(On)vruchtbaarheids ABC
De meest voorkomende (on)vruchtbaarheidsbehandelingen verklaard.
BTC = Basaletemperatuurcurve. Door elke ochtend op hetzelfde tijdstip - vóórdat je
opstaat - je temperatuur rectaal op te nemen en te noteren, kan worden bekeken of je een eisprong hebt. Als dat zo is, stijgt je temperatuur in het midden van de cyclus met ongeveer 0,5° Celsius.
FSP = Fallopian sperm perfusion, een van IUI afgeleide methode waarbij een vrij grote hoeveelheid 'opgewerkt' zaad hoog in de baarmoederholte wordt gebracht. Daardoor kunnen meer zaadcellen het einde van de eileiders bereiken. FSP bevindt zich nog in de onderzoeksfase en wordt maar in enkele ziekenhuizen toegepast.
HSG = Hysterosalpingogram, ofwel baarmoederröntgenfoto. Bij dit onderzoek wordt via je vagina contrastvloeistof in je baarmoeder gespoten, zodat door middel van een röntgenfoto te zien is of je eileider(s) doorgankelijk zijn.
ICSI = Intracytoplasmatische sperma injectie. In een laboratorium wordt een zaadcel rechtstreeks in een eicel geïnjecteerd, waarna de bevruchte eicel in de baarmoeder wordt geplaatst (zoals bij IVF).
IUI = Intra-uteriene inseminatie, het inspuiten van sperma in de baarmoeder.
IVF = In vitro fertilisatie, ofwel reageerbuisbevruchting. Met behulp van hormoonstimulatie worden bij de vrouw eitjes in rijping gebracht. Deze worden met een holle naald uit de follikels gezogen (=punctie) en vervolgens in het laboratorium met sperma samengevoegd.
KI = Kunstmatige inseminatie met sperma van je eigen partner, hoog in de schede.
KID = als KI, maar dan met donorzaad
MESA, PESA of TESE = verschillende vruchtbaarheidstechnieken waarbij zaad rechtstreeks uit de bijval wordt gehaald; een optie als zaadleiders niet zijn aangelegd of beschadigd. Deze methoden worden in Nederland slechts in een paar klinieken toegepast in onderzoeksverband; er bestaat nog onzekerheid over de veiligheid van de behandeling voor de gezondheid van het kind.
OFO = Oriënterend fertiliteitsonderzoek, het basisonderzoek. Dit bestaat uit verschillende onderzoeken, waardoor mogelijk kan worden opgespoort wat een zwangerschap in de weg staat. Naast bloed-, urine- en sperma-onderzoek wordt gekeken of er een eisprong is, of het baarmoederhalsslijm doorgankelijk is en of de eileiders dat zijn.
PCT = Post-coïtumtest - ook samenlevingstest - waarbij wordt gekeken of er voldoende bewegende spermacellen aanwezig zijn in het baarmoederhalsslijm.
SH-test = Simms-Hühnertest, andere benaming voor PCT.
Trefwoorden
- onvruchtbaarheid
- onvruchtbaarheidsbehandelingen
















