Niet genoeg melk

Borstvoeding geven - Niet genoeg melk

De meeste moeders die een goede start met borstvoeding hebben gehad, maken ook voldoende melk aan. Toch is het mogelijk dat je baby te weinig melk binnenkrijgt of kun je het gevoel hebben dat je te weinig melk produceert. Zo’n 2% van de moeders kan inderdaad niet genoeg melk aanmaken. Heb je het gevoel dat je baby te weinig voeding krijgt? De volgende symptomen betekenen niet per definitie dat je baby te weinig voeding binnenkrijgt, maar kunnen mogelijk wijzen op een tekort:

  • Je baby is slaperig. Je baby valt al snel (na een paar minuten) in slaap aan de borst of is voornamelijk aan het zuigen in plaats van drinken.
  • Je baby wordt niet uit zichzelf wakker voor een voeding.
  • Je baby is onrustig tijdens het geven van borstvoeding.
  • Je baby heeft regelmatig last van krampjes.
  • Je baby vraagt vaak om een voeding of blijft lang aan de borst drinken.
  • Je baby heeft geelzucht.
  • Je baby verslikt zich veel aan de borst door bijvoorbeeld een snelle toeschietreflex of snelle melkstroom.
  • Je baby drinkt je borsten niet leeg.

Tips bij te weinig melkproductie

De beste manier om te checken of je baby genoeg melk binnenkrijgt, is door hem regelmatig te wegen. Soms wordt geadviseerd om je baby voor en na een voeding te wegen, zodat je kunt zien hoeveel melk hij gedronken heeft. Dit is niet altijd zinvol, want hij zal de ene voeding meer drinken dan de andere. Als je dit toch graag wilt proberen, weeg hem dan voor en na de voeding over een langere periode van bijvoorbeeld 24 tot 48 uur. Daarnaast kun je proberen je melkproductie te verhogen met onderstaande tips:

  • Vaker borstvoeding geven.
    Probeer eens een aantal dagen achter elkaar met  je baby veel huid-op-huid contact te hebben, veel te voeden en veel te rusten. Trek je echt even terug samen met je baby om je melkproductie te verhogen.
     
  • Biedt bij elke voeding twee borsten aan.
    Zo krijgt je baby alle melk die beschikbaar is en worden beide borsten gestimuleerd om meer melk aan te maken.
     
  • Bekijk de drinktechniek van je baby.
    Heeft hij je borst goed in zijn mondje en zie je hem zuigen en slikken? Wanneer je baby zuigt zonder melk te krijgen, gaat zijn kinnetje snel op en neer zonder dat er een pauze wordt genomen. Heb je het vermoeden dat hij wel zuigt maar niet drinkt? Dat is een goed moment om een lactatiekundige in te schakelen.
     
  • Wisselvoeden.
    Vooral als je baby snel slaperig is aan de borst, is wisselvoeden een goede methode om hem alert te houden tijdens een voeding. Je wisselt meerdere keren van borst per voeding, zodra je ziet dat zijn aandacht verslapt. Voor sommige baby’s is 10 minuten genoeg, bij anderen moet je echt elke 2 à 3 minuten wisselen. Probeer iedere borst minstens twee keer aan te bieden per voeding.
     
  • Nachtvoedingen.
    Ook als je al een tijdje geen nachtvoedingen meer geeft, zijn dit geschikte momenten om je melkproductie te verhogen. ’s Nachts maakt je lichaam meer hormonen aan om melk te produceren.
     
  • Vermijd de speen en het tepelhoedje.
    Door het gebruik van een speentje is de zuigbehoefte van je baby sneller bevredigd, waardoor hij minder snel om een voeding vraagt. Daarnaast drinken sommige baby’s niet meer goed aan de borst als ze gewend zijn aan een speen. Ook een tepelhoedje kan je melkproductie verminderen.
     
  • Extra kolven.
    Als je baby niet genoeg melk uit je borst drinkt, kun je na een voeding extra melk afkolven. Zo verhoog je je melkproductie en heb je extra voeding achter de hand om je baby bij te voeden.

Blijft het lastig om je baby genoeg melk aan te bieden? Soms zorgen omstandigheden er ook voor dat je niet genoeg melk aanmaakt. Stress of lichamelijke problemen kunnen van invloed zijn op je melkproductie. Voel je niet schuldig als je noodgedwongen moet stoppen met borstvoeding. Je hebt er alles aan gedaan om het op gang te brengen. Onnodig lang door blijven gaan zonder resultaat is niet goed voor jou én voor je baby. Maak een weloverwogen beslissing door met het consultatiebureau of een lactatiekundige te overleggen, maar het belangrijkste is dat jij je eigen gevoel volgt.