Controleren van temperatuur

Controleren van temperatuur

Vlak na de geboorte kan je baby nog niet goed zelf zijn lichaamstemperatuur reguleren. De normale lichaamstemperatuur van een baby schommelt tussen de 36.5°C en de 37.5°C. Wanneer de temperatuur boven de grens van 37,5°C ligt, spreek je van verhoging. Bij temperaturen boven de 38°C heeft je kind koorts. Het is belangrijk om de temperatuur van je baby goed in de gaten te houden. In je kraamtijd doet de kraamverzorgende dit voor je.

Temperatuur tijdens de kraamweek

In de eerste week (in het geval van een vroeggeboorte wat langer) heeft je baby nog een mutsje nodig om warm te blijven. Daarna hoeft hij binnen geen mutsje meer op en regelt hij zijn temperatuur zelf via het hoofdje. Tijdens de kraamweek check je bij elke verschoning de temperatuur. Een pasgeboren baby mag eigenlijk geen verhoging of verlaging hebben. Probeer het volgende als je baby toch een iets te hoge of lage temperatuur heeft:

  • Een beetje verhoging: 36,5°C - 37°C
    Koel je baby af door wat kleding uit te doen, bijvoorbeeld een vestje uit of een luchtig shirtje in plaats van een trui. Neem daarna de temperatuur nog eens op. Blijft de verhoging of wordt het juist erger? Neem dan contact op met je huisarts.
     
  • Een beetje verlaging: 36°C - 36,5°C
    Kleed je baby wat warmer aan, door bijvoorbeeld een extra vest aan te trekken of een trui in plaats van een shirt. Neem daarna de temperatuur nog eens op. Is je baby nog steeds te koud? Neem dan contact op met je huisarts.

Temperatuur tijdens het slapen

In de kraamweek en de eerste 6 tot 8 weken daarna is 20°C een goede slaapkamertemperatuur. Als je baby te vroeg geboren is tel je bij deze periode het aantal te vroeg geboren weken op. Daarna is de meest optimale slaapkamertemperatuur 15°C tot 18°C graden. Probeer steeds in de gaten te houden of je baby het niet te warm of te koud heeft.

In de winter kun je een slaapzakje gebruiken. In de zomer kun je het slaapzakje bij warme temperaturen weglaten en je kind alleen onder een lakentje laten slapen. Een goede methode om te controleren of je slapende baby het niet te warm of te koud heeft, is door aan het nekje te voelen. Ook kun je aan de voetjes voelen, als die lauw aanvoelen heeft je baby het aangenaam. Pas op dat je baby het niet té warm krijgt: wiegendood wordt onder andere in verband gebracht met warmtestuwing.

Kleding van je baby

In de winter kan je hem laagjes aantrekken, bijvoorbeeld een romper met lange mouwen, een vest, broekje en sokjes. Zo kun je altijd wat aan- of uittrekken. Als je naar buiten gaat volstaat een extra jasje, mutsje en een dekentje in de kinderwagen.

In de zomer moet je rekening houden met de zon en trek je je baby luchtige kleertjes aan die de huid bedekken. Katoenen kleding is het meest geschikt bij warme temperaturen. Is het echt heel warm buiten? Dan volstaat een rompertje.

Een handige methode om te weten hoe warm babykleertjes zijn, is door op de TOG-waarde te letten. TOG staat voor Thermal Overall Grade en is een maat om aan te geven in hoeverre het product lichaamswarmte vasthoudt. Dit is naast kleding ook handig voor bijvoorbeeld dekentjes, slaapzakken en inbakerdoeken. Hoe hoger de TOG-waarde, hoe moeilijker warmte door de stof kan ontsnappen. Hoe lager de TOG-waarde, hoe meer warmteverlies.

TOG-waarde

Gemiddelde TOG-waarde voor lakens, dekentjes en ander bedtextiel in de babykamer, zodra de baby zijn of haar lichaamstemperatuur vasthoudt:

  • 0,5 TOG - kamertemperatuur: boven de 26 °C  (alleen luier gebruiken)
  • 1,0 TOG - kamertemperatuur: 23 - 24 °C  (luier met laken of luier met romper)
  • 2,0 TOG - kamertemperatuur: 20 - 22 °C (babydeken met laken en evt. romper)
  • 2,5 TOG - kamertemperatuur: 16 - 19 °C  (slaapzak, babydeken met laken of overtrek en evt. romper)