Het voeden van een tweeling

Borstvoeding geven - Het voeden van een tweeling

Zodra je weet dat je zwanger bent van een tweeling, vraag je je af hoe je ze tegelijkertijd kan voeden en verzorgen. Het geven van borstvoeding aan een tweeling vergt wat oefening in het begin, maar is in principe goed te doen. 

De grootste uitdaging met je pasgeboren tweeling is het aanleggen. Het wordt aangeraden om de eerste paar weken één baby tegelijk te voeden. Op deze manier kun je oefenen met de juiste houding en krijgt je baby alle gelegenheid om het zuigen  goed onder de knie te krijgen. Als het aanleggen goed gaat en je melkproductie goed op gang is gekomen, kun je ze ook tegelijk gaan voeden. Om de vraag van je baby’s op elkaar af te stemmen kun je (tijdelijk) volgens een schema gaan voeden. Dit is bij borstvoeding niet heel gebruikelijk, maar bij een tweeling voorkomt het dat je de hele dag door aan het voeden bent. Zorg ervoor dat je je baby’s regelmatig van borst laat wisselen. Je melkproductie is niet altijd gelijk per borst, wissel daarom dagelijks of per voeding af.

Melkproductie

Je kunt je afvragen of je wel genoeg melk produceert voor twee baby’s tegelijk. In principe hoef je je daar geen zorgen om te maken. Het geven van borstvoeding is een systeem van vraag en aanbod. Als je –zeker in het begin- je baby’s vaak genoeg aanlegt produceer je vanzelf genoeg melk. Toch kan je best tegen wat moeilijkheden aanlopen. De druk om twee baby’s te voeden, helemaal in combinatie met een eventuele vroeggeboorte of keizersnee, kan ervoor zorgen dat de melkproductie wat langzamer op gang komt. Kan je wel wat hulp gebruiken? Schakel dan een lactatiekundige in. 

Houdingen om borstvoeding te geven

In het begin kan het even zoeken zijn naar een fijne houding om je tweeling borstvoeding te geven. Vraag je partner of iemand anders om te helpen met het aanleggen van je baby’s. Zorg voor genoeg (voedings-)kussens voor voldoende ondersteuning. 

  • De rugbyhouding
    In deze houding leg je beide baby’s met hun voetjes naar achter, langs je beide zijden. Hierbij is het handig om twee kussentjes te gebruiken, zodat je niet zelf het gewicht van beide kinderen hoeft te tillen. Neem bij het voeden plaats op een stoel met een brede zitting of op de bank. Nog handiger is een voedingskussen dat je helemaal om je lichaam heen kunt vouwen.
     
  • De madonnahouding
    Je kunt ook proberen om je kinderen gekruist aan de voorkant te voeden. Het lichaam van je ene kind steunt daarbij voor een deel op het lichaam van het andere. Allebei liggen ze met hun hoofdje in de holte van je elleboog. Met je handen ondersteun je en positioneer je je baby’s, zodat ze goed bij je tepels kunnen. Ook in deze houding is het erg fijn om een kussen te gebruiken. Zo blijf je beter rechtop zitten en liggen je kinderen op een zacht oppervlak.
     
  • De parallelhouding
    Een combinatie van deze twee manieren is natuurlijk ook mogelijk; de parallelhouding. Hierbij leg je één baby in de rugbyhouding met zijn beentjes naar achteren en de andere baby aan de voorkant van je lichaam. Zo liggen ze parallel aan elkaar. 

De borst en de fles

Tenslotte kun je nog besluiten om je baby’s afwisselend de borst en de fles te geven. Dit kun je doen met afgekolfde moedermelk en is vooral handig wanneer iemand je bij het voeden kan helpen. Terwijl jij je ene kind de borst geeft, kan de ander je tweede baby de fles geven. Ook hierbij is het belangrijk dat je niet telkens dezelfde baby bij je neemt. Zorg er dus voor dat de baby die bij de eerste voeding de borst krijgt, bij de tweede voeding het flesje krijgt en zo verder.

Overstappen op flesvoeding

Je kunt er ook voor kiezen om je kinderen kunstvoeding te geven en met de fles te voeden. Deze keuze is zeer persoonlijk en kan om allerlei redenen gemaakt worden. Een voordeel hiervan is wederom dat een ander je kan helpen. Als je alleen bent, is het handig om je baby’s naast elkaar in een wipstoeltje te zetten en er zelf tussenin te gaan zitten, terwijl je ze de fles geeft. Ook kun je één van je kinderen op schoot nemen en het andere op een kussen naast je leggen. Zorg er voor dat je niet steeds dezelfde baby bij je neemt. Als je kinderen wat groter zijn, kun je ze samen op schoot zetten. Terwijl ze elk op één van je benen zitten, leunen ze met hun rug tegen je borst.