Kruipen

Baby kruipen

Je baby is constant bezig met het ontwikkelen van zijn vaardigheden en het opbouwen van kennis. Hij begint al in de baarmoeder met het trainen van zijn spieren en gaat daar na de geboorte onvermoeibaar mee door. Na het eerste halfjaar zal hij gaan proberen om zich zelfstandig voort te bewegen.

Wanneer je kind zich voor het eerst zelfstandig zal gaan verplaatsen, is niet te zeggen. Er zijn van de snelle coureurtjes die zich met 6 maanden al door het huis weten te bewegen. Andere kinderen zijn op hun 1e verjaardag nog heel tevreden met het plekje waar ze worden neergezet en lijken geen enkele behoefte te hebben om te gaan kruipen.

Basisvaardigheden

Voordat je baby kan beginnen met kruipen, moet hij eerst een aantal basisvaardigheden onder de knie krijgen. Hij moet zijn hoofd en borst op kunnen tillen als hij op zijn buik ligt. Daarbij steunt hij op zijn armen en zijn handen. Vaak kunnen kinderen ook al korte momenten achter elkaar zelfstandig zitten, wanneer ze gaan proberen om zich voort te bewegen.

De meeste baby’s beginnen in de periode tussen 7 en 9 maanden met kruipen. De methode die ze daarbij gebruiken, verschilt per kind. Meestal begint het met een schuivende beweging. Sommige baby’s schuiven door de kamer, terwijl ze liggen op hun buik, anderen weer wanneer ze op hun billen zitten. Er zijn ook baby’s die één been gestrekt houden en schuiven op een knie. Andere kinderen schuiven op twee knieën.

Elke baby ontwikkelt zijn eigen unieke methode om zich voort te bewegen. Het kan dus ook zijn dat je kind zich met krabachtige bewegingen opzij verplaatst, of zich met behulp van zijn vuistjes in een soort van tijgersluipgang door de kamer beweegt. Al die verschillende stijlen doen niet onder voor het daadwerkelijke kruipen, waarbij je baby zich op handen en knieën voortbeweegt.

Het gaat er dan ook niet om hoe je kind zich verplaatst, maar dát hij een manier bedenkt om zich te verplaatsen. Probeer je kind dan ook nooit een bepaalde manier van voortbewegen af te leren, omdat die je zo vreemd voorkomt. Daarmee ontmoedig je alleen maar zijn pogingen om zich te verplaatsen en het gaat er nu juist om dat je kind leert om zijn lichaam op deze manier onder controle te krijgen.

Meteen staan!

Er zijn ook kinderen die het stadium van het schuiven of het kruipen volledig overslaan. Als ze het zitten eenmaal onder de knie hebben, proberen ze meteen om te gaan staan. Daarbij zullen ze zich waarschijnlijk aan de rand van de box of het aanwezige meubilair omhoog trekken. Wanneer dat gelukt is, beginnen ze voorzichtig wat kleine stapjes te maken, terwijl ze zich stevig vasthouden. Voor je het weet, lopen ze door de kamer.

Het stadium waarin je kind leert om zich zelfstandig voort te bewegen, verschilt dus van kind tot kind. Het is daarom niet nodig om je zorgen te maken als je kind later, of anders dan andere kinderen, leert om zich te verplaatsen. Bedenk daarbij dat snelle kruipers vaak late lopers zijn, terwijl kinderen die helemaal niet kruipen meestal eerder leren lopen.

Pas als je merkt dat je kind ook op andere gebieden achterblijft ten opzichte van zijn leeftijdgenootjes, of wanneer hij sowieso moeite heeft met het bewegen en coördineren van zijn armen en benen, is het verstandig om dit eens voor te leggen aan je huisarts, of aan de arts op het consultatiebureau. Dit kan namelijk betekenen dat je kind bepaalde motorische, of andere problemen heeft.

Stimuleren

Zelf kun je trouwens veel doen om je kind te stimuleren om zich te gaan verplaatsen. Zo moet je je baby natuurlijk wel de gelegenheid bieden om zich te leren voortbewegen. Kinderen die de hele dag in een wipstoeltje, wagentje, bedje of loopstoeltje zitten, zijn niet in staat om hun spieren te trainen en te proberen om zich te verplaatsen. Ze worden ook minder geprikkeld om dit uit te proberen.

Daarom is het goed om je kind elke dag een paar uur op een kleed op de grond te leggen. Daar kan hij naar hartelust allerlei bewegingen uitproberen. Als je merkt dat hij daadwerkelijke pogingen doet om zich te verplaatsen, kun je hem extra prikkelen door een speeltje, of iets anders dat hij graag wil hebben, net buiten zijn bereik neer te leggen.

In het begin kunnen dit soort extra prikkelingen overigens voor heel wat frustraties bij je kind zorgen. Vooral als hij blijft proberen om bij het speeltje te komen en het maar niet lukt. Kwel je baby dan niet te lang. Geef hem het speeltje als hij boos wordt en probeer het na een paar dagen nog een keer.

Deze frustraties kunnen ook ontstaan door de wijze waarop je kind zich leert voortbewegen. Sommige kinderen ontdekken eerst hoe ze achterwaarts kunnen schuiven, maar slagen er de eerste tijd niet in om zich voorwaarts te verplaatsen. Als er dan een speeltje voor hen ligt, en ze ontdekken dat ze er alleen maar vanaf bewegen in plaats van er naar toe, kan dit een enorme woedeaanval veroorzaken.

Maak je ook daarover geen zorgen. Deze heftige emoties geven alleen maar aan dat je kind heel graag wil leren voortbewegen. Als die wilskracht er eenmaal is, zal hij waarschijnlijk net zo lang oefenen tot het ook daadwerkelijk lukt!