
Dit zijn de 11 meestgestelde vragen over borstvoeding
Borstvoeding geven is iets natuurlijks, maar dat betekent niet dat het altijd vanzelf gaat. Juist tijdens je zwangerschap kan het fijn zijn om je alvast te verdiepen in hoe borstvoeding werkt en wat je kunt verwachten in de eerste periode na de bevalling. In dit artikel beantwoorden we de meestgestelde vragen over borstvoeding. Zo ga je goed voorbereid én met meer vertrouwen de start van jullie borstvoedingsavontuur tegemoet.

Beoordeeld door
Anouk Bolhaar & Sanne PhaffLactatiekundigen van House of Milk
In dit artikel
- Komt borstvoeding vanzelf op gang?
- Hoe vaak moet ik mijn baby borstvoeding geven?
- Wat zijn regeldagen?
- Wat als borstvoeding geven niet lukt?
- Moet ik mijn menu aanpassen voor borstvoeding?
- Kun je borst- en flesvoeding ook combineren?
- Mag je lijnen als je borstvoeding geeft?
- Wat zijn de wettelijke regels rondom voeden en kolven onder werktijd?
- Hoe bouw ik een voorraad afgekolfde melk op?
- Krijgt mijn baby altijd genoeg melk binnen?
- Kan ik een glas alcohol drinken als ik borstvoeding geef?
1. Komt borstvoeding vanzelf op gang?
Ja, onder invloed van hormonen komt je melkproductie na de geboorte van je baby én de placenta vanzelf op gang. Het helpt wel als je weet hoe je dit proces zo goed mogelijk kunt ondersteunen. Wist je dat je borsten al vanaf ongeveer halverwege je zwangerschap kleine beetjes moedermelk aanmaken? Deze eerste melk heet colostrum, ook wel het ‘vloeibare goud’ genoemd. Colostrum zit namelijk boordevol waardevolle voedingsstoffen en antistoffen die de gezondheid van je baby ondersteunen.
Tijdens de zwangerschap zorgen hormonen uit de placenta, met name progesteron en oestrogeen, ervoor dat de melkproductie nog niet volledig op gang komt. Deze hormonen remmen de werking van prolactine, het hormoon dat verantwoordelijk is voor het aanmaken van moedermelk. Zodra na de geboorte ook de placenta geboren is, verdwijnt deze remmende invloed. Prolactine krijgt dan vrij spel, waardoor de melkproductie verder op gang komt en de melk na een aantal dagen rijkelijk kan gaan stromen.
In de eerste dagen na de geboorte wordt de melkproductie vooral hormonaal aangestuurd. Daarna verandert dit steeds meer in een samenspel van vraag en aanbod. Hoe vaker en effectiever je baby drinkt, hoe meer melk jouw lichaam gaat aanmaken. Zo raken jij en je baby steeds beter op elkaar afgestemd.
Om de melkproductie goed op gang te helpen, is het belangrijk om je baby vanaf de geboorte regelmatig en effectief aan de borst te laten drinken. Huid-op-huidcontact, voeden op verzoek en goed aanleggen, spelen hierin een belangrijke rol. Lukt aanleggen niet of drinkt je baby nog niet actief genoeg? Dan kan het nodig zijn om tijdelijk te kolven.
Soms komt de melkproductie wat trager op gang, bijvoorbeeld na een keizersnede, vroeggeboorte of een zware bevalling. Loop je hier tegenaan en zou je graag begeleiding willen? Dan kan het fijn zijn om de hulp van een lactatiekundige in te schakelen.
2. Hoe vaak moet ik mijn baby borstvoeding geven?
In de eerste weken na de geboorte is het normaal dat een baby 8 tot 12 keer per 24 uur drinkt, en soms zelfs vaker. Dit helpt niet alleen om je baby voldoende voeding te geven voor groei en ontwikkeling, maar ook om de melkproductie goed op gang te brengen én te houden. Het liefst gaan we daarbij uit van verzoek te voeden. Dat betekent dat je je baby de borst aanbiedt zodra je baby de eerste hongersignalen laat zien.
In de kraamweek heeft je baby soms nog wat extra hulp nodig om voldoende voeding binnen te krijgen. De meeste pasgeboren baby’s slapen veel en laten nog niet altijd duidelijk merken dat ze willen drinken. In dat geval help je je baby een handje door minimaal elke 3 uur een voeding aan te bieden. Wil je baby vaker drinken? Dan is dat helemaal prima en zelfs fijn voor jouw melkproductie én de groei van je baby. Er hoeft geen minimale tijd tussen de voedingen te zitten.
Wanneer je baby na de kraamweek goed aan de borst drinkt, voldoende natte luiers heeft, zich goed ontwikkelt en weer boven het geboortegewicht is, kun je er vanuit gaan dat je baby voldoende voeding binnenkrijgt. Dat betekent dat je écht mag gaan voeden op verzoek en het voeden op de klok mag gaan loslaten. Het is overigens heel logisch dat het even tijd kost om helemaal te vertrouwen op voeden op verzoek. Maar je mag ervan uitgaan dat je baby vaak heel goed zelf kan aangeven wat hij of zij nodig heeft.
3. Wat zijn regeldagen?
Soms zijn er dagen waarop je baby ineens veel onrustiger is dan je gewend bent. Je baby wil dan vaker drinken, zoekt veel nabijheid, is lastig weg te leggen en lijkt moeilijk te troosten. Dit wordt ook wel een regeldag genoemd. Tijdens dit soort dagen wil je baby veel bij je zijn en steeds opnieuw drinken, meestal kleine beetjes. Even drinken, weer loslaten, opnieuw willen aanhappen. Dat kan intens voelen, maar het is goed om te weten dat dit meestal heel normaal babygedrag is. Regeldagen kunnen ontstaan tijdens een groeispurt, wanneer je baby behoefte heeft aan meer of vettere melk of het ritme van de voedingen wil veranderen. Door vaker te drinken, past je lichaam de melkproductie en de samenstelling van de melk aan op wat je baby nodig heeft.
Daarnaast zie je vaak dat baby’s extra behoefte hebben aan de borst na een drukke dag vol indrukken. Je baby kan deze prikkels namelijk nog niet zelf verwerken en heeft jou hiervoor nodig. De borst biedt dan niet alleen voeding, maar ook veiligheid, troost en rust.
Vaak wordt gezegd dat baby’s rond 10 dagen, 3 weken, 3 maanden en 6 maanden regeldagen hebben, maar in de praktijk kan dit moment per baby verschillen. Het helpt om op zulke dagen zoveel mogelijk mee te bewegen met de behoefte van je baby. Meestal duurt een regeldag één tot enkele dagen en ontstaat er daarna weer meer rust.
Probeer het jezelf tijdens regeldagen zo comfortabel mogelijk te maken. Zoek een fijne plek waar je lekker kunt zitten of liggen, bijvoorbeeld op de bank of in bed. Zorg voor voldoende eten en drinken binnen handbereik en probeer zoveel mogelijk rust te nemen. Zet een leuke serie op of luister een podcast op de momenten dat het kan. Hoe meer ontspanning jij ervaart, hoe fijner dit vaak ook voor je baby voelt.
4. Wat als borstvoeding geven niet lukt?
Borstvoeding geven is iets wat jij en je baby samen mogen leren. Het is heel normaal dat dit tijd kost. Maar soms loopt het anders dan je had gehoopt. Misschien doet het voeden pijn, groeit je baby niet voldoende, twijfel je of je baby genoeg binnenkrijgt of merk je dat het voeden veel onzekerheid geeft. In zulke situaties kan een lactatiekundige met je meekijken en je begeleiden.
Een lactatiekundige is gespecialiseerd in borstvoeding en kan je helpen bij allerlei vragen of uitdagingen rondom het voeden van je baby. Veel lactatiekundigen werken zelfstandig . Via de website van de Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen (NVL) kun je een lactatiekundige bij jou in de regio vinden. Ook werken sommige verloskundigenpraktijken, kraamzorgorganisatie, consultatiebureau’s of ziekenhuizen samen met een lactatiekundige. Het kan fijn zijn om tijdens je zwangerschap alvast uit te zoeken welke lactatiekundige bij jou in de buurt werkt. Zo weet je straks meteen bij wie je terecht kunt als je vragen hebt of behoefte hebt aan ondersteuning. Lactatiekundige zorg wordt door veel zorgverzekeraars (gedeeltelijk) vergoed vanuit de aanvullende verzekering. Het is daarom handig om vooraf even te controleren hoe dit binnen jouw zorgverzekering geregeld is.
Ook tijdens de zwangerschap kun je al terecht bij een lactatiekundige. Zo kun je bijvoorbeeld een borstvoedingscursus volgen om je goed voor te bereiden op de periode na de geboorte en meer vertrouwen te krijgen in het geven van borstvoeding. Dit kan online of live, individueel of met een groep. Kijk vooral naar wat bij jou past.
Heb je een persoonlijke hulpvraag of heb je eerder een minder fijne borstvoedingservaring gehad? Dan kan een prenataal consult met een lactatiekundige heel waardevol zijn. Tijdens zo’n consult is er alle ruimte om samen naar jouw situatie, wensen en eventuele eerdere ervaringen te kijken. Ook kun je begeleiding krijgen bij prenataal kolven (kolven in de zwangerschap). Het aanleren van deze techniek kan veel vertrouwen geven, omdat je vast vertrouwd raakt met je lichaam, met kolven en met het opvangen van colostrum.
5. Moet ik mijn menu aanpassen voor borstvoeding?
Wanneer je borstvoeding geeft, heeft je lichaam extra energie en voedingsstoffen nodig. Vaak wordt gezegd dat dit gemiddeld om zo’n 500 kilocalorieën per dag extra gaat, maar dit verschilt per persoon. Factoren zoals je lengte, gewicht, activiteitenpatroon en de hoeveelheid melk die je produceert spelen hierin mee. Het belangrijkste is dat je goed en gevarieerd eet en vooral luistert naar je honger- en dorstgevoel.
Het mediterrane voedingspatroon wordt door de WHO gezien als een mooie basis tijdens de borstvoedingsperiode. Denk aan veel groenten, fruit, volkoren producten, peulvruchten, noten, olijfolie, zuivel en regelmatig vis of andere voedzame eiwitbronnen. Ook gezonde onverzadigde vetten zijn waardevol tijdens het geven van borstvoeding. Misschien klinkt de term omega 3-vetzuren je bekender in de oren. Deze vetten spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de hersenen, ogen en het zenuwstelsel van je baby. Je vindt ze onder andere in vette vis, noten, zaden en plantaardige oliën.
Daarnaast is het belangrijk om voldoende te drinken. Drink vooral naar behoefte. Veel moeders merken dat ze tijdens het voeden extra dorst hebben. Het kan daarom fijn zijn om standaard een glas water of een waterfles binnen handbereik te hebben wanneer je gaat voeden.
In de eerste maanden na de geboorte kan je baby last hebben van darmkrampjes doordat het darmstelsel nog onrijp is. Dit heeft meestal niets met jouw voeding te maken. Alleen wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn voor een voedselallergie of overgevoeligheid bij je baby, kan het zinvol zijn om samen met een zorgprofessional naar jouw voeding te kijken
TIP! Benieuwd welke medicijnen je tijdens je borstvoedingsperiode veilig kan nemen? Download de gratis MediMama app.
6. Kun je borst- en flesvoeding ook combineren?
Ja, dat kan zeker. Wel is het fijn om, als dat mogelijk is, de eerste 4 tot 6 weken te wachten met het introduceren van de fles. Zo krijgt je baby alle ruimte om het drinken aan de borst eerst goed te leren. Zodra dit goed loopt, kun je rustig starten met het oefenen met de fles. Liefst start je voordat je baby 6 weken oud is met regelmatig oefenen (minimaal om de dag en flesje). Wanneer je pas later start met het aanbieden van de fles, is de kans groter dat je baby moeite heeft met het leren drinken uit de fles. Dit noemen we ook wel flesweigeren.
Als je volledig borstvoeding wilt blijven geven, dan is het belangrijk dat je gaat kolven op de momenten dat je baby een flesje krijgt. Zo zorg je er namelijk voor dat je melkproductie op peil blijft en wordt je lichaam gestimuleerd om voldoende melk te blijven aanmaken.
Kolven doe je over het algemeen met een borstkolf. Dit kan zowel een elektrische kolf als een handkolf zijn. Het is fijn om de mogelijkheid te hebben om te kolven, want dat betekent dat je ook even zonder je baby op pad kan en dat iemand anders je baby af en toe een voeding met de fles kan geven. De melk die je gekolfd hebt, kun je direct aan je baby geven. Maar je kunt ook zorgen voor een kleine voorraad die je in de koelkast (wanneer je de melk binnen enkele dagen wilt gebruiken) of in de vriezer (wanneer je de melk pas later wilt geven) kunt bewaren.
Op het moment dat er niet voldoende gekolfde melk beschikbaar is of wanneer je de borstvoeding wilt afbouwen, kan kunstvoeding een passende aanvulling of vervanging zijn. Overleg eventueel met het consultatiebureau welke soort kunstvoeding het beste bij jullie baby past. Welke weg jullie ook kiezen rondom het voeden van je baby: het belangrijkste is dat het aansluit bij jullie behoeften en goed voelt voor jou en je baby.
Lees meer over het combineren van borst- en flesvoeding.
7. Mag je lijnen als je borstvoeding geeft?
Het is over het algemeen geen probleem om iets af te vallen tijdens het geven van borstvoeding. Een gewichtsverlies van ongeveer 0,5 kg per week wordt als veilig beschouwd tijdens de borstvoedingsperiode. Het is daarbij wel belangrijk om gevarieerd, volwaardig en gezond te blijven eten, zodat je lichaam voldoende energie en voedingsstoffen binnenkrijgt voor zowel jou als je baby.
Bewust gewicht verliezen of het volgen van een streng dieet wordt afgeraden als je borstvoeding geeft. Je lichaam heeft namelijk extra energie nodig om melk aan te maken. Sommige vrouwen vallen vanzelf af door het geven van borstvoeding, terwijl andere vrouwen merken dat hun gewicht minder snel verandert. Beide situaties zijn normaal.
Probeer goed naar je lichaam te luisteren, zorg goed voor jezelf en zorg voor voldoende voedzame maaltijden en tussendoortjes. Zo ondersteun je niet alleen je eigen herstel en energieniveau, maar zorg je er ook voor dat je baby alles krijgt wat hij nodig heeft.
8. Wat zijn de wettelijke regels rondom voeden en kolven onder werktijd?
In veel gevallen is het mogelijk om borstvoeding en werk met elkaar te combineren. Tot je baby 9 maanden oud is, heb je volgens de wet recht op tijd om te kolven óf je baby te voeden onder werktijd. Dit betekent dat je ook naar je baby toe mag gaan om live te voeden, of dat je baby naar jou toegebracht mag worden. Je mag hiervoor maximaal een kwart van je werktijd gebruiken en deze tijd wordt gewoon doorbetaald.
Je werkgever is verplicht om een rustige, schone en afsluitbare ruimte beschikbaar te stellen waar je kunt kolven of voeden. Het is fijn om al vóór je verlof met je werkgever te bespreken dat je graag wilt gaan kolven op je werk. Zo kunnen jullie samen op tijd kijken naar passende afspraken en een geschikte ruimte.
Na de leeftijd van 9 maanden vervalt het wettelijke recht op kolven of voeden onder werktijd. Toch zijn veel werkgevers bereid om mee te denken over praktische oplossingen, zoals extra pauzes, aangepaste werktijden of het bijkopen van verlof. Ga hierover dus zeker in gesprek met je werkgever als je de wens hebt langer borstvoeding en werk te combineren.
Na 9 maanden vervalt dit recht. Je werkgever hoeft dan geen extra tijd of ruimte meer te bieden, maar je kunt samen wel afspraken maken over bijvoorbeeld extra pauzes. Die zijn dan wel in je eigen tijd.
9. Hoe bouw ik een voorraad afgekolfde melk op?
Of je nu van plan bent om borstvoeding en werk te combineren of niet, het kan sowieso fijn zijn om een voorraadje afgekolfde melk op te bouwen. Zo heb je wat moedermelk achter de hand om in de fles te geven, bijvoorbeeld voor als je een afspraak hebt waarbij je je baby niet kan of wil meenemen of weer gaat sporten.
Veel moeders die borstvoeding geven, merken dat hun borsten in de ochtend het volst zijn. Dat komt doordat er ’s nachts een hoger prolactinegehalte is. Prolactine is het hormoon dat zorgt voor de melkaanmaak. Juist daarom lukt het vaak goed om na de eerste ochtendvoeding nog wat extra melk af te kolven voor een voorraadje. Een andere optie is om een moedermelkcollector te gebruiken waarmee je tijdens het voeden melk kan opvangen.
Voor het opbouwen van een voorraadje is het niet nodig om grote hoeveelheden te kolven. Kleine beetjes bij elkaar kunnen al heel waardevol zijn en zorgen samen voor een mooie voorraad. Het is goed om te kijken naar de porties die je invriest. Vaak is het handig om ook wat kleinere porties in je voorraad te hebben. De melk bewaar je in bakjes of zakjes die geschikt zijn voor het bewaren van moedermelk. Het liefst vries je de melk binnen 48 uur in.
Voor veel vrouwen is kolven iets waar ze een beetje aan moeten wennen. Als je wat vaker hebt gekolfd, zul je merken dat het steeds gemakkelijker gaat. Hoe meer ontspannen je bent, hoe vlotter de melk meestal gaat stromen. Probeer kolven daarom zoveel mogelijk in rust te doen, zonder druk te voelen over de hoeveelheid die je kolft.
Vanaf ongeveer 4 tot 6 weken kun je ook rustig starten met het introduceren van een flesje met afgekolfde melk. Zo kan je baby naast drinken aan de borst ook wennen aan de techniek van drinken uit een fles. Het is verstandig om dit regelmatig te blijven oefenen, minimaal om de dag een flesje. Zo kun je met veel plezier borstvoeding geven, en tegelijkertijd wat meer flexibiliteit en vrijheid ervaren, omdat iemand anders je baby ook een voeding met de fles kan geven.
10. Krijgt mijn baby altijd genoeg melk binnen bij borstvoeding?
Veel ouders vragen zich af of hun baby wel genoeg melk binnenkrijgt bij borstvoeding. Gelukkig kun je aan verschillende signalen herkennen of je baby goed drinkt. Hierbij kijk je naar de groei van je baby, het aantal natte luiers, het gedrag (is je baby tevreden na een voeding?) en de manier van drinken. Een baby die effectief aan de borst drinkt, hoor je duidelijk slikken tijdens het voeden. Zie je alleen kleine zuigbewegingen, maar hoor je je baby niet slikken, dan kan het zijn dat je baby niet voldoende effectief drinkt.
Het is fijn om je baby op verzoek te voeden en zo lang als hij wil te laten drinken aan de eerste borst. Hoor je je baby niet meer slikken? Dan kun je de tweede borst aanbieden. Sommige baby’s drinken graag wat langer aan beide borsten, terwijl andere baby’s de tweede borst meer gebruiken als een soort van “toetje”. Het kan ook zijn dat je baby op bepaalde momenten genoeg heeft aan één borst. Dat is allemaal normaal. Je mag ervan uitgaan dan jouw melk afgestemd is op de behoeften van je baby. Moedermelk bevat alle belangrijke voedingsstoffen, vetten en antistoffen die je baby nodig heeft en is altijd van goede kwaliteit, daar mag je op vertrouwen.
Heb je twijfels of je baby genoeg melk krijgt? Dan kan het fijn zijn om een keertje extra naar het consultatiebureau te gaan om je baby te laten wegen. Vaak kun je hiervoor terecht bij een inloopspreekuur. De groei van je baby geeft over het algemeen een goede indicatie van hoe het gaat. Blijf je onzeker? Dan is het misschien een goede optie een lactatiekundige te vragen om met je mee denken en kijken.
11. Kan ik een glas alcohol drinken als ik borstvoeding geef?
Ja, dat kan, maar er zijn wel een aantal dingen waar je rekening mee moet houden. Alcohol komt namelijk in kleine hoeveelheden in de moedermelk terecht. Dat gebeurt omdat alcohol wordt opgenomen in je bloed, en moedermelk wordt gemaakt uit bloed.
Wil je een keer een glas wijn of bier drinken? Dan vraagt dat wel om een beetje planning. Gemiddeld doet je lichaam er ongeveer 1,5 tot 2 uur over om één standaardglas alcohol af te breken. Hoe lang het precies duurt verschilt per persoon. Let dus op dat je lichaam voldoende tijd heeft om de alcohol af te breken voordat je baby opnieuw wil drinken.
Wat is dan één standaardglas? Bijvoorbeeld:
- een glas bier van 250 ml (max 5% alcohol, dus geen speciaalbier)
- een glas wijn van 100 ml (max 12% acohol, dit is een kleiner glas dan je misschien denkt)
Grotere glazen of sterkere dranken kunnen dus meer dan één eenheid alcohol bevatten. Het is daarnaast verstandig om wat afgekolfde moedermelk als back-up in de koelkast te hebben. Mocht je baby eerder honger krijgen, dan is er altijd voeding beschikbaar.
Heb je één glas alcohol gedronken en wil je kolven?
Dan kun je er ook voor kiezen om even te wachten met kolven totdat de alcohol weer uit je bloed en moedermelk verdwenen is. De melk die je daarna kolft, kun je gewoon bewaren voor later. ‘Pump and dump’ is in dat geval niet nodig.
Wil je meer dan één glas drinken?
Dan is de kans groot dat je tussendoor moet kolven, terwijl er nog alcohol in je bloed en melk aanwezig is. Deze melk kun je dan beter niet aan je baby geven. Kolven kan op dat moment wel prettig of nodig zijn om je borsten comfortabel te houden en je melkproductie op peil te houden. Natuurlijk kun je er ook voor kiezen om geen alcohol te drinken tijdens de borstvoedingsperiode. Dat is de meest veilige keuze. Maar af en toe een glas alcohol drinken hoeft dus niet per se een probleem te zijn tijdens het geven van borstvoeding, zolang je hier bewust en zorgvuldig mee omgaat.
Bron: House of Milk
Ontdek meer tips en adviezen van deskundige Anouk Bolhaar & Sanne Phaff.