De hielprik bij je baby: wanneer en waarom?

Hielprik bij je baby

Alle baby’s in Nederland krijgen binnen zes dagen na hun geboorte een hielprik. Dit vindt meestal gelijktijdig plaats met de gehoorscreening. Bij een hielprik wordt er wat bloed afgenomen uit het hieltje van je baby. Dit bloed wordt onderzocht op een aantal zeldzame, maar ernstige aandoeningen. Deelname aan de hielprik is vrijwillig en er zijn geen kosten aan verbonden. Na de geboorteaangifte bij je gemeente volgt de uitnodiging voor de hielprik vanzelf, je hoeft daar verder niets voor te doen.

Waarom een hielprik bij je baby? 

Tijdens de hielprik wordt een klein beetje bloed afgenomen. Dat bloed wordt onderzocht op 18 verschillende aandoeningen: een aandoening van de schildklier, een aandoening van de bijnier, een bloedziekte (sikkelcelziekte) en een aantal stofwisselingsziekten. De meeste daarvan zijn erfelijk. Gelukkig komen ze niet vaak voor. De hielprik wordt bij jou thuis afgenomen. 

Doet de hielprik pijn bij een baby?

Dit willen ouders niet horen, maar de hielprik kan even pijn doen bij je baby. Het kan zijn dat de kleine gaat huilen. Je kunt hem dan het beste troosten door hem tegen je aan te leggen en eventueel af te leiden met een speeltje. 

Voorbereiding op de hielprik van je baby 

Het helpt als je baby ontspannen is voordat hij de hielprik krijgt. Het voetje moet warm zijn, dus het kan helpen om van te voren al lekkere warme sokjes aan te doen of een extra dekentje over hem heen te leggen. Omdat je thuis bent, kun je hem ook in bad doen voor de verpleegkundige komt. Doordat de warmte de bloedvaten open zet, gaat het prikken waarschijnlijk makkelijker. 

Uitslag hielprik negatief, en nu?

Als de uitslag van de hielprik afwijkend is, word je doorverwezen naar de kinderarts voor vervolgonderzoek. Een deel van de kinderen blijkt de ziekte niet te hebben, een ander deel wel en moet worden behandeld. Lees meer over de aandoeningen CHT, PKU, AGS en CF. De aandoeningen waarop getest wordt zijn niet te genezen, maar wel goed te behandelen met medicijnen of een dieet. Tijdige opsporing van deze aandoeningen kan schade aan de lichamelijke of geestelijke ontwikkeling van je kind voorkomen. De hielprik wordt uitgevoerd door de wijkverpleegkundige, je huisarts, verloskundige of door de kraamverzorgende. Je krijgt binnen vijf weken na de hielprik schriftelijk bericht over de uitslag.