Als je baby niet slaapt overdag

Als je baby niet slaapt overdag

Je kan er zomaar een dagtaak aan hebben; een baby die overdag niet wilt slapen. Naast dat het enorm vermoeiend is voor zowel jou als je baby, is het vaak lastig om activiteiten te plannen. Hoe kan het dat je baby overdag niet wilt slapen en hoe doorbreek je vicieuze cirkel van overprikkeld raken, niet slapen, oververmoeidheid en daardoor nog steeds niet slapen?

Waarom slaapt mijn baby niet overdag?

Er zijn verschillende mogelijke oorzaken van niet goed kunnen slapen overdag. Om dit patroon te kunnen doorbreken is het zaak om goed naar je baby en zijn behoeftes te kijken. Kijk eens hoe je baby reageert op geluiden en bewegingen in zijn directe omgeving. Sommige baby’s vinden het heerlijk om in jouw nabijheid en bijbehorende geroezemoes te zijn. Dit geeft ze een gevoel van veiligheid en geborgenheid. Andere baby’s zijn juist snel overprikkeld en hebben echt de rust van een eigen kamertje nodig om een goede slaapcyclus te doorlopen.

Slaapcyclus baby

Als je baby steeds maar kort of heel weinig slaapt overdag, komt dat waarschijnlijk doordat hij zijn slaapcyclus niet goed doorloopt. Een slaapcyclus bestaat uit 5 stadia en varieert van indommelen tot diepe slaap. Baby’s kunnen de verschillende stadia nog niet goed aan elkaar koppelen, waardoor ze tussendoor soms wakker worden. Bij pasgeboren baby’s duurt een slaapcyclus gemiddeld 50 minuten. Hierbij slapen ze dus een veelvoud van 50 minuten, bijvoorbeeld 50, 100 of 150 minuten. Na verloop van tijd gaat de slaapcyclus langer duren en wordt het vergelijkbaar met de 90 minuten van een volwassene.

Slaapsignalen

De eerste 6 tot 10 weken heb je nodig om je baby goed te leren ‘lezen’ en zijn slaapsignalen te leren herkennen. Ook heeft je baby deze periode nodig om te wennen aan het dagritme met de veranderlijke voedingsschema’s. Na ongeveer 3 maanden kom je in wat rustiger vaarwater terecht; jullie zijn goed aan elkaar gewend en je baby herkent steeds beter wanneer het tijd wordt om te gaan slapen. Vanaf 5-6 maanden lukt het de meeste baby’s om in hun eigen bedje te slapen overdag. Een duidelijk ritme en avondritueel helpen je baby om grip te krijgen op de wereld. Vanaf 7 maanden hebben de meeste baby’s een vast en voorspelbaar ritme.

Je kunt je baby helpen in slaap te komen door vroegtijdig zijn slaapsignalen te herkennen. Een goede timing is hierbij essentieel. Als je baby over zijn slaap heen is, krijgt hij steeds meer moeite met in slaap vallen en raakt hij uiteindelijk overstuur van oververmoeidheid. Als je baby moe wordt gaat hij niet van het ene op het andere moment huilen. Huilen wordt ook wel een ‘laat signaal’ genoemd, omdat er nog van alles aan vooraf gaat. Vermoeidheidssignalen bij baby’s herken je hieraan:

  • Gapen
  • Wegkijken
  • Staren of een wazige blik
  • Grimas op het gezicht
  • Krakende of kreunende geluidjes maken
  • Het gezicht in je borst begraven
  • Overstrekken
  • Gebalde vuistjes
  • In de ogen wrijven
  • Friemelen aan de oortjes
  • Rode wangen of juist bleekheid

Leg je baby eens een tijdje in zijn bedje of in de box na een voeding. Kijk en observeer goed. Als je (een paar van) deze signalen tijdig herkent, weet je dat hij moe begint te worden. Elke baby is anders, dus probeer te herkennen wat typerend is voor jouw baby. Als je de signalen goed kent, kan je hier steeds beter en vroeg genoeg op inspelen.

Slaapregressie

Een andere mogelijke oorzaak van slecht slapen overdag is slaapregressie. Een slaapregressie is een periode waarin je baby ineens tijdelijk slechter slaapt dan voorheen. Zo’n periode duurt 2 tot 6 weken en daarna komt er weer een periode van betere slaap. Je zou slaapregressies kunnen vergelijken met sprongetjes; er vindt een verandering plaats in de ontwikkeling van je kind, waardoor de normale balans tijdelijk verstoord is. Je kunt op de volgende momenten een slaapregressie verwachten:

Rond 4 maanden
Deze periode van verminderde slaap doet zich voor omdat je baby onderscheid leert maken tussen zichzelf en jou en tevens meer onderscheid maakt tussen lichte en diepe slaap. Hierdoor kan de overgang van lichte naar diepe slaap moeizamer verlopen.

Rond 7 maanden
De eetgewoonten beginnen te veranderen en er worden grote motorische stappen gezet (kruipen, tijgeren en zitten). Ook begint verlatingsangst een rol te spelen, wat een periode van verminderde slaap kan uitlokken.

Rond 9 maanden
Rond deze periode zet het kruipen door en beginnen sommige baby’s zich op te trekken naar een staande positie. Je kind begint met categoriseren, wat de eerste opzet naar het leren van taal is.

Rond 12 maanden
In de periode dat je kind 1 jaar oud wordt kan je weer een slaapregressie verwachten. De taalontwikkeling zet door en sommige kinderen beginnen met lopen.

Rond 18 maanden
Je kind maakt op deze leeftijd de overgang van 2 dutjes naar 1 dutje overdag. Ook snapt hij steeds meer van taal en kunnen de eerste driftbuien de kop op steken.

Rond 2 jaar
Tijdens deze fase beginnen peuters echt een eigen willetje te krijgen en begrijpen ze oorzaak en gevolg steeds beter. Ook beseffen ze dat ze eigen keuzes kunnen maken.

Tips voor als je baby overdag niet wilt slapen

Je kan er behoorlijk wanhopig van worden als je baby maar niet wilt slapen overdag. Probeer zo consistent mogelijk te reageren en blijf goed naar je baby kijken. Soms hebben (pasgeboren) baby’s gewoon huidhonger en een grote behoefte aan mama. Laat dit je niet frustreren en draag je baby wat vaker bij je in een draagzak of –doek. Deze tips kunnen je ook helpen:

  • Wees flexibel: op sommige dagen komt een moeilijk slapende baby totaal niet uit, maar probeer je dagen zoveel mogelijk af te stemmen op de behoefte van je baby
  • Vraag hulp aan je partner, familie of vrienden. Een middagje even de deur uit kan al enorm verlichtend werken.
  • Help je baby ontspannen met bijvoorbeeld babymassage of een warm badje

Duurt de periode dat je baby slecht slaapt overdag wel heel lang of heb je het gevoel dat er meer aan de hand is? Vraag dan om advies bij het consultatiebureau of de huisarts. Soms kan een bezoek aan een kinderslaapcoach ook een goede stap zijn.