Achterhoofdsligging

Achterhoofdsligging

Tot ongeveer 32 weken zwangerschap heeft je baby alle ruimte om te draaien, daarna wordt dit steeds lastiger. De meeste baby’s komen rond de 32 weken zwangerschap op een natuurlijke manier in de achterhoofdsligging terecht. Dit is dan ook de meest voorkomende ligging. Slechts 5% van alle baby’s ligt anders.

Je baby ligt met de voetjes opgekruld omhoog en met het achterhoofdje naar beneden, in de richting van je buik. Dit is de meest ideale houding voor de geboorte. Het hoofdje past zo heel goed in het bekken.

Bij de achterhoofdsligging daalt je baby in met gebogen hoofd. Het hoofdje kan zich zo aanpassen aan de vorm van je bekken, waardoor het smalste deel van het hoofdje door het bekken gaat. Het voorliggende deel is de kleine fontanel. Door deze ligging zijn de schedelbeenderen in staat om enigszins onder elkaar te schuiven waardoor de schedel nog iets kleiner wordt. In principe kan de bevalling bij deze ligging thuis plaatsvinden onder begeleiding van je verloskundige, als er geen andere complicaties zijn.

Spildraai

Je baby maakt de zogenaamde spildraai, dat er voor zorgt dat het hoofdje van een iets dwarse ligging richting een rechte ligging met het achterhoofdje naar de richting van je buik gaat. Soms gaat de spildraai niet helemaal goed waardoor het achterhoofdje richting je rug keert. Dit kan je bevalling bemoeilijken waardoor een tangverlossing nodig kan zijn. Als je verloskundige dit op tijd ontdekt, zal ze proberen om de spildraai op de normale manier te laten plaatsvinden. Dit lukt echt niet altijd. Je baby komt dan ter wereld als ‘sterrenkijker’.