Vaccinaties tegen pneumokokken

De pneumokokkenvaccinatie wordt gelijktijdig gegeven met de reguliere DKTP-Hib-HepB-vaccinatie, maar dan in het andere been. Behalve de pijn van het prikken zelf heeft je baby hier meestal weinig last van. Om goed te werken moet het vaccin drie keer worden gegeven: als je baby 2, 4 en 11 maanden oud is.

Pas na deze drie prikken biedt het vaccin minimaal vijf jaar lang bescherming tegen de zeven gevaarlijkste pneumokokkenvarianten.

Bacteriën vind je overal: in de lucht, op je huid, in je darmen. Op zich is daar niets mis mee. Darmbacteriën helpen bijvoorbeeld om je eten te verteren. Maar de ene bacterie is de andere niet en soms bereiken bacteriën plekken in je lichaam waar ze niet thuishoren. Er is dan nog niets aan de hand, want meestal ruimt ons afweersysteem de ongewenste indringers vanzelf op. Je wordt pas ziek wanneer je afweer er niet tegen opgewassen is.

Omdat het afweersysteem van baby's en jonge kinderen nog niet optimaal is ontwikkeld, lopen zij het grootste risico om ziek te worden. Anders dan bij volwassenen en oudere kinderen zijn de verdedigingslinies van hun lichaam nog niet compleet. Om de natuur een handje te helpen hebben medici de afgelopen eeuw verschillende vaccins ontwikkeld. De werking daarvan is vrij eenvoudig. Zo'n vaccin bevat een verzwakte variant of een onderdeel van een bacterie of virus, die het afweersysteem als het ware leert hoe het moet reageren zodra de échte ziekmaker zich onverhoopt aandient.

De pneumokokkenvaccinatie voorkomt jaarlijks circa 78 sterfgevallen. Plus 85 hersenvliesontstekingen, ruim 300 bloedvergiftigingen, 1800 longontstekingen en 52.000 gevallen van middenoorontsteking. En er is nog meer winst voor de volksgezondheid. Gevaccineerde baby's zijn niet alleen beschermd tegen pneumokokkenziekten, maar dragen de pneumokokken bovendien minder lang bij zich. Daardoor zullen ze minder vaak oudere kinderen of volwassenen besmetten die niet zijn ingeënt.