Gehoorscreening

Gehoorscreening

Na de geboorte wordt je baby op een aantal dingen getest. Dat begint al met de Apgartest om de conditie van je baby te bepalen vlak na de bevalling. In de kraamweek krijgt hij de hielprik en als je baby een paar dagen tot weken oud is vindt de gehoorscreening plaats. Het gehoor wordt al vroeg getest omdat een slecht gehoor grote gevolgen heeft voor de ontwikkeling van je baby.

Als je kind niet goed kan horen kan dit later problemen opleveren. Een goed gehoor is essentieel om te leren praten. Ook heeft hij taal nodig om op school te kunnen leren of om bijvoorbeeld sociale contacten te kunnen leggen. Hoe eerder een slecht gehoor wordt ontdekt, hoe sneller je baby kan worden behandeld. Daarom krijgt je kind de gehoorscreening al in de eerste week na de geboorte, vaak tegelijkertijd met de hielprik. Meestal gebeurt dit thuis door een medewerker van het consultatiebureau. In sommige provincies wordt de gehoorscreening afgenomen op het consultatiebureau als je baby enkele weken oud is.

Hoe werkt de gehoorscreening?

Je baby krijgt een klein, zacht dopje in zijn oor. Dit dopje is verbonden met een apparaat dat het gehoor van je baby meet. Beide oren worden apart getest. De test duurt meestal maar een paar minuten. De gehoorscreening verloopt het beste als je baby rustig is en slaapt. Je kind zal nauwelijks iets van de test merken en waarschijnlijk rustig doorslapen.

De uitslag van de gehoorscreening

Meteen na de gehoorscreening krijg je de uitslag te horen. Is de uitslag voldoende? Dan hoort je kind goed genoeg om te leren praten. Het kan zijn dat je kind later toch problemen krijgt met het gehoor. Dit kan bijvoorbeeld komen door een verkoudheid of oorontsteking. Meestal is dit van tijdelijke aard en binnen enkele weken weer over. Merk je dat je kind minder goed lijkt te horen of is je kind twee tot drie maanden achter elkaar verkouden, neem dan contact op met je huisarts. Een enkele keer ontwikkelt een blijvend gehoorverlies zich pas na de screeningsperiode.

Als de uitslag niet voldoende is

Als de eerste test geen duidelijk beeld geeft aan één of beide oren, dan volgt later een tweede test. Als ook deze tweede test geen duidelijkheid geeft, dan krijgt je baby een derde test. Hierbij wordt een ander screeningsapparaat gebruikt. Je baby krijgt in plaats van een zacht dopje in het oor een plastic kapje op elk oor en drie plakkertjes op zijn huid; één op zijn voorhoofd, één op zijn nek en één op zijn schouder. Ook als de uitslag van de derde test niet voldoende is, wil dat nog niet zeggen dat je baby niet goed hoort. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een tijdelijk gehoorverlies, doordat je kind erg verkouden is. Of je baby was tijdens de test te onrustig, waardoor de test geen goed beeld geeft. Om vast te stellen wat er aan de hand is, wordt je kind in een audiologisch centrum verder onderzocht.