Als de ontsluiting niet op gang komt

Als de ontsluiting niet op gang komt

Tijdens de ontsluitingsfase heb je weeën die ervoor zorgen dat je baarmoedermond open gaat zodat je baby geboren kan worden. Normaal gesproken begint dit vrij langzaam en gaat het na een aantal centimeter sneller. Bij een eerste bevalling duurt het gemiddeld 1 centimeter per uur voordat je 10 centimeter en dus volledige ontsluiting hebt. Als dit veel langer duurt dan normaal, dan spreken we van een niet-vorderende ontsluiting.

Dit komt redelijk vaak voor, want zo’n 11% van de vrouwen die voor het eerst bevallen wordt doorgestuurd naar het ziekenhuis omdat de ontsluiting niet goed op gang komt. Bij vrouwen die al eerder vaginaal zijn bevallen is dit ongeveer 3%.

Zo herken je een niet-vorderende ontsluiting

Een niet-vorderende ontsluiting is te herkennen aan twee kenmerken. Je hebt al 8 uur weeën en nog niet meer dan 3 centimeter ontsluiting óf je hebt al 3 centimeter ontsluiting, maar gaat daarna niet of te langzaam verder. Het is belangrijk om actie te ondernemen, want een niet-vorderende ontsluiting brengt een aantal risico’s met zich mee.

Zo loop je de kans om uitgeput te raken waardoor je later geen kracht meer hebt om goed mee te persen. Ook neemt het risico op een infectie toe vanwege langdurig gebroken vliezen. Daarnaast beïnvloedt een langdurige bevalling de stofwisseling van je baby. Door de weeën krijgt je baby minder voeding binnen via de placenta, wat kan leiden tot verzuring in het bloed van je baby. Goede redenen dus om naar het ziekenhuis te gaan zodat je hulp kan krijgen bij de ontsluiting.

Oorzaken van een niet-vorderende ontsluiting

  • Een volle blaas
    Als je een volle blaas hebt kan dit je weeën remmen. Tijdens je bevalling is het goed mogelijk dat je dit niet door hebt.
     
  • Het onbewust tegenhouden van je weeën
    Als je angstig of gespannen bent of veel pijn hebt, kan dit je weeën verzwakken. Weeën komen het beste op gang als je ontspannen bent.
     
  • Een te ver uitgerekte baarmoeder
    Als je zwanger bent van een meerling, een groot kind of veel vruchtwater hebt, bestaat de mogelijkheid dat je baarmoeder te ver uitgerekt is. Hierdoor kunnen er geen goede weeën ontstaan.
     
  • Te weinig druk op je baarmoedermond
    Als je baby nog niet goed is ingedaald of een afwijkende ligging heeft, is het mogelijk dat er niet voldoende druk ontstaat op je baarmoedermond. Die druk heb je nodig om goede weeën te krijgen.

Als tijdens je bevalling blijkt dat je ontsluiting niet goed vordert, kan dat best een domper zijn. Misschien had je juist zo gehoopt op een thuisbevalling en moet je nu naar het ziekenhuis. Of je bent al in het ziekenhuis en het helemaal zat dat het zolang duurt. Je verloskundige of gynaecoloog zal er alles aan doen om jouw bevalling te geven wat het nodig heeft. En weet dat het nu echt niet lang meer duurt voordat je je baby in je armen hebt!