Taalontwikkeling van je baby

Taalontwikkeling van je baby

Lang voordat je baby gaat praten, beschikt hij al over de nodige taalkennis. Zodra hij kan horen, begint namelijk ook de taalontwikkeling. Dit gebeurt al in de baarmoeder. Het gaat in die prille fase om een klankpatroon dat je baby leert herkennen, met name door jouw stemgeluid. De eerste oefening om te leren praten begint met huilen. Welke stappen doorloopt je baby in zijn taalontwikkeling?

Taalontwikkeling pasgeboren baby

Als je baby net geboren is, kan hij eigenlijk direct al communiceren. Je baby probeert jou op allerlei verschillende manieren dingen duidelijk te maken. In het begin zijn dit vooral nog bewegingen, geluiden en gezichtsuitdrukkingen. Je hebt als ouder de belangrijke taak om dit te leren herkennen. Door je baby goed te observeren, zal je steeds beter weten waar je baby behoefte aan heeft. Als er niet genoeg gereageerd wordt op deze subtiele manieren van communiceren, zal je baby naar de volgende stap gaan: huilen.

Taalontwikkeling fase 1: huilen

Vanaf de geboorte van je baby tot ongeveer 6 weken oud zal huilen het belangrijkste geluid zijn dat je baby maakt. Als je baby huilt, maakt hij je duidelijk dat hij honger heeft, zich niet lekker voelt, een vieze luier heeft of moe is. Je baby heeft verschillende huiltjes die je vanzelf leert onderscheiden. Deze verschillende manieren van huilen wijzen allemaal op een andere behoefte. Als je dit beter leert herkennen, kan je het huilen zelfs voor zijn door op tijd zijn behoefte in te willigen. Wees je er wel van bewust dat dit niet altijd mogelijk is. Soms zal je baby even moeten wachten, als jij bijvoorbeeld onder de douche staat of als er een oudere broer of zus is die aandacht nodig heeft.

Taalontwikkeling fase 2: klanken

Tussen de 6 weken en 3 maanden oud begint je baby te experimenteren met klanken. Dit is de tweede fase van zijn taalontwikkeling. Deze klanken zijn kreetjes zoals ‘ah’, ‘oh’ of ‘uh’. Je baby gaat merken dat hij op deze manier ook aandacht van jou kan krijgen. Als je positief reageert op zijn kreetjes, zal hij dit vaker gaan herhalen. Het uitbrengen van klanken traint ook de mondspieren van je baby, wat straks de eerste oefenhapjes weer ten goede komt.

Taalontwikkeling fase 3: brabbelen

Vanaf ongeveer 6 maanden oud breekt de derde fase van de taalontwikkeling aan: je baby gaat klinkers en medeklinkers met elkaar combineren. Dit brabbeltaaltje bestaat uit combinaties zoals ‘dadada’ of ‘bahbah’. Na verloop van tijd kan je baby ook meerdere klinkers met medeklinkers combineren in 1 ‘woordje’, zoals ‘badada’. Hoewel het gebrabbel van je baby soms als echte woorden klinkt, bedoelt hij nog weinig met wat hij zegt. Hij ziet vooral dat er gereageerd wordt en dat hij aandacht krijgt van jou. Vanaf 8 maanden oud gaat je baby het verband tussen oorzaak en gevolg zien, dus tussen zijn gedrag en jouw reactie.

Taalontwikkeling fase 4: de eerste woordjes

Vanaf ongeveer 12 maanden oud komen de eerste echte woordjes voorbij. Dit is de vierde fase van de taalontwikkeling. Je baby begint nu te snappen dat er een betekenis zit achter een bepaald woord. De meest veelvoorkomende eerste woordjes zijn ‘papa’, ‘mama’ en ‘auto’. Je baby maakt nu steeds gebruik van 1 woord om een hele zin aan te duiden. Hij zal bijvoorbeeld wijzen naar een auto, het woordje gebruiken en daarmee ‘Daar staat een auto’ bedoelen. Dit is ook de fase waarin je baby goed begrijpt wat jij zegt, passend bij zijn leeftijd.

Taalontwikkeling fase 5: zinnen met twee woorden

Vanaf ongeveer 18 maanden komt je kind in de volgende fase terecht: hij maakt combinaties van losse woorden die hij al kent. In deze korte zinnetjes gebruikt hij de belangrijkste woordjes om iets aan te duiden, bijvoorbeeld ‘papa auto’ (‘Papa gaat met de auto’). Je kind begrijpt nu steeds meer woorden, waardoor je hem iets kunt uitleggen zonder het aan te wijzen. Gebruik nog steeds korte, eenvoudige zinnen zodat je kind je goed begrijpt.

Taalontwikkeling fase 6: zinnen met drie, vier of vijf woorden

Vanaf ongeveer 2 jaar oud gaat het snel. Je kind leert steeds meer nieuwe woorden en zal ze op allerlei manieren met elkaar combineren. Er worden al echte zinnen geformuleerd met 3, 4 of 5 woorden. Grammaticaal zitten ze nog niet altijd even goed in elkaar, met dit verbetert elke dag weer een beetje. Je kind gaat werkwoorden vervoegen, de eerste voorzetsels, lidwoorden en voornaamwoorden worden gebruikt. In deze fase groeit de woordenschat sneller dan het spraakvermogen, waardoor je kind mogelijk een beetje gaat stotteren. Je kunt je kind nu ook een opdracht geven dat uit 2 delen bestaat: ‘Pak je jas en trek hem aan’.

Taalontwikkeling fase 7: hele zinnen

Vanaf ongeveer 3 jaar kan je kind met hele zinnen spreken. Jullie kunnen nu samen hele gesprekken voeren. Soms komen er hilarische woorden of woordencombinaties uit, wat deze fase ontzettend leuk maakt. Grammaticaal worden de zinnen steeds beter. Zinnen als ‘ik heb mijn jas meegenemen’ of ‘ik heb gegeet’ komen veel voor. Je kind gaat nu ook ideeën met elkaar verbinden, waardoor er samengestelde zinnen tot stand komen. Dit herken je aan een zin waar je normaal een komma zou schrijven: ‘als ik …, dan …’.

Wat als je kind niet gaat praten?

Het kan zijn dat je kind wat achterloopt met zijn taalontwikkeling of nog niet begonnen is met praten. Dit hoeft niet direct reden tot paniek te zijn. Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo. Vaak zie je dat kinderen die nog niet zoveel praten, wel motorisch al grote sprongen hebben gemaakt. In ons artikel De eerste woordjes van je baby vind je een tabel met de minimum spreeknorm per leeftijd. Deze tabel gebruikt de arts op het consultatiebureau om eventuele taalachterstanden op te sporen. Pas als je kind erg achterloopt met zijn taalontwikkeling of stilstaat in zijn gehele ontwikkeling, is het verstandig om contact op te nemen met het consultatiebureau of je huisarts.