De uitslag van de test is als volgt:
punten!
14-20 punten: Kom op, je kunt het!
Moeder zijn is niet niks, al die verantwoordelijkheid… Er komt veel op je af en daar word je onzeker van. In jouw ogen doen andere moeders het altijd beter. Heeft iemand kritiek op je, dan geef je hem of haar gelijk. Je onzekerheid maakt dat je je besluiteloos voelt. Dat hoeft niet! Als je meer op jezelf durft te vertrouwen, zul je ontdekken dat je steeds zekerder wordt. Probeer minder snel bij de pakken neer te zitten, blijf niet hangen in ‘Ik weet niet wat ik nu moet doen’. Kijk hoe andere moeders het doen, lees over opvoeden en vaar dan je eigen koers! Het zal je steeds beter afgaan. Je zult je minder gestrest voelen en vaker kunnen genieten van de leuke kanten van het moederschap!
21-34 punten: Gezonde twijfels
Een moeder die haar mannetje staat. Je geniet van het moederschap en weet wat er van je wordt verwacht. Al heb je regelmatig je twijfels en vraag je je af: ‘Doe ik het wel goed?’ of ‘Was het niet beter geweest als…’ Kritiek krijgen vind je moeilijk. Maar wat een ander doet, hoeft niet voor jou te gelden. Probeer dichtbij jezelf te blijven en daarop te vertrouwen. Wat vind jij belangrijk in de opvoeding? Wat voor moeder ben je? Als moeder mag je ook wel eens een foutje maken. Niemand is perfect! Aan de andere kant is die onzekerheid ook ergens goed voor. Je probeert echt het beste na te streven voor je kind!
35-42 punten: Heel zeker van je zaak!
Je weet wat je wilt en laat je door kritiek, adviezen of moeders die het anders doen niet uit het veld slaan. Deze moeder volgt haar eigen weg! Je kunt goed grenzen stellen. Je staat wel open voor nieuwe dingen, maar vaak heb je het al zo goed overdacht dat je niet meer van koers verandert. Gaat er iets mis, dan denk je vaak: volgende keer beter. Loopt er iets anders dan gepland, dan pas jij je snel aan. Eigenschappen die je als moeder van kleine kinderen goed van pas komen. Ze helpen je een zelfverzekerde en ontspannen moeder te zijn. Let op dat je niet te nonchalant wordt. De details zijn ook belangrijk in het moederschap. Bovendien, het gelijk staat niet altijd aan jouw kant.
Hieronder de puntentelling van de door jou gegeven antwoorden:
1. Je doet boodschappen en je zoontje zit in het winkelwagentje. Je geeft hem een koekje. Een voorbijganger reageert: "Zo, 's morgens al snoepen?"
A. Tjonge, jonge, dat maak ik zelf wel uit zeg!
3 punten
B. O jee, dat had ik inderdaad niet moeten doen.
1 punt
C. Tja, een stukje appel was misschien beter geweest.
2 punten
2. De groepsleidster van het kinderdagverblijf spreekt je aan omdat je voor de derde keer bent vergeten slofjes voor je kindje mee te geven.
A. Ach, suf van me! Als hij nu maar geen koude voetjes krijgt.
2 punten
B. Hoe kan ik nu zo stom, stom, stom zijn?
1 punt
C. Ach, hij heeft gelukkig schoentjes om op te lopen.
3 punten
3. Je dochtertje van tien maanden eet de hele dag al niets.
A. Ik schiet in de stress en pieker me suf.
1 punt
B. Gelukkig kan ze wel tegen een stootje.
2 punten
C. Vast een nieuw tandje of een virusje.
3 punten
4. Het is prachtig weer en een vriendin nodigt jou en je zes maanden oude baby uit voor een dagje strand.
A. Ik denk vrijwel meteen, o jee, straks huilt hij de hele dag.
1 punt
B. Leuk, gezellig, ik ga mee!
3 punten
C. Leuk, maar ik maak me wel een beetje zorgen of alles goed zal gaan.
2 punten
5. Je dochter van anderhalf gooit voor de honderdste keer van alles in de vuilnisbak.
A. Hier word ik echt helemaal knettergek van, help!
1 punt
B. Dan moet de vuilnisbak maar buiten staan en zet ik een mini-afvalbakje op het aanrecht.
3 punten
C. Doet iedere dreumes dit, pffffff!?
2 punten
6. Je zoontje slaat en schopt andere kinderen. Op het consultatiebureau vraagt de arts hoe het gaat.
A. Ik schaam me over zijn gedrag en durf niets te zeggen.
1 punt
B. Ik begin er meteen over. Het zit me dwars.
3 punten
C. Schoorvoetend vertel ik over zijn gedrag.
2 punten
7. Je hebt met je partner afgesproken dat jullie dochter eens per week een klein bakje chips krijgt en niet meer vier keer per week.
A. Wat is dit moeilijk om te veranderen!
2 punten
B. Mijn eigen schuld dat mijn kind nu zo zeurt en huilt.
3 punten
C. Ik hou het niet vol, die paar chipjes kunnen heus geen kwaad.
1 punt
8. Je dreumes weigert te gaan slapen en is tot 23.00 uur ’s avonds wakker.
A. Ik ben kapot en ten einde raad.
1 punt
B. Ik hoop dat dit een fase is die snel voorbij gaat.
2 punten
C. En nu is het genoeg! Ik maak een afspraak met een opvoedkundige voor advies.
3 punten
9. Je gaat weer werken en je baby gaat naar een gastouder.
A. Ik ben al een week gespannen.
1 punt
B. Ze heeft twaalf jaar ervaring! Moet goed komen.
3 punten
C. Zal het klikken tussen hen?
2 punten
10. Je moeder vindt het maar niets dat jullie dochter straks vier dagen per week naar het kinderdagverblijf gaat.
A. Ik ben misschien niet zo’n goede moeder als zij was.
2 punten
B. Tijden veranderen!
3 punten
C. Ik ga mijn baan opzeggen.
1 punt
11. Je buurvrouw heeft vier kinderen. Jij bent net bevallen van je tweede.
A. Jee, die buuf… Hoe doet ze dat toch?
2 punten
B. Dat zou ik nooit kunnen!
1 punt
C. Leuk, zo’n groot gezin!
3 punten
12. Je bent op bezoek bij een vriendin. Als je naar huis wil, weigert je dreumes mee te gaan. Een driftbui lijkt onvermijdelijk. Wat nu?
A. Ik zeg gedag en neem mijn driftige dreumes in de houdgreep mee.
3 punten
B. Ik wacht net zo lang tot de boze bui van mijn kind voorbij is.
1 punt
C. Ik beloof een snoepje als hij lief mee gaat.
2 punten
13. Je zus doet haar baby iedere dag in bad. Jij doet je zoon om de dag in bad.
A. Dat moet ik voortaan ook maar dagelijks doen.
1 punt
B. Moet zij lekker weten.
3 punten
C. Misschien heeft ze wel gelijk.
2 punten
14. De keuze om over te stappen van borst- naar flesvoeding was voor mij:
A. Moeilijk of noodzakelijk.
3 punten
B. Makkelijk, flesvoeding is een goed alternatief voor borstvoeding.
3 punten
C. Hoezo overstappen? Dat maak ik zelf wel uit!
3 punten
De uitslag van de test is als volgt: 34 punten!
21-34 punten: Gezonde twijfels
Een moeder die haar mannetje staat. Je geniet van het moederschap en weet wat er van je wordt verwacht. Al heb je regelmatig je twijfels en vraag je je af: ‘Doe ik het wel goed?’ of ‘Was het niet beter geweest als…’ Kritiek krijgen vind je moeilijk. Maar wat een ander doet, hoeft niet voor jou te gelden. Probeer dichtbij jezelf te blijven en daarop te vertrouwen. Wat vind jij belangrijk in de opvoeding? Wat voor moeder ben je? Als moeder mag je ook wel eens een foutje maken. Niemand is perfect! Aan de andere kant is die onzekerheid ook ergens goed voor. Je probeert echt het beste na te streven voor je kind!