Doneren van moedermelk: zo werkt het

Moedermelk doneren

Soms lukt het niet om als moeder (genoeg) moedermelk te produceren. Als je toch wilt dat je kleintje moedermelk drinkt, kun je kiezen voor donormelk. Dat is gekolfde melk van een andere moeder. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom je jouw baby niet zelf kunt voeden en als je dat wel wilt, kan dit best een impact hebben op je gemoedsgevoel. Donormelk zou dan een oplossing kunnen zijn.

Als je baby te vroeggeboren is, is borstvoeding extra belangrijk. Moedermelk biedt de baby namelijk heel veel voordelen wat betreft gezondheid, voeding en ontwikkeling. Bovendien verkleint het de kans op het ontwikkelen van allergieën en bevat het stoffen en cellen die de afweer van de baby versterken.

Je komt in aanmerking voor donormelk als je

  • Medicatie gebruikt die niet samengaat met het voeden
  • Weinig klierweefsel hebt om volledig te voeden
  • Een borstoperatie hebt gehad
  • Niet voldoende melk kunt produceren

Of als jouw baby

  • Bijvoeding nodig heeft
  • Geadopteerd is
  • Prematuur is
  • Groeiachterstanden heeft (failure to thrive)
  • Een onvermogen heeft om bepaalde voedingsstoffen op te nemen (malabsorptie)
  • Een voedselintolerantie heeft
  • Nieruitval heeft (renal failure)
  • Aangeboren metabolische afwijkingen heeft
  • Ontstekingen, ziekten en/of afwijkingen van het maag/darmkanaal heeft
  • Vermoedelijk allergisch is
  • Preventief moedermelk tegen Necrotiserende Enterocolitis nodig heeft
  • Preventief moedermelk tegen ziekte van Crohn nodig heeft

Zelf moedermelk doneren? Dit kun je doen

Andersom kan het ook: je hebt zelf te veel moedermelk. Als je moeders die geen borstvoeding kunnen geven wilt helpen, kun je je aanmelden bij de Nederlandse Moedermelkbank of bij MoM&e om jouw melk te doneren. 

Moedermelkbank  - De Moedermelkbank neemt alleen melk aan, als je vóóraf gescreend en getest bent. Zij nemen dus geen vooraf gekolfde moedermelkvoorraden over.

MoM&e - Bij MoM&e mag je een vooraf gekolfde voorraad moedermelk aanbieden. Bij MoM&e wordt een moedermelkdonor achteraf gescreend en getest.

Moedermelkdonor

Donormoeders hoeven niet verplicht een bloedtest af te laten nemen, maar het wordt wel geadviseerd. Zo kan worden uitgesloten dat de melk niet besmet is met eventuele ziekteverwerkkers die de donormoeder onder de leden zou hebben.

Een prenatale bloedtest is wel verplicht. Tussen een bloedtest in de zwangerschap en de zoogtijd zit een best wel lange periode. Het is mogelijk dat een moedermelkdonor ondertussen besmet is geraakt met ziekteverwekkers. Er wordt een nieuwe bloedtest gedaan als de ontvanger van de melk dit wil. De bloedtest omvat een Hepatitis B, Hepatitis C, HIV, Syfilis (Lues), Cytomegalovirus (CMV) en transaminase screening. 

Je komt in aanmerking om moedermelk te geven als je

  • Een stabiele melkproductie hebt
  • Niet rookt
  • Geen alcohol drinkt op regelmatige basis
  • Geen medicatie in neemt op regelmatige basis
  • Geen recreatieve drugs gebruikt

Je mag definitief geen melk doneren als je

  • Tot een HIV-risicogroep behoort
  • Tot een Jacob-Creuzfeld risicogroep behoort
  • Positief getest bent op HIV, Hepatitis B/C of Lues

Je mag tijdelijk geen melk doneren als je

  • Ziek wordt en koorts hebt
  • Jij, of iemand in jouw gezin, uitslag krijgt wat lijkt op een virusinfectie en gepaard gaat met koorts
  • Wanneer je gastro-enteritis of mastitis hebt
  • Een huidaandoening hebt, zoals candida of herpes
  • Ingeënt wordt met een levende entstof (vier weken na de laatste inenting mag je weer doneren)
  • Medicijnen gaat gebruiken (48 uur na laatste inname mag je weer doneren)
  • Bloedtransfusie of orgaantransplantatie hebt ontvangen (na zes maanden mag je weer doneren)

Bron: bovenij, moedermelknetwerk.nl, vumc.nl