Dit doet je lichaam

Ontsluitingsfase

Je baby zit aan het begin van je bevalling veilig in de baarmoeder en kan nog niet naar buiten. De baarmoedermond - de uitgang van je baarmoeder - moet namelijk eerst opengaan. Nu is het nog een langwerpig slurfje, dat je een beetje kunt vergelijken met het tuitje van een ballon. Onder invloed van de weeën wordt dit tuitje afgeplat tot het helemaal is verdwenen. Dit heet ‘verstrijken’.

Als de baarmoedermond is verstreken, begint de ontsluiting: dan opent de baarmoedermond zich. De verloskundige of arts houdt zorgvuldig bij hoeveel ontsluiting je hebt. Die wordt gemeten in centimeters. Als de verloskundige je voor het eerst onderzoekt, heb je meestal twee tot drie centimeter ontsluiting. Drie centimeter betekent dat er twee vingers van de verloskundige in de baarmoedermond passen; kan er een ‘V’ worden gevormd, dan heb je vier centimeter ontsluiting. En kunnen de vingers wijd gespreid worden, zit je op acht centimeter ontsluiting. Zodra de verloskundige een dunne rand rond het hoofdje van je baby kan voelen, heb je 10 centimeter, ofwel volledige ontsluiting en begin je aan de tweede fase: de 'uitdrijving'.