Zwanger op latere leeftijd
Als je op latere leeftijd zwanger wordt, heb je een verhoogd risico om een kind te krijgen met een chromosoomafwijking. Gelukkig is de kans dat je een gezond kind krijgt nog altijd het grootst.
Naarmate je ouder wordt, neemt de kans op een miskraam toe. Mogelijk komt dit omdat de kwaliteit van de eicel minder wordt. Ook de hormoonregulatie die nodig is voor een goede eisprong en innesteling van de bevruchten eicel kan een rol spelen. Dit verandert als je ouder wordt. Bij vrouwen tot 35 jaar is de kans op een miskraam ongeveer 1 op 10. Tussen de 35 en 40 jaar eindigt 1 op de 5 tot 6 zwangerschappen in een miskraam. Tussen de 40 en 45 jaar 1 op de 3 en boven de 45 jaar de helft van de zwangerschappen.
Risico op Downsyndroom
Ook de kans op een baby met een chromosoomafwijking - zoals het Downsyndroom - wordt groter naarmate je ouder wordt. Tel je de kinderen die geboren worden met het Downsyndroom, dan is de kans hierop bij een 20-jarige 1 op de 1500. Bij een 36-jarige is dit 1 op de 300 en bij een vrouw van 40 jaar 1 op de 100. Bij de kans op een chromosoomafwijking speelt de leeftijd van de vader geen rol.
Chromosomen: hoe zit het precies?
Chromosomen zijn de dragers van onze erfelijke eigenschappen. Elke lichaamscel telt 46 chromosomen. Chromosomen komen voor in paren: er zitten dus 23 paren in elke cel. Alleen in de geslachtscellen zitten geen 46 chromosomen, maar 23. Dus geen paren, maar één van elk. Wanneer eicel en zaadcel samen een nieuwe cel vormen, zitten daar weer 2 x 23 chromosomen in.
Chromosomen vormen altijd een bepaald patroon, dat je met een sterke microscoop kunt zien. Om precies te weten over welk paar chromosomen het gaat, zijn alle chromosomen genummerd. Soms gaat er iets mis. Zo kunnen in een onbevruchte eicel twee chromosomen voorkomen van het nummer 21, terwijl het er eigenlijk maar één moet zijn. Als daar het chromosoom 21 uit de zaadcel van de vader bij komt, krijgt het kind drie chromosomen 21 (trisomie) in elke lichaamscel. Dit is het Downsyndroom.
Zekerheid
Als je 36 jaar of ouder bent kun je - als je wilt - laten onderzoeken of je baby het Downsyndroom of een andere chromosoomafwijking heeft. Dit kan aan de hand van een vlokkentest of vruchtwaterpunctie. Als je kiest voor een van deze onderzoeken, moet dit al vroeg gebeuren. Een vlokkentest wordt meestal uitgevoerd tussen de 11de en 14e zwangerschapsweek en een vruchtwaterpunctie rond de 16e week. De onderzoeken gebeuren niet later vanwege de termijn waarop je de zwangerschap eventueel nog kunt afbreken.
Wat doe je?
De uitslag van een chromosoomonderzoek is meestal goed. Maar stel dat dit niet zo is, wat doe je dan? Een gewenste zwangerschap afbreken is erg ingrijpend. Maar het is ook moeilijk voor te stellen wat het betekent om een kind te hebben met een afwijking. Praat erover met je partner en eventueel je verloskundige, huisarts of iemand in je omgeving. Neem de tijd om een afweging te maken en aarzel niet om hulp te vragen bij deze ingrijpende beslissing.

















Ik heb een dochter van bijna 18 en een zoon van 15. mijn zwangerschap is goed verlopen!!
4 weken tevroeg is mijn dochter Indy geboren, alles goed gegaan.
We genieten heerlijk van ons wondertje.