Veilig beddengoed

Veilig beddengoed baby

Als je het bedje van je baby opmaakt gebruik je altijd een dekentje. Je kunt pas een dekbed gaan gebruiken als je kind 2 jaar of ouder is. Doordat een dekbed te goed isoleert, kan warmtestuwing ontstaan. Dit vergroot de kans op wiegendood. Dekentjes zijn er van katoen, wol en synthetische materialen. Het materiaal maakt geen verschil, blijkt uit onderzoek van VeiligheidNL en TNO Textiel, zo lang je het bedje maar kort en strak opmaakt. Synthetische materialen werken net zo isolerend als een wollen of katoenen dekentje.

Of het dekentje warm genoeg is, hangt af van de temperatuur in de kamer waar je kind slaapt. Een goede leidraad is de dikte van de deken. Voor alle dekens geldt: hoe dikker, hoe warmer. Het gewicht van de deken maakt geen verschil. Synthetische dekens zijn zeer licht, maar zeker niet minder warm.

Deken én laken?

Een deken én een laken ventileren goed en je kunt er het bed goed kort mee opmaken. Je stopt het beddengoed aan de zijkanten in, zodat je kind er niet onder kan schuiven. Een tweede deken is bijna nooit nodig. Je kunt ook een deken in een dekbedhoes gebruiken. De deken moet dan wel even groot zijn als de hoes. De dekbedhoes moet groot genoeg zijn: aan de onder- en zijkanten moet je minimaal 10 cm. over hebben om onder het matras te stoppen. Zorg dat de hoes goed sluit en vouw geen dekentje dubbel in de dekbedhoes.

Opmaaktips

  • Zorg dat je kind niet te warm ligt. De aanbevolen kamertemperatuur is 16-18 °C.
  • Maak het bedje kort op. Je kind ligt met zijn voetjes zo dicht mogelijk bij het voeteneinde en het beddengoed reikt tot zijn schouders. Zo kan je kind nooit helemaal onder het beddengoed komen en blijft zijn hoofd vrij.
  • Vouw beddengoed dat te groot is onder het matras door. Sla het nooit dubbel.

Gebruik geen schapenvacht in een wieg of ledikant. Je kind kan er met zijn gezicht in komen te liggen. Daarnaast is een vacht erg warm en dat verhoogt de kans op warmtestuwing. Ook een hoofdbeschermer of bedverkleiner wordt afgeraden. Beiden zijn van kussenachtig materiaal gemaakt en het gevaar bestaat dat je kind bekneld raakt of in ademnood komt.

Babyslaapzak

Een groot voordeel van een babyslaapzak is dat je kind niet de kans krijgt om onder de deken te kruipen. Daarnaast maakt een babyslaapzak het moeilijker om te draaien; je kind kan zich niet blootwoelen en kan moeilijker uit bed klimmen. Let bij de aanschaf van een babyslaapzak op het volgende:

  • Koop een goed passende babyslaapzak. Er zijn kleine en grote babyslaapzakken te koop. De armsgaten en de halsopening mogen niet te groot zijn, zodat je kind niet in de babyslaapzak kan kruipen.
  • Zorg ervoor dat de babyslaapzak sluit met een rits, niet met knopen. De sluiting van de rits zit ook liever niet bij de hals, maar ter hoogte van de onderbeentjes. Dit voorkomt dat de grootte van de halsopening kan variëren en je kind de sluiting makkelijk kan openen.
  • Het stiksel moet van katoen zijn. Nylon stiksel kan - als het loslaat - de vingers van je kind afknellen.

Er zijn gewatteerde en ongewatteerde babyslaapzakken, met of zonder mouwtjes. Kies je voor een gewatteerd of fleece slaapzakje, dan hoef je nog maar zelden een dekentje te gebruiken: je baby krijgt het anders te warm tijdens zijn slaap.