De eerste reflexen van je baby

De eerste reflexen van je baby

Na de geboorte is het zenuwstelsel van je baby nog volop in ontwikkeling. Al vanaf een paar dagen oud merk je dat hij in reactie op zijn omgeving (als hij een geluid hoort bijvoorbeeld) bepaalde bewegingen kan maken. Deze bewegingen worden ook wel reflexen genoemd. De reflexen van je baby komen voort uit zijn natuurlijke instinct dat erop gericht is om buiten de baarmoeder te overleven. Dit zijn primitieve reacties die later weer verdwijnen. Welke eerste reflexen van je baby kan je verwachten?

Waarom reflexen?

Reflexen zijn automatische reacties van je baby op prikkels uit zijn omgeving, die hem in staat stellen te reageren. Sommige reflexen zijn er puur op gericht om buiten de baarmoeder te overleven (zoals zoek- en zuigreflex). Andere reflexen (zoals moro-reflex en grijpreflex) stammen uit oude tijden waarbij baby’s zich aan de moeder vastklampten om rondgedragen te worden. Van sommige reflexen is de oorsprong niet bekend, maar over het algemeen wordt gedacht dat het instinctieve en primitieve reacties zijn om te overleven.

Zoekreflex en zuigreflex

De belangrijkste reflexen zijn misschien wel de zoek- en zuigreflexen. Deze zijn er op gericht om voedsel binnen te krijgen. Zodra je zachtjes over een wangetje van je baby strijkt, zal je kind zijn hoofd die kant op draaien en zijn mond opendoen. Je baby maakt met zijn mondje ondertussen een zoekende beweging in de richting waar de aanraking vandaan kwam. Deze beweging is heel effectief, want op dezelfde manier zoekt je baby ook jouw tepel wanneer je hem aanlegt voor borstvoeding. Deze reflex is niet bij elke baby even duidelijk. Sommige baby’s draaien alleen hun hoofdje naar de aanraking.

Zodra je baby iets in zijn mond voelt, zal hij beginnen met zuigen. Dit is de zuigreflex. Als je het wangetje niet langer aanraakt, en de prikkel om te zoeken en te zuigen verdwijnt, zal je baby toch nog even doorgaan met zuigen. Het zuigen van je baby lijkt overigens een beetje op kauwen. Het is een erg sterke beweging, die vaak een tijdje aanhoudt. De zuigreflex vraagt overigens best wat coördinatie, want de ademhaling moet ondertussen ook gereguleerd worden.

Slikreflex en kokhalsreflex

Na de zuigreflex volgt de slikreflex. Ook deze beweging kan je baby direct na zijn geboorte maken. De slikreflex zorgt voor de juiste beweging als er voeding achterin de mond komt. Zo kan hij zich meteen voeden met colostrum of melk. Als je kind tijdens het voeden per ongeluk te veel melk binnenkrijgt, voorkomt de kokhalsreflex dat je baby stikt. Dankzij dit reflex is je baby bovendien in staat om zijn luchtwegen schoon te maken en eventueel slijm, dat zijn ademhaling bemoeilijkt, op te hoesten.

Grijpreflex

Als je een vinger in de handpalm van je baby legt, zal hij deze onmiddellijk stevig beetpakken. Dit is de grijpreflex van je baby. De greep van je baby is zo sterk, dat hij zijn hele gewicht kan dragen wanneer hij zich met beide handjes ergens aan vastgrijpt. Als je de voetzolen van je baby aait, reageert hij op precies dezelfde manier: de teentjes krullen naar binnen, waardoor je baby een grijpbeweging maakt met zijn voetje.

Loopreflex

Vlak na de geboorte maakt je baby soms een beweging die verbazingwekkend veel lijkt op lopen. Als je je baby onder zijn armen rechtop houdt en met zijn voeten een hard oppervlak laat aanraken, trekt hij een beentje op alsof hij een stap wil maken. Wanneer je hem daarna met het andere voetje de ondergrond aan laat raken, zal hij dat beentje optrekken. Zo lijkt het net alsof je baby wil gaan lopen. Deze reflex is vlak na de bevalling het sterkst aanwezig, daarna verdwijnt hij al snel.

Schrikreflex of Moro-reflex

Alle baby’s vertonen vlak na hun geboorte dezelfde schrikreactie. Bij een plotseling geluid of een onverwachte beweging zal je baby zijn armen en benen wijd uitspreiden, alsof hij iets wil vastgrijpen. Daarna buigen ze langzaam weer naar binnen en balt je kind zijn vuistjes. Deze reflex eindigt met een heftige huilbui. De schrikreflex doet, samen met de grijpreflex, sterk denken aan de manier waarop babyaapjes reageren en zich vastgrijpen aan hun moeder. De schrikreflex waarschuwt je baby voor gevaar.

Tonische nekreflex

Wanneer baby’s op hun rug gelegd worden, gaan ze meestal op dezelfde manier liggen. Het hoofdje keert zich naar één kant. Het armpje en het beentje aan die kant worden uitgestrekt, terwijl de ledematen aan de andere kant van zijn lijfje gebogen zijn. Leg je je baby op zijn buik, dan zal hij zijn hoofd waarschijnlijk opnieuw naar één kant draaien. Vervolgens trekt hij zijn benen op, totdat zijn knieën tegen zijn onderbuik liggen. Ondertussen houdt hij zijn armpjes stevig tegen zijn lichaam gedrukt, terwijl hij zijn handjes tot vuisten balt. Dit is het begin van de oog-hand coördinatie, waarmee hij leert zijn ogen te focussen op een langere afstand.

Tonische labyrintreflex

De tonische labyrint reflex bestaat uit een voorwaartse en achterwaartse reflex. De voorwaartse reflex is al te zien in de baarmoeder; de baarmoederwand drukt het hoofdje naar voren waardoor je baby in de foetushouding ligt. Hierdoor kan je baby een optimale groei doormaken. Het achterwaartse reflex komt pas aan de orde als je baby geboren wordt. Je baby moet een spildraai maken om door het geboortekanaal te passen. De armen en benen strekken zich en dit helpt je baby om zich te ontvouwen na de geboorte.

Spinale galantreflex

De spinale galantreflex is het zijwaarts bewegen van de romp van je baby en ontstaat halverwege je zwangerschap. Als je met je vinger langs de wervelkolom van je baby glijdt, zal hij aan deze kant naar binnen buigen met zijn arm en been. Aan de andere zijde strekt hij zijn arm en been juist. Deze bewegingen helpen je baby geboren te worden. De weeën prikkelen zijn rug en zijn bewegingen helpen hem door het geboortekanaal naar buiten.

Glabellareflex

Als je op het midden van het voorhoofd van je baby tikt, sluit of knippert hij met zijn ogen. Na een paar keer tikken merk je dat het Glabellareflex weer verdwijnt. Als het Glabellareflex niet uitdooft en je hier als volwassene nog steeds op reageert, wordt dit als mogelijk kenmerk gezien voor de ziekte van Parkinson of dementie.

Wanneer verdwijnen de reflexen weer?

De meeste reflexen verdwijnen als je baby rond de 3 à 4 maanden oud is. Door zijn motorische ontwikkeling rijpen de hersenen en zenuwbanen, waardoor je baby steeds meer controle krijgt over zijn bewegingen. Hierdoor doven de reflexbewegingen uit en worden ze vervangen door bewuste bewegingen. De grijpreflex van de voetzool verdwijnt pas rond de leeftijd van 9 maanden, als je baby begint met lopen. Hierna komen de overgangsreflexen in beeld. Deze reflexen komen na de primitieve reflexen en ondersteunen je baby bij het maken van bepaalde stappen in zijn ontwikkeling, zoals het ervaren van zwaartekracht.

Als de primitieve reflexen niet verdwijnen, staat dit de normale ontwikkeling van je baby in de weg. Zo belemmert een aanhoudende grijpreflex van de voetzool het correct neerzetten van de voetjes, waardoor lopen lastig wordt. Het consultatiebureau houdt dit goed in de gaten en zal de reflexen van je baby regelmatig testen.