Scheelzien

Scheelzien en scheelkijken baby

Elk oog wordt aangestuurd door zes oogspieren. Door een goede samenwerking tussen de oogspieren van beide ogen kunnen de ogen in alle richtingen kijken en staan ze recht. Bij scheelzien gaat de samenwerking tussen de oogspieren niet goed, waardoor de ogen niet recht staan.

Scheelzien komt veel voor bij baby’s doordat de ontwikkeling en samenwerking van de oogspieren nog niet af zijn. Tot de leeftijd van 6 maanden mag een baby af en toe scheelzien. Belangrijk is dat het scheelzien langzaam minder wordt en dat de baby niet scheelziet als hij gericht ergens naar kijkt. Als een baby altijd scheelziet, is dat altijd zorgelijk! Na de leeftijd van 1 jaar hoort een kind echt niet meer scheel te zien, ook niet bijvoorbeeld wanneer je kind moe is.

Scheelzien hoort bij de normale ontwikkeling van de baby, er hóeft dus niets aan de hand te zijn. (Afwijkend) scheelzien kan ontstaan door een afwijking aan de oogspieren, maar ook door een afwijking aan de ogen zelf, zoals bijvoorbeeld een refractie (bril)afwijking.

Het is belangrijk dat de ogen goed leren samenwerken om goed (diepte) te kunnen zien. Bij een kind is het zien nog in ontwikkeling tot de leeftijd van 7 jaar. Bij scheelzien zie je niet één maar twee beelden, je ziet dus ‘dubbel’.

Controle consultatiebureau

Op het consultatiebureau wordt standaard bij elk bezoek aan de consultatiebureauarts naar de ogen en eventueel scheelzien gekeken. Wanneer je baby scheelziet of bij twijfel, is het belangrijk om dit op het consultatiebureau te melden. Ook als scheelzien in de familie voorkomt, is dat belangrijk om te melden, omdat dit erfelijk kan zijn. Bij (afwijkend) scheelzien zal de consultatiebureauarts je doorverwijzen naar de oogarts.

De oogarts zal dan verder onderzoeken waardoor het scheelzien bij je baby komt. Vaak is behandeling met afplakken en / of bril nodig. Uiteindelijk is soms een operatie aan de oogspieren nodig. Tot de leeftijd van 5 jaar is scheelzien goed te behandelen. Tot de leeftijd van 7 jaar is scheelzien nog redelijk te behandelen, maar daarna niet meer omdat het zien van het oog dan volledig ontwikkeld is.