Ontsluitingsfase

Ontsluitingsfase

De geboorte van je baby is op te delen in drie fases: de ontsluiting, de uitdrijvingsfase en de nageboorte. De eerste fase, ontsluitingsfase, duurt meestal het langste en is ook weer in te delen in drie fases. Als het je eerste kind betreft, is het gemiddelde zo'n 12 tot 14 uur. Bij een volgend kind gaat het meestal sneller.

De geboorte van je baby is op te delen in vijf fases:

  1. De latente fase / eerste ontsluitingsfase
  2. De actieve fase / tweede ontsluitingsfase
  3. De overgangsfase / laatste ontsluitingsfase
  4. De uitdrijvingsfase
  5. De nageboorte

De latente fase / eerste ontsluitingsfase

In de eerste ontsluitingsfase is het voor veel vrouwen nog lastig te bepalen of de bevalling begonnen is of niet. De eerste weeën kunnen ook voorweeën of oefenweeën zijn. Je herkent de echte weeën aan het regelmaat; je hebt elke 5 tot 10 minuten een wee. De duur van de latente fase verschilt enorm per vrouw en per bevalling. Gemiddeld duurt deze fase zo’n 12 tot 14 uur, maar bij een eerste kind kan dit ook 24 tot 48 uur zijn. Bij een tweede of derde kind gaat het vaak veel sneller.

De actieve fase / tweede ontsluitingsfase

In de tweede ontsluitingsfase komen je weeën echt goed op gang. Ze zijn regelmatiger en heftiger; je hebt ongeveer elke 5 minuten een wee die een minuut aanhoudt. Deze fase start bij 3-4 centimeter ontsluiting en gaat door tot ongeveer 8 centimeter. Gemiddeld duurt de tweede ontsluitingsfase een uur per centimeter ontsluiting, maar dat is per vrouw verschillend. Dit is het moment waarop je de verloskundige belt voor een thuisbevalling of naar het ziekenhuis gaat voor een poliklinische bevalling. De weeën worden nu echt pijnlijk en je hebt de volle aandacht nodig om je op het opvangen van de weeën te richten. Als je graag wilt bevallen met behulp van pijnbestrijding, krijg je het in deze fase toegediend.

De overgangsfase / laatste ontsluitingsfase

Tijdens de overgangsfase gaat je ontsluiting van 8 naar 10 centimeter, volledige ontsluiting. Deze laatste centimeters veroorzaken de meeste druk. De weeën worden heftiger en komen elke 2-3 minuten terug. Je baarmoeder trekt stevig samen om je baby door het geboortekanaal te duwen, maar de baarmoedermond staat nog niet ver genoeg open. Hierdoor kan je al persdrang krijgen, maar je moet nog wachten met persen tot je volledige ontsluiting hebt. De weeën vang je op door ze weg te puffen en de tijd tussen de weeën door heb je nodig om op adem te komen. Veel vrouwen ervaren deze fase als intens. Gelukkig duurt het niet lang meer voordat je baby geboren wordt!

Het meten van de ontsluiting

De verloskundige of gynaecoloog houdt zorgvuldig bij hoeveel ontsluiting je hebt. Als de verloskundige je voor het eerst onderzoekt, heb je meestal twee tot drie centimeter ontsluiting. Als er 2 vingers van de verloskundige in de baarmoedermond passen, dan heb je 3 centimeter ontsluiting. Als er een ‘V’ gevormd kan worden, dan heb je 4 centimeter ontsluiting. En kunnen de vingers wijd gespreid worden, dan zit je op 8 centimeter ontsluiting. Zodra de verloskundige een dunne rand rond het hoofdje van je baby kan voelen, dan heb je de felbegeerde 10 centimeter, ofwel volledige ontsluiting. Hierna begin je aan de vierde fase: de 'uitdrijving'.