of de huid te snel oprekt. Slechts 1 op de 300 vrouwen krijgt te maken met een totaalruptuur tijdens de bevalling.

Hoe ontstaat inscheuren?

Je verloskundige of gynaecoloog zal van alles doen om te voorkomen dat je een totaalruptuur oploopt. Zo bestaat de mogelijkheid om een stukje huid van je vagina in te knippen om zo een flinke scheur te voorkomen. Het is normaal dat je wat kleinere scheurtjes krijgt tijdens je bevalling, vooral bij een eerste kind. Tijdens het persen worden je huid en spieren geleidelijk opgerekt, waardoor je baby voldoende ruimte krijgt om geboren te worden. Vooral bij het passeren van het hoofdje en de schouders, kunnen er gemakkelijk scheurtjes ontstaan in je huid. Er zijn verschillende gradaties in de scheuren:

  • Eerstegraads ruptuur
    Alleen de huid en het slijmvlies van de vagina zijn ingescheurd, dit komt voor bij ongeveer 1 op de 3 à 4 vrouwen die voor het eerst bevallen.
     
  • Tweedegraads ruptuur / subtotaalruptuur
    De huid, het slijmvlies en het onderliggende bindweefsel en spierweefsel van de vagina is ingescheurd. Dit komt voor bij 1 op de 10 vrouwen.
     
  • Derdegraads ruptuur / totaalruptuur
    Een tweedegraads ruptuur waarbij ook de kringspier van de anus en soms de bekleding van de endeldarm zijn ingescheurd. Dit komt voor bij 1 op de 300 vrouwen.

Oorzaken van een totaalruptuur

  • Soepelheid van je huid/weefsellagen
    Hoe soepeler je huid en de onderliggende weefsellagen, hoe makkelijker je huid oprekt en hoe kleiner de kans op uitscheuren. Bij een eerste bevalling heb je meer kans op uitscheuren, omdat het weefsel dan nog wat stugger is en minder gemakkelijk rekt.
     
  • Het gewicht en de grootte van je baby
    Hoe groter je baby, hoe meer je huid en weefsellagen moeten oprekken om je baby genoeg ruimte te geven. Bij een relatief groot kind heb je dus een grotere kans op een ruptuur.
     
  • De ligging van je baby
    De kans op een totaalruptuur is groter bij afwijkende liggingen, zoals bij een stuitligging. Ook wanneer je baby met zijn schouder blijft hangen achter jouw schaambot is de kans op een ruptuur groter.
     
  • Snelle bevalling
    Door de snelheid en kracht waarmee je baby wordt geboren kan je huid mogelijk niet snel genoeg mee rekken. Hierdoor heb je een grotere kans op inscheuren.

Helaas kan je de kans op een totaalruptuur maar nauwelijks beïnvloeden. Luister tijdens je bevalling goed naar je verloskundige of gynaecoloog. Als de spanning op je huid te groot wordt, kun je de aanwijzing krijgen om de weeën weg te puffen of te zuchten. Hierdoor krijgt je huid even de rust en voorkom je inscheuren. Ook is er een aantal behandelingen om de kans op een totaalruptuur te verkleinen, zoals een perineum massage. De effectiviteit van deze behandelingen is echter niet bewezen.

Na een totaalruptuur

Als je tijdens je bevalling volledig uitscheurt, moet je altijd gehecht worden. Dit gebeurt meestal onder plaatselijke of algehele verdoving op een operatiekamer. Mocht je tijdens de bevalling al een ruggenprik gehad hebben, kan je soms ook gelijk in de verloskamer gehecht worden. Vaak moet je nog een nacht in het ziekenhuis blijven ter observatie en krijg je antibiotica toegediend om infecties te voorkomen.

Na bijna elke bevalling zit er kleine scheurtjes in je huid waardoor het pijnlijk is om te plassen. Het spoelen met een kan lauw water tijdens het plassen kan verlichting geven. Ook plassen onder de douche of in een laagje water in bad kan tijdelijk een goede oplossing zijn. Na een totaalruptuur kan je ook opzien tegen de eerste keer ontlasting, omdat je het gevoel hebt dat je door het persen de hechtingen beschadigd. Dit is echter niet mogelijk. Daarnaast moet je een aantal weken laxeermiddelen gebruiken om je ontlasting zacht te houden. Hierdoor voorkom je spanning op de wond.

Bekkenbodemspieren na een totaalruptuur

Een- tot twee derde van de vrouwen die een totaalruptuur heeft gehad tijdens de bevalling, heeft daarna tijdelijk last van ontlastingsincontinentie. Dit kan ontzettend vervelend zijn, omdat je het gevoel kunt hebben dat je lichaam even niet meer meewerkt. Gelukkig is dit in veruit de meeste gevallen van tijdelijke aard. Hoewel de effectiviteit niet bewezen is, kun je met bekkenbodemoefeningen de kans op incontinentie verkleinen.

Ook als je geen last hebt van incontinentie, is het een goed idee om je bekkenbodemspieren te trainen na een totaalruptuur. Deze spieren zijn waarschijnlijk gescheurd en weer gehecht, waardoor ze minder goed werken dan normaal. Je kunt beginnen met bekkenbodemoefeningen zodra je wond geen pijn meer doet.

Herstellen van een totaalruptuur

De meeste vrouwen herstellen volledig van een totaalruptuur. Gun je lichaam de tijd om te herstellen. Zeker in de eerste dagen na je bevalling is het belangrijk om je rust te pakken. In de eerste week na een totaalruptuur zwelt de wond op waardoor je hechtingen onder spanning komen te staan. Dit kan erg pijnlijk zijn. Slik voldoende paracetamol en probeer de zwelling zoveel mogelijk te beperken door op een harde ondergrond te gaan zitten. Dit doet in eerste instantie pijn, maar als je eenmaal zit trekt de pijn snel weg. Bouw het wel rustig op. Je kunt ook een coldpack tegen de wond houden om de zwelling te verminderen.

Neem contact op met je huisarts of gynaecoloog als je juist meer pijn krijgt in plaats van minder. Ook als de wond weer open gaat of je hechtingen te vroeg loslaten moet je aan de bel trekken. Verder is het belangrijk om goed naar je eigen lichaam te luisteren, dan herstel je het snelst!

Heb je nog vragen over een totaalruptuur? Stel ze aan verloskundige Sanne Bokkers van het WIJ Deskundigenpanel.