Hielprik

Hielprik

Alle baby’s in Nederland krijgen binnen zes dagen na hun geboorte een hielprik. Dit vindt meestal gelijktijdig plaats met de gehoorscreening. Bij een hielprik wordt er wat bloed afgenomen uit het hieltje van je baby. Dit bloed wordt onderzocht op een aantal zeldzame, maar ernstige aandoeningen. Deelname aan de hielprik is vrijwillig en er zijn geen kosten aan verbonden. Na de geboorteaangifte bij je gemeente volgt de hielprik vanzelf, je hoeft daar verder niets voor te doen.

Aandoeningen

Je baby’s bloed wordt onderzocht op 18 verschillende aandoeningen: een aandoening van de schildklier, een aandoening van de bijnier, een bloedziekte (sikkelcelziekte) en een aantal stofwisselingsziekten. De meeste daarvan zijn erfelijk. Gelukkig komen ze niet vaak voor. Als de uitslag van de hielprik afwijkend is, word je doorverwezen naar de kinderarts voor vervolgonderzoek. Een deel van de kinderen blijkt de ziekte niet te hebben, een ander deel wel en moet worden behandeld. Lees meer over de aandoeningen CHT, PKU, AGS en CF.

De aandoeningen waarop getest wordt zijn niet te genezen maar wel goed te behandelen met medicijnen of een dieet. Tijdige opsporing van deze aandoeningen kan schade aan de lichamelijke of geestelijke ontwikkeling van je kind voorkomen. De hielprik wordt uitgevoerd door de wijkverpleegkundige, je huisarts, verloskundige of door de kraamverzorgende.

Heb je nog vragen over de hielprik? Stel ze aan verloskundige Sanne Bokkers van het WIJ Deskundigenpanel.